Koor (Column Hans Rouw)

Lang geleden heb ik mij tijdelijk als leerling verbonden aan het ’s-Gravenhaags Christelijk Gymnasium. Een succes kon men deze samenwerking niet noemen.

De eerste klas heb ik overleefd, maar na afloop van het tweede leerjaar mocht ik een rapport in ontvangst nemen dat volledig in driekwartsmaat was opgebouwd en onderaan met een krachtig ‘niet bevorderd’ bevredigend werd afgesloten.

Ik vind de pubertijd overigens helemaal geen periode om te leren. Er zijn veel te veel andere dingen die gedaan moeten worden, zoals voetballen en verliefd worden. Dat laatste overkwam ook mij regelmatig en op een bepaald moment liet ik mijn oog vallen op een wat oudere dame. Ze zat namelijk al in de derde.

Naspeuringen brachten aan het licht dat zij lid was van het schoolkoor en dus meldde ik mij op een vroege ochtend in de gymnastiekzaal waar het gezelschap repeteerde. De dirigent, tevens leraar Latijn, bekeek mij met gepast wantrouwen en schoof me korzelig tussen de alten. Vervolgens kreeg ik een vel papier met onbegrijpelijke tekens en werd er begonnen. Mijn beminde, die overigens geen flauw besef had van het feit dat ik bestond, stond rechts voor me en het doel was dus bereikt.

Helaas mocht het niet lang duren. Ik kon namelijk geen noten lezen, begreep geen bal van het te zingen Latijn en over mijn zang kunnen we al helemaal kort zijn: die was heel minnetjes. Dus vroeg de dirigent/leraar mij na afloop van de tweede repetitie wat ik in vredesnaam bij het koor kwam doen. Dat was een netelige situatie. Ik kon per saldo moeilijk zeggen dat ik verliefd was op een sopraan en verder had de man volkomen gelijk: een aanwinst was ik bepaald niet. ‘Kom,’ zei hij, ‘ik zou mijn tijd maar besteden aan het Latijn, want dat kan beter.’ Einde zangcarrière.

Ik herinnerde me deze nogal gênante situatie afgelopen zaterdag plotseling toen ik bij een optreden was van het jongerenkoor ‘The New Sound Singers’ in Honselersdijk. Of het in een kerk zingt of in een zaal interpretaties van popsongs laat horen -  het is erg leuk om naar te luisteren. Je realiseert je bovendien dat het buitengewoon prettig is dat zoveel mensen muziek maken. Rockgroepen, koren, orkesten – zonder muziek zou het maar een saaie boel zijn.

Ik heb me trouwens niet opgegeven voor het koor. Behalve dat ik ongeveer net zo oud ben als alle zangeressen bij elkaar, heb ik op dat gebied sinds mijn schooltijd niets bijgeleerd. Wat een zegen voor de mensheid mag heten.
 

Audio: Koor (column Hams Rouw)

(advertentie)