Oud (column)

Schuin tegenover mijn woning in Wateringen - ik schrijf dat erbij zodat u denkt dat ik meerdere panden bezit, wat helemaal niet het geval is - bevindt zich een tehuis voor ouderen die zorg behoeven.

Nu moet ik u eerst even vertellen dat ik in het bezit ben van een voortuin, die eigenlijk aan de achterkant ligt. Maar omdat mijn woonkamer er aan grenst noem ik hem de voortuin. Het ding is vier meter bij 2.20, waarvan de helft nog betegeld is ook. Je zou dus zonder overdrijven kunnen stellen dat hij klein is, maar ik noem hem liever onderhoudsvriendelijk. Er staan wat hortensia’s in - of rododendrons, ik haal die twee altijd door elkaar - in elk geval van die gewassen met bolvormige bloemen. En een rozenstruik, die het waarachtig nog doet ook. Plus wat sprieten die over een eeuw of zo een heg gaan vormen. Als het meezit tenminste.

Door die tuin kom ik wel eens in contact met bewoners van het tehuis. Die gaan dan een pleintje om, of worden door bereidwillige verpleegsters of vrijwilligers in hun rolstoel de Herenstraat door geduwd. Zo stond ik op een dag wat verwelkte rozen te verwijderen, toen er een heer naar buiten trad die bij mijn park abrupt afremde en daardoor bijna in de hortensia's - of rododendrons - viel. 'Meneer,' sprak hij opkrabbelend, 'oud worden is geen pretje.' Ik wachtte even of deze mededeling nog dieper zou worden uitgewerkt en dat gebeurde ook. 'Zo zit ik hier in dit tehuis,' hernam de man, terwijl hij zijn wandelstok als een speer vooruitstak, 'en daar is het best goed.' Maar ja, je hebt niks te zeggen. Als ik bijvoorbeeld doperwtjes wil eten, eten we bloemkool. En omgekeerd. En na drie jaar ben je ook wel eens uit geklaverjast. En dan meneer, ik ben 94. Dat brengt lichamelijke problemen met zich mee. Zo wordt je helemaal stijf, behalve daar waar dat zo nu en dan wel eens prettig is. Want je blijft een man, nietwaar? Zeker in een huis met bijna allemaal vrouwen. Nee meneer, het valt niet mee. Goedemiddag.' En hij schuifelde heen. Het leek me ineens niet zo leuk meer om oud te worden.

Dezelfde avond zag ik op TV West een programma over een bejaarde dame uit Leiden. De verslaggeefster noemde haar Roos, dus de kans dat ze ook zo heet valt niet uit te sluiten. Deze Roos nu zat in een rolstoel en was blind. Of zo goed als, dat is me niet helemaal duidelijk geworden. En Roos straalde van levenslust. Vanuit haar zittende positie praatte ze opgewekt over haar tijd bij de Apostolische Kerk, haar zangkoor en de ondeugende streken die ze als klein Roosje had uitgehaald. Hoogtepunt van de uitzending was voor mij de scene waarin ze vrolijk snaterend het gebouw werd binnengerold waar ze vroeger vaak was geweest. Dat is nu een moskee. Op de vraag van de interviewster of ze dat raar vond, antwoordde Roos ontkennend. De een is Katholiek, de ander Hervormd en de derde Islamiet, terecht geen probleem voor apostolische Roos. De mensen van de moskee waren ook geweldig. Een van hen ging op zijn hurken bij haar zitten om iets te vertellen en gaf haar na afloop bloemen. Je zag bij beiden de ontroering. En - hup - daar ging Roos weer. Stoepje op, stoepje af op weg naar een muziekgebouw waar een zangeres speciaal voor haar iets zong. En opnieuw was Roos verrukt. 'Prachtig, prachtig,' zei ze, 'u hebt een gave.' De zangeres en haar pianiste gaven daarop nog een keer gas en Roos bleef maar genieten. Door Roos vond ik het ineens wél weer leuk om oud te worden.

» Meer columns van Hans Rouw

Audio

(advertentie)
Daar valt niets tegen in te brengen. Maar het heeft ook wel z'n voordelen toch? Je hoeft een heleboel niet meer: naar school, op zwemles, rij-examen doen, spinazie eten - kortom: het bevalt me wel... Hans.

Voorgelezen is de column een stuk beter. 

Ja Hans, ik vind het een mooi stuk, maar oud worden we allemaal.