Sint Caecilia (Column)

REGIO - Laatst vond ik mij tot mijn eigen verbazing terug ergens in België en ik trof het: door de straten van een onooglijk dorpje trok een harmonie, compleet met majorettes, als onderdeel van de feestweek daar.
Het orkest heette, net als honderden van die fanfares, Sint Caecilia. En in de hemel hoorde je de getergde heilige zuchten over zoveel onwetendheid. De leden van het korps trokken zich daar overigens niets van aan: ze marcheerden monter voort en toeterden dat het een lieve lust was. Langs de straten stond het zwart van de mensen, vooral omdat iedereen wel een zoon, tante, nicht of opa had die meespeelde. Vooraan liep de tambour-maître een beetje nutteloos met zijn stok te zwaaien, want er was geen muzikant die naar hem keek. Men had het veel te druk met trommelen en het groeten van de vele familieleden.
Kennelijk moest de man ook de weg aangeven, want op een bepaald moment wees hij zwierig naar links, waarop de hele meute de hoek om ging en zo voor enige paniek bij de organisatie zorgde. Een met een sjerp uitgedoste figuur holde dan ook naar de Grote Roerganger toe en fluisterde hem iets in het oor, waarna deze rechtsomkeert maakte en dwars door de gelederen op zijn schreden terugkeerde. Zijn volgelingen deden precies hetzelfde met een gemak dat aannemelijk maakte dat hij wel eens meer van het rechte pad was afgeweken. Plotseling prikte hij met zijn staf in de lucht waarop het gezelschap abrupt tot stilstand kwam en na een bozig gebrom van een hoorn een tapperij invluchtte. Waar, gezien de heersende temperaturen en de kennelijk voor winterse omstandigheden ontworpen uniformen, iets voor te zeggen viel.
Dat die harmonie Sint Caecilia heet is één van de vele misverstanden waar wij met een roerende hardnekkigheid aan vasthouden. Net zoals aan de onzin dat we maar tien procent van onze hersenen gebruiken, een fabel die ook niet uit te roeien schijnt te zijn. Maar om op Sint Caecilia terug te komen: al de orkesten die haar naam dragen en telkens weer vrolijk achter een vaandel met een borduurwerkje van haar gestalte aanhollen zijn het betreurenswaardige slachtoffer van een vertaalfout.
De oorzaak is het feit dat ene Caecilia, volgens de legende een adellijk Romeins meisje, werd uitgehuwelijkt aan Valerianus, de zoon van een andere edelman. Nu was deze juffrouw een christen, die om de een of andere onnaspeurlijke reden besloten had om ongeopend retour te gaan oftewel zonder haar maagdelijkheid te verliezen naar de Schepper terug te keren. En de kans dat ze haar zin zou krijgen met een huwelijksnacht in het verschiet was natuurlijk niet overdreven groot. Caecilia, kennelijk niet op de hoogte gebracht van het feit dat de voortplanting bij het menselijk bestaan hoort, bad dan ook gedurende het hele bruiloftsfeest om haar maagdelijkheid te mogen bewaren, waaruit wij in elk geval mogen concluderen dat we niet bepaald met een feestbeest te doen hadden.
En daar ging het dan ook fout, want toen Caecilia heilig geworden was - samen met haar begripvolle en meteen bekeerde echtgenoot is ze omstreeks 203 de marteldood gestorven - werd er later een soort beurtzang gemaakt die op 22 november, haar feestdag, ten gehore wordt gebracht. Een vlijtige monnik vertaalde die als ‘de maagd Caecilia loofde enkel de Heer met gezang en orgelspel, in de hoop ook in de huwelijksnacht haar maagdelijkheid te kunnen bewaren.’ Alleen staat dat er in de Latijnse tekst helemaal niet, die luidt namelijk ‘Ondanks het gezang en orgelspel' loofde Caecilia de Heer en bad ook in de huwelijksnacht haar maagdelijkheid te kunnen bewaren’. Wat wel iets anders is, om niet te zeggen precies het tegenovergestelde.
Toch is Sint Caecilia, die dus in werkelijkheid dwars door de muziek heen bad, sindsdien patrones van de musici en wordt ze overal afgebeeld terwijl ze opgeruimd op haar orgel zit te spelen.
Like a virgin, neem ik aan.