Historicus: 'Veel meer Indische Nederlanders vermoord; volkerenmoord moet onderzocht'

DEN HAAG - Direct na de Japanse bezetting zijn er veel méér Indische Nederlanders door de Indonesiërs vermoord dan tot nu toe werd aangenomen. Dat zegt de Amerikaanse historicus William H. Frederick in een interview met Omroep West. Waar oorlogshistoricus Lou de Jong spreekt van 3500 slachtoffer van de zogeheten Bersiap, houdt de Amerikaan het op 20.000 tot 30.000.

Door Hans Otte

‘En misschien zelfs hoger’, zegt Frederick. ‘Maar we zullen nooit het juiste aantal kennen.’ Dat komt niet door het bewust achterhouden van informatie. Eerder lijkt het te maken te hebben met de afschuw van de slachtoffers, schaamte van de daders en angst van de Nederlandse overheid voor de politieke en diplomatieke gevolgen. Met name dat laatste maakt goed onderzoek erg moeilijk.

Bersiap

De Bersiap-periode is een slecht beschreven, zwarte bladzijde in de geschiedenisboeken. Het is de bloedige periode tijdens het machtsvacuüm na de capitulatie van de Japanners op 15 augustus 1945. Het geweld gaat na de bezetting door als de strijd om de onafhankelijkheid van Indonesië oplaait. Indonesische strijdgroepen proberen met geweld de leiding van de Japanners over te nemen.

De meeste blanke ex-gevangenen worden door de Japanners in bescherming genomen in de voormalige interneringskampen. Maar ongeregelde groepen jongeren koelen hun woede op de vele Indische mensen met een gemengde afkomst, die door de Japanners niet in kampen waren ondergebracht. ‘Bersiap’ was de strijdkreet die zij daarbij gebruikten, die betekent: 'Maak je klaar!' Deze Bersiap-periode duurde tot het voorjaar van 1946.

Ervaringen

‘We woonden met mijn moeder en mijn twee zusjes in een kamp, Kampong Makassar, in een bamboebarak, barak 14, toen we ‘s nachts mensen hoorden aankomen met fakkels en kapmessen.’ Henriëtte Van Raalte-Geel (73) uit Den Haag kan zich de Bersiap-periode nog goed herinneren. Ze schreef een boek over haar reis als vijfjarige, terug naar Nederland. De Bersiap was een zeer beangstigende tijd. Na de ‘bevrijding’ van de Japanners werden de Nederlanders en indo’s belaagd door groepen Indonesiërs.

Ploppers

De familie Geel kon in ’45 uit het kamp verhuizen naar een stenen gebouw, het KPN-gebouw in Jakarta, toen er opnieuw een aanval kwam. ‘De ploppers kwamen er aan met geweren en bamboesperen’, herinnert Henriëtte zich. ‘We moesten weg, renden naar onze kamer. Moeder ging meteen onder het bed, wij ook, dat heeft wel een half uur geduurd. De kogels vlogen om onze oren, de kalk kwam van de muur af, we werden als schietschijf gebruikt. Ze waren er op uit om ons te vermoorden.'

'Het was een heel angstige tijd. Later stonden ze met hun geweren naast de vijver, wij werden onder schot gehouden. De kinderen moesten bij moeder en de buurvrouw op schoot zitten. Er is met ons toen gelukkig niets gebeurd, het was alleen maar om ons angst in te boezemen.’

Onderzoek

Afgelopen juni heeft historicus Frederick de Nederlandse overheid een voorstel gedaan voor nader onderzoek naar de – in zijn ogen – volkerenmoord op de Nederlands-Indische bevolking in Indonesië. Maar minister Frans Timmermans van Buitenlandse zaken heeft geantwoord dat niet financieel te willen ondersteunen ‘vanwege het gevaar voor de diplomatieke betrekkingen met Indonesië’. Fredericks noemt dat een ‘valse reden’. Terwijl het in zijn ogen voor het nageslacht van groot belang is om alle feiten boven tafel te krijgen.

Hongerwinter

Henriëtte was vijf jaar oud toen zij na de oorlog met haar familie in Nederland aankwam. ‘De Nederlanders die hierheen kwamen, vooral kinderen, gingen gewoon door. En ouderen spraken er niet over, ze werden als tweederangs burger beschouwd. Er werd sowieso weinig gesproken, ook nooit met vader en moeder.

En de Nederlanders hadden geen belangstelling want zíj hadden de hongerwinter gehad, de kou gehad, en wíj zaten in een warm land, zo erg kon het allemaal niet zijn. Ze hadden geen weet van de wreedheden van de Japanners. Het is een stuk geschiedenis dat verteld moet worden, en dat is nooit gebeurd.’

Compensatie

De Nederlandse overheid lijkt volgens de Amerikaanse Indonesiëkenner ook bang te zijn dat slachtoffers en nabestaanden compensatie zullen eisen wanneer uit onderzoek zou blijken welk leed hen is aangedaan. ‘Maar de meeste overlevenden en hun familie hebben herhaaldelijk – herhaaldelijk – gezegd dat ze niet op compensatie uit zijn’, zegt Frederick. ‘Ze willen erkenning van de werkelijkheid en de juiste plek in de geschiedenisboeken. Dat is toch een heel bescheiden voorstel.’

Specialist

William H. Frederick (72) is gepensioneerd als hoogleraar aan de Amerikaanse Ohio University. Hij antwoordt ons vanuit zijn huis in Columbus, Ohio, herstellende van een hartoperatie. Fredericks geeft les in de geschiedenis van Zuidoost-Azië en met name Indonesië.

Hij is specialist in de Japanse bezetting (1942-1945) en de vrijheidsstrijd (1945-1949). Frederick heeft over de hele wereld onderzoek gedaan, gepubliceerd en lesgegeven, onder meer ook in Nederland.

Deel dit artikel: