‘Wij hebben levenslang. En jij?’

De politie zet een team van dertig personen op de zaak, maar lijkt weinig verder te komen. In het AD schrijft moeder Wolvers op 13 oktober 2006 een emotionele brief aan de dader.

‘Jij hebt haar van ons weggerukt. Waar haalde jij de moed vandaan om ons kind van haar leven te beroven?
Heb jij een ziel?
Heb jij een geweten?
Heb jij een vader?
Heb jij een moeder?
Een broer, een zus?
Heb jij een hart?
Heb jij waarden en normen?
Heb jij gevoel?
Weet je wel, wat je voor leed, angst en verdriet hebt gezaaid?
Heb de moed om op te staan en te zeggen: Ik heb het gedaan!
Wij hebben levenslang.
En jij?
Dit schrijft een huilende moeder, ook namens Tamara’s vader, zus en vriend.
Heb de moed om op te staan.’

Weinig voortgang

In en om het huis worden geen sporen van braak gevonden: het vermoeden bestaat dat Tamara de moordenaar dus kende en zelf heeft binnengelaten.

In oktober is de politie nog steeds bezig met verhoren. ‘Tamara kende zo veel mensen’, zegt haar moeder. ‘We hopen zo dat iémand zich misschien iets herinnert of een bepaald verband legt.’

Er worden witte ballonnen opgelaten