Ontmoeting (column)

Rob Langeveld, oud eindredacteur Sport bij Omroep West, refereerde in een commentaar op een van mijn columns aan het eerste Grand Slam toernooi dat ik ooit mocht verslaan, dat van Roland Garros in - als ik het goed heb - 1992. Aan mijn rampzalige belevenissen in Parijs wijd ik misschien nog wel eens een verhaaltje, maar ik moest vooral terugdenken aan een ontmoeting die ik daar had.

Mijn taak was vooral en reilen en zeilen van Richard Krajicek te volgen. Dus zocht ik na afloop van diens eerste partij bedremmeld de ruimte waar zijn persconferentie zou plaatsvinden. Nu was het net als bij een boswandeling met van die rode paaltjes: zodra je midden in het woud staat zijn de paaltjes op. Zo stonden ook daar reeksen wegwijzers die naar de perszalen verwezen, totdat je in een hal met allemaal deuren kwam. Vastberaden stapte ik er eentje binnen. Daar zat, op een tafeltje, een vrouw een banaan te eten. Het was er zo eentje die de Schepper met duidelijk plezier had vervaardigd, elk detail was met zorg afgewerkt.

'Hallo,' zei ik. 'Hello,' antwoordde zij, waaruit ik opmaakte dat de voertaal Engels zou worden. 'Poeh poeh,' hernam ik, 'je loopt je kapot in de hitte.' Maar dan in het Engels natuurlijk. 'Zeg dat wel, beaamde zij, 'ik heb inderdaad veel moeten lopen. Maar ja, dat hoort bij het vak.' Ik knikte wijs. 'Ik hoop wel dat Krajicek er deze week uitvliegt,' vertrouwde ik haar toe. 'Ik heb namelijk maar een accreditatie voor een week en dan moet ik ook uit mijn hotel. Blijf jij het hele toernooi?' Ze keek me bevreemd aan en mikte de bananenschil met feilloze precisie naast de prullenbak. 'Dat is wel de bedoeling,' antwoordde ze met een brede glimlach, 'maar ik ben bang voor je dat Krajicek nog wel langer speelt dan alleen deze week. Hij is namelijk nogal goed in vorm, weet je.' Het idee liet me de rillingen over de graat lopen. Ik zag mezelf al onder een Seinebrug overnachten en dat terwijl ik helemaal geen spiritus lust.

'Waar blijven ze toch?' vroeg ik me af. 'Wie?' vroeg ze. 'De rest van de journalisten,' legde ik uit. 'Hier mogen helemaal geen journalisten komen', zei ze en begon te lachen voordat ze - terecht - zei 'volgens mij heb jij geen flauw idee wie ik ben.' Ik beaamde dat, maar voegde er aan toe dat ik geen gezichten kon onthouden. 'Helemaal niet?' vroeg ze. 'Helemaal niet,' antwoordde ik. 'Dat lijkt me lastig,' dacht ze en stak haar hand uit. 'Ik ben Gabriela Sabatini, ' stelde ze zich voor, 'en jij?' Gabriela Sabatini, allemachtig. Die werd algemeen beschouwd zo niet als de mooiste vrouw ter wereld, dan toch in elk geval als de mooiste tennisster. Terwijl ik bijna door mijn hoeven zakte van schaamte mompelde ik mijn naam. 'Het was leuk je ontmoet te hebben,' sloot ze af en liep naar de deur. De persconferentie is trouwens hiernaast.' In de hal gekomen gaf ze me een kus. Ik zoende haar verbouwereerd terug en ze liep de gang uit. Mijn collega's stonden vol verbazing toe te kijken. 'Wat heb jij met Gabriela gedaan in die kamer?' vroeg er één schalks. Want wanneer je samen met een mooie vrouw ergens alleen bent, schijn je altijd iets te moeten doen.

'Gepraat,' zei ik, 'dat kan namelijk ook met een vrouw.'

Audio: rouw op je dak - ontmoeting

(advertentie)