Vakantie [column]

De thans aangebroken vakantie wordt algemeen beschouwd als een periode van vreugde en jolijt. En soms is het dat ook wel. Zo kan men naar verre streken trekken, daar wat tempels en musea bekijken en rijker terugkeren dan men heengegaan is.

Dan zijn er de zogeheten bungalowparken, compleet met zwembaden en ander ongerief. Zwemmen is weliswaar gezond, alleen niet wanneer er elke 30 seconden een puber op je rug landt. Maar dat alles valt in het niet bij kamperen. Er zijn mensen die er verkwikt van terugkeren, maar daar hoor ik niet bij. Tijdens mijn militaire dienstplicht heb ik mij meer dan wenselijk was in een soort tent moeten ophouden. Maar de mens is hardnekkig en ondanks deze traumatiserende ervaring besloot ik ooit om samen met een toenmalig vriendinnetje - bij m'n gezond als ik nog weet welk - te gaan kamperen. Moge mijn ervaringen tot lering strekken.

Wij kwamen aan op het terrein, dat om duistere reden 'De Windhoek' was genoemd. Ondanks deze weinig vertrouwenwekkende naam besloten wij er onze tent op te zetten, na ons eerst bij de receptie gemeld te hebben. Daar kregen wij een lijvig boek waarin stond wat er allemaal niet mocht. Eigenlijk alles, behalve roerloos zitten en een ijsje kopen in de kantine. Enfin, ik pakte de voortent uit en bekeek met argwaan de vrijgekomen touwtjes en doeken.

'Weet jij hoe dat moet?' vroeg ik het vriendinnetje, dat wij voor het gemak Miep zullen noemen.
'Geen idee,' antwoordde Miep, 'Ik heb nog nooit een tent opgezet. Maar het lijkt me dat je eerst die stokken moet neerzetten en daar het zeil overheen moet gooien. Zoiets.'

Dat leek me een goede raad en ik begon welgemoed een stok de grond in te heien. Na ook een tweede paal in de bodem te hebben gedrild wierp ik het tentdoek er overheen en lag even later met deze attributen bovenop me te spartelen. Iets minder opgewekt begon ik opnieuw en na twee uur slaagde ik er in om het geheel althans enigszins het uiterlijk van een tent te geven. De toegestroomde menigte klapte enthousiast. Door dit succes overmoedig geworden bonkte ik de haringen in het gras en trok de eerste lijn strak. Hierdoor ontstond echter een ernstige onbalans, waardoor het bouwwerk ritselend ter aarde stortte. Gelukkig stak een ervaren kampeerder mij de helpende hand toe. Uiteindelijk zaten we in de avondzon en het was al tegen middernacht toen wij in onze slaapzakken ritsten. Na enige tijd ontspon zich echter een gezoem dat de komst van een contingent muggen aankondigde. Ik wilde opstaan, maar kreeg de rits van mijn slaapzak niet open. Moeizaam worstelde ik me overeind en hipte naar buiten, waar Miep al zat te rillen van de kou.

'Dit is niks voor mij,' mompelde ik en Miep knikte bedachtzaam. 'Ik begrijp ook niet dat mensen dit leuk vinden,' beaamde ze. 'Thuis heb je alles wat je nodig hebt en in de vakantie kruip je in een onbewoonbaar verklaarde woning om op de grond te gaan slapen.' We luisterden naar het gedruis dat vanuit de kantine het parkje overspoelde. Een volkszanger klonk luidruchtig uit de luidsprekers en de hossende menigte begeleidde hem met schorre klanken. We keken elkaar veelbetekenend aan.

'Bij ons staat op de keukendeur!!!' klonk het jolig vanuit de kantine. 'Wegwezen,' zei ik overspannen, 'gekken kunnen soms gevaarlijk worden.' We mikten de hele handel achterin de auto en haalden pas verlicht adem toen we het aanpalende dorp verlaten hadden. 'Dat was eens,' zeiden we gelijktijdig, 'maar nooit weer.'

(advertentie)

Ik ben geen kampeerder en ik kan me niet voorstellen dat ik het ooit zal worden. Toch kan ik me voorstellen dat anderen het leuk vinden.

En denk eens logisch na:
Als iedereen dezelfde manier van vakantievieren zou prefereren, zou mijnheer Rouw nooit meer terecht kunnen op zijn favoriete vakantiestek. Want daar zit iedereen al!

 

Het leuke van een column schrijven is dat je de vrijheid hebt om te schrijven wat je wil.Dat doet dhr.Rouw dus.Je hoeft het daar niet mee ens te zijn.Kamperen is leuk,vind ik.Geen problemen mee.Waar ik wel problemen mee heb in dit stukje is de laatste regel.Als mensen vrolijk zijn en een leuk deuntje zingen in een kantine zijn het gekken volgens dhr.Rouw.Volgens mijn informant verblijft dhr.Rouw regelmatig in voetbalkantines en laat hij de gratis drank vrolijk in zijn keel glijden.Zijn muziek keuze staat vrij maar een Nederlandstalige hit zó wegzetten komt belerend over.Het trauma zit dus diep.Ik raad dhr.Rouw aan eens te klikken op mijn naam hieronder,misschien kikkert hij dan wat op? Iedereen mag trouwens daarop klikken.Genezing kan ik niet bieden wel ontspanning.

Groet Lex

Ik weet nog dat je eens in je programma vertelde  dat je met de fiets naar Voorthuizen bent geweest vanuit Den Haag. Dat vond ik als luisteraar uit die "dolfijne" stad beslist moedig van je. Andersom heb ik het gedaan met mijn zwarte Puch met hoog stuur in 1968. Dag Hans. Groetjes Ronald.

Ah kamperen ... zalig! ;-)

Mijn enige kampeerervaring betreft de vakantie die ik met twee klasgenoten had op Terschelling, nadat we ons eindexamen van de middelbare school hadden gehaald. Op het opzetten van de tent na, kan ik de ervaringen in de ze column onderschrijven. Eens, maar nooit meer.

Mooi stukje; niets aan toe te voegen.

Wat is er nou mooi aan? Een enl al flauwekul

Ach ja...Hans Rouw...zucht....zijn commentaar bij de sportwedstrijden is al niet om aan te horen en schrijven kan die dus ook niet....zucht......

Waarom leest U zijn stukjes dan?  U verveelt zich zeker? In elk geval verveelt  de andere lezers wel .Hou daar eens lekker mee op zielig figuur!

U

Jemig, kan het nog zuurder wellicht?

Wanneer is dit stukje geschreven? 1964?