Verdachten flitspaalbom Voorschoten willen staatsgeheim in dossier opnemen

DEN HAAG - De advocaten van verdachten Erik O. en Jörn de V., die worden verdacht van het plaatsen van een flitspaalbom in Voorschoten, willen dat een rapport van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) aan het dossier wordt toegevoegd.

Dat verzoek dienden ze vrijdagmiddag in tijdens een regiezitting in het hoger beroep van de zaak. Het stuk is staatsgeheim, maar volgens de advocaten kan de inhoud zeker van belang zijn. 'In het rapport staat dat er geen gevaar meer was toen het explosief afging en dat het sein veilig te vroeg is gegeven', zegt Geert-Jan Knoops, die Jörn de V. bijstaat.

Het stuk mag niet aan het dossier worden toegevoegd, omdat dat gevaarlijk zou zijn voor de samenleving. Maar volgens de verdediging zou het rapport 'alleen inzicht geven in de werkwijze van de EOD'. 'Er is niet duidelijk gemaakt waarom de inhoud gevaarlijk zou zijn', aldus Knoops.

'Verantwoordelijk voor letsel'

De twee verdachten werden in november vorig jaar veroordeeld tot celstraffen van 40 en 34 maanden. Volgens de rechtbank zijn Jörn de V. en Erik O. verantwoordelijk voor letsel. Een medewerker van de EOD moet door de ontploffing van het projectiel een hand missen.

Het explosief werd op zondag 23 oktober 2011 ontdekt. Met de grootst mogelijke zorg werd de bom ontmanteld, maar het ging toch onverwacht af. Naast de gewonde EOD’er raakte ook een collega van hem en een rechercheur van de politie gewond.

'Mannen wisten wat ze deden'

Jörn de V.wordt gezien als aanstichter, maar de rechter oordeelde vorig jaar dat beide mannen goed wisten wat ze zouden gaan doen. Erik O. zei zelf dat hij dat pas op het laatste moment doorhad, maar daar gelooft de rechter niet in. Hij heeft zijn vriend ook niet geprobeerd van het plan af te brengen.

Daarom zijn ze vrijwel gelijk behandeld. Alleen de straf voor De V. viel iets hoger uit, omdat hij op een later moment bij de flitspaal terugkwam. Toen hij politie zag staan heeft hij rechtsomkeert gemaakt, in plaats van ze te waarschuwen.

Hoger beroep

De advocaten besloten in hoger beroep te gaan tegen de straf, omdat ze vinden dat de handelingen van de EOD’ers een cruciale rol kunnen hebben gespeeld bij het ontploffen van de bom. De verdachten hebben het explosief dan wel opgehangen, maar het ging pas vier uur later af.

Als de EOD zelf verantwoordelijk is voor de explosie, kunnen de twee mannen daarvoor niet worden gestraft, verklaarden hun advocaten na de uitspraak van de rechter.

Proces in vrijheid afwachten

Verdachte Erik O. zit inmiddels niet meer in de gevangenis. Hij wacht het proces thuis af. Jörn de V. zit nog wel vast, maar hij mag één keer per maand op verlof. Ook mocht hij op eigen gelegenheid naar het gerechtshof in Den Haag komen.

Tijdens de regiezitting vrijdag vroeg Jörn of hij zijn proces ook in vrijheid mag afwachten. 'Ik heb sinds vorig jaar een dochtertje, maar ik heb haar sindsdien maar een uurtje per week gezien. Verder wil ik graag laten zien dat ik het kan. Ik heb me tot op alle punten vlekkeloos gedragen.'

Het gerechtshof gaat over twee weken verder met de zaak. Dan wordt duidelijk of ook Jörn de V. naar huis mag. Justitie vindt de belangen voor de maatschappij belangrijker dan de persoonlijke belangen van De V. en daarom zou hij gewoon vast moeten blijven zitten.

Deel dit artikel: