Burgemeester Van Aartsen: ‘Geen straf voor Syriëgangers’

DEN HAAG - Haagse jongeren die in Syrië hebben gevochten voor de Jihad, worden als ze in Nederland terugkeren, niet per definitie bestraft.

Daarvoor komen ze niet in aanmerking. Ook kunnen ze niet worden gedwongen om aan een hulpverlenings-traject mee te werken. ‘Goed volgen is het hoogst haalbare’. Of de jongeren vervolgd worden, is volgens Van Aartsen aan het Openbaar Ministerie.

Dat schrijft de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen in antwoorden op vragen van de raadsleden David Rietveld en Inge Vianen van GroenLinks. Zij hadden om opheldering gevraagd over de jihad-strijders na een reportage van Omroep West over jongeren die in Syrië gaan vechten.

Zestien Hagenaars in Syrië

Volgens de burgemeester blijkt uit gegevens van de politie dat tussen december 2012 tot en met mei 2013 ongeveer zestien jongeren uit de gemeente Den Haag mogelijk naar Syrië zijn vertrokken. Het vermoeden is dat zij allemaal meerderjarig zijn. De meeste zijn tussen de 18 en 26 jaar. In vijf gevallen is aangifte gedaan van vermissing.

Daarnaast is vier maal aangifte gedaan tegen twee mogelijke ronselaars afkomstig uit de gemeente Den Haag. Het Openbaar Ministerie stelt een strafrechtelijk onderzoek in naar deze ronselaars.
Volgens de burgemeester zijn er geen signalen bekend dat ouders of andere betrokkenen bang zijn om aangifte te doen omdat ze dan zouden worden bedreigd. Ook is er geen zwarte lijst van terroristen waarop de jongeren terecht zouden komen als zij naar Syrië vertrekken.

Gesprekken met de ouders

Ouders die aangifte hebben gedaan van ronselpraktijken of van vermissing worden door de politie op de hoogte gehouden van de vorderingen in het onderzoek op dat punt. Ook ondersteunt de gemeente lotgenotenbijeenkomsten van betrokken ouders. Bovendien heeft de burgemeester, samen met de officier van justitie en de wijkagent, een gesprek met de ouders gehad over de voortgang van het politieonderzoek.

Van Aartsen schrijft ook dat moskeeën betrokken zijn bij het tegengaan van vertrek van Haagse jongeren naar Syrië. Volgens hem wordt dat thema in diverse moskeeën ‘nadrukkelijk besproken’. Verder, stelt hij, hebben ‘verschillende imams zich uitgesproken over de onwenselijkheid in Syrië te gaan strijden. Zij maken ouders bewust en adviseren jongeren om zich te richten op hun toekomst in Nederland en geven aan dat vechten in Syrië niet synoniem is aan Jihad’.

Nog niemand terug

Er zouden geen moskeeën zijn die zich achter de ronselpraktijken stellen. Op dit moment zouden er ook geen jongeren zijn die al in Syrië hebben gevochten en weer terug zijn in Den Haag.

Deel dit artikel: