Instellingen

Den Haag: financiën ADO moeten nog beter

DEN HAAG - De gemeente Den Haag wil dat de financiële situatie van voetbalclub ADO verder wordt verbeterd. Het eigen vermogen, het geld dat de club zelf in kas heeft, moet omhoog. Dit moet er mede voor zorgen dat ADO straks kan worden ingedeeld in de meest solide financiële categorie van de KNVB, die met de omschrijving ‘goed’.

Dat heeft de gemeente een paar weken geleden tijdens de aandeelhoudersvergadering meegedeeld, blijkt uit een brief van wethouder van Sport Karsten Klein (CDA) aan de gemeenteraad. ‘Het handelen van het bestuur van ADO moet worden gericht op indeling in categorie 3 (goed),’ aldus de wethouder.

Eerder dit jaar werd bekend dat de KNVB de voetbalclub had ingedeeld in categorie één, dat betekent dat de voetbalbond zich zorgen maakt over de financiën. Later klom ADO weer omhoog. De club zit sinds augustus van dit jaar weer in categorie twee: voldoende.

Kleine winst

Uit het meest recent financiële overzicht dat Klein woensdag aan de gemeenteraad zond, blijkt dat ADO vorig seizoen afsloot met een overschot van zeven ton. De opbrengsten waren een ton hoger dan verwacht door onder andere hogere wedstrijdbaten, merchandising en transferopbrengsten. Daar stonden wel wat lagere inkomsten op sponsoring en eten en drinken tegenover.

De club denkt dit seizoen met een klein winst te kunnen afsluiten, staat in de stukken van Klein. Voor het seizoen 2013-2014 ging ADO uit van een sluitende begroting: 12,8 miljoen euro aan inkomsten en 12,8 miljoen euro aan uitgaven. Op basis van de huidige cijfers wordt een iets positiever resultaat verwacht, namelijk een ton winst. Dat komt vooral omdat de club geld binnenkrijgt door de verhuur van spelers.

Eigen vermogen moet omhoog

Wel wil de gemeente dat het eigen vermogen van de club omhoog gaat. Dit was eind juni nog  0,45 miljoen euro negatief. Daar staat wel tegenover dat het een jaar geleden nog 1,2 miljoen negatief was.
Toch moet dit nog beter, aldus de wethouder: ‘De trend is positief, maar om te spreken van een gezonde situatie is verdere groei van het eigen vermogen noodzakelijk. Ieder gezond bedrijf heeft een buffer nodig om eventuele plotselinge tegenvallers op te vangen', aldus de wethouder.