Instellingen

'Unieke deal maakt bedreigde renovatie in Den Haag Zuidwest toch mogelijk'

DEN HAAG - Dankzij de unieke samenwerking tussen de gemeente Den Haag en de noodlijdende woningbouwcorporatie Vestia kunnen de krachtwijken in Den Haag Zuidwest toch worden gerenoveerd. Dat zegt de Haagse wethouder Marnix Norder (stadsontwikkeling).
Vestia is de grootse woningcorporatie van Nederland. De corporatie kwam in grote financiële problemen doordat het voor miljarden aan derivaten bezit. Dit zijn ingewikkelde financiële producten die de corporatie moesten verzekeren tegen toekomstige rentestijgingen. Maar de rente daalde juist en daarom moest de corporatie heel veel geld bijstorten als onderpand.

Bijgesprongen

Om dat te kunnen betalen werden huren verhoogd en bouwplannen geschrapt. In Den Haag sprong de gemeente bij om de renovatie in stadsdeel Escamp, dat is aangewezen als krachtwijk, te kunnen redden. Het bestaat uit de wijken Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust.
De Haagse gemeenteraad praat donderdag over het oprichten van een zogenaamde Wijkontwikkelingsmaatschappij (WOM). Vestia brengt vastgoed in: tweeduizend woningen. De gemeente brengt het geld in: de komende tien jaar maximaal 80 miljoen euro. De WOM gaat van tweeduizend woningen de helft slopen. Daarvoor in de plaats komen er 750 nieuwe huizen terug. Nog eens 250 woningen worden gerenoveerd.
Gemengde wijk
‘Verouderde woningen moeten weg en plaats maken voor nieuwe woningen zodat het een leuke gezellige wijk is voor mensen met gemengde  inkomens. Een wijk waar ook jongeren en gezinnen naartoe gaan. Een wijk die niet vergrijst, veroudert en verarmt maar een nieuwe impuls krijgt. Daar is herstructurering noodzakelijk voor', aldus Norder.
Volgens Norder kan op deze manier op 1 januari volgend jaar weer worden begonnen met het opknappen of vernieuwen van de woningen van Vestia.

Unieke constructie

Norder spreekt van een voor Nederland unieke constructie. De woningbouwcorporatie was in negentig gemeenten in Nederland actief. ‘In 89 gemeenten ligt het nog steeds stil. Alleen in Den Haag gaat het door omdat wij investeren in de stad en daar ben ik gelukkig mee.’