Zeker tien Syriëgangers uit onze regio teruggekeerd

DELFT - Zeker tien Syriëgangers uit onze regio zijn teruggekeerd. Dat blijkt uit een rondgang van Omroep West langs gemeenten. Zo’n zestig inwoners uit onder meer Den Haag, Delft, Zoetermeer en Gouda zijn naar Syrië vertrokken, zegt terrorismeonderzoeker Edwin Bakker (Universiteit Leiden). In heel Nederland gaat het volgens de Nationaal Coördinator voor Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) om een kleine honderd Syriëgangers.

Bakker noemt het aantal Syriëgangers uit Den Haag en omstreken ‘opvallend veel’. ‘Dit is duidelijk de belangrijkste regio, hier lopen de centrale figuren.’ De terrorismedeskundige doelt op ‘ronselaars’ voor de gewapende strijd tegen de Syrische president Assad. De NCTV verhoogde in maart het dreigingsniveau in Nederland naar ‘substantieel’, het derde van de vier dreigingsniveaus. Dat betekent dat de kans op een aanslag tegen Nederland 'reëel' is.
 
Bereid om geweld te gebruiken

Dat komt volgens de NCTV vooral door jihadstrijders die terugkeren naar Nederland. De mensen die naar Syrië gaan, vooral jongeren, zien veel narigheid - zeker als ze meevechten. Syriëgangers zeggen in filmpjes op internet dat ze humanitaire hulp verrichten, maar deskundigen twijfelen aan die verklaringen. Zo zijn er foto’s bekend van Nederlandse jihadstrijders met geweren. Schattingen over het aantal omgekomen Nederlandse Syriëgangers variëren tussen zeven en tien. Onlangs zou een 26-jarige Delftenaar in Syrië zijn gesneuveld.  

Als strijders terugkeren kunnen ze geradicaliseerd en getraumatiseerd zijn en misschien wel bereid zijn om geweld te gebruiken, vreest de NCTV. ‘Ook  moet er rekening mee worden gehouden dat terugkeerders van andere EU-landen, uit eigen initiatief of aangestuurd, terroristische activiteiten zouden kunnen ontplooien in Nederland.’ Volgens Bakker zijn de jihadisten op dit moment de grootste prioriteit voor de veiligheidsdiensten.

Aandacht voor teruggekeerde Syriëgangers

De afgelopen maanden is de aandacht ‘in het bijzonder gericht op de aanpak van de terugkeerders’, meldde de NCTV in november. Het dreigingsniveau blijft gehandhaafd op substantieel. Nederlandse ‘jihadisten’ die met strijdervaring uit Syrië zijn teruggekeerd naar Nederland worden ‘nauwlettend in de gaten gehouden’.

Volgens de NCTV is een ‘handvol’ Syriëgangers teruggekeerd, maar een woordvoerder wil niet zeggen waar zij nu verblijven. De gemeente Delft gaat uit van vijf ‘terugkeerders’, Den Haag van drie personen. Uit beide steden zouden zo’n twintig jongeren naar Syrië zijn vertrokken. Delft benadrukt dat het om schattingen gaat, omdat de gemeente niet precies kan bijhouden waar (meerderjarige) inwoners van de stad verblijven. Andere gemeenten in onze regio, zoals Zoetermeer en Gouda, willen geen concrete aantallen noemen. Wel zeggen ze dat het om enkelingen gaat.

Samenwerking

De gemeenten waren eerder dit jaar compleet verrast door de jihadreizen. Dat is niet zo verwonderlijk; zelfs voor veel ouders kwam het als een verrassing dat hun zoon naar Syrië is gereisd. De gemeenten ontwikkelen nu in overleg met veiligheidsdiensten beleid om te voorkomen dat inwoners naar Syrië gaan en een aanpak voor degenen die terugkeren. Gemeenten willen verstoring van de openbare orde en maatschappelijke onrust voorkomen.

Den Haag, Delft, Zoetermeer en Gouda overleggen regelmatig met elkaar en met de NCTV en de geheime dienst de AIVD. Rode draad in de gemeentelijke aanpak is reïntegratie van Syriëgangers in de maatschappij. Zolang niet is aangetoond dat zij in Syrië strafrechtelijke feiten hebben begaan verdienen zij hulp en begeleiding, vinden de gemeenten. Dat is een verschil met België, waar een hardere toon wordt aangeslagen. De Antwerpse burgemeester De Wever bijvoorbeeld wil Syriëgangers uit het bevolkingsregister schrappen. 

Terugkerende Syriëgangers moeilijk bereikbaar

In Zoetermeer heeft welzijnsorganisatie Stichting Mooi samen met een moskee een aanpak voor de gemeente bedacht. Daarvoor heeft de stichting 60.000 euro subsidie ontvangen. Doel is contact te leggen met (potentiële) Syriëgangers en hun familie en hen ondersteuning te bieden op het gebied van onder meer scholing en werk. Dat alles om maar te voorkomen dat jongeren (verder) radicaliseren en naar Syrië reizen. Bakker is te spreken over de aanpak van de gemeenten. ‘De aanpak lijkt soft, maar is dat niet. Het is verstandig om jongeren proberen weer in de maatschappij op te nemen.’

Vooralsnog blijkt het voor Nederlandse instanties niet eenvoudig om de jongeren te bereiken. De vijf teruggekeerde Delftse Syriëgangers hebben bijvoorbeeld geen uitkering. Als terugkeerders geen uitkering hebben en niet langer leerplichtig zijn kan een gemeente niet zoveel meer dan praten en proberen de jongeren te begeleiden. Daarom werken gemeenten samen met onder meer moskeeën, politie, scholen en maatschappelijke organisaties. Ook doen gemeenten een beroep op de (moslim)gemeenschap om radicalisering te herkennen en te melden.

Vervolging van Syriëgangers

Waar gemeenten willen zorgen voor een ‘zachte landing’, wil het Openbaar Ministerie Syriëgangers vervolgen die daadwerkelijk gevochten hebben. Het Landelijk Parket wil niets zeggen over specifieke zaken. Ook wordt op verzoek van de Tweede Kamer onderzocht of mensen het Nederlands burgerschap kan worden afgenomen ‘bij deelname aan non-statelijke strijdgroepen’.

Terrorismedeskundige Bakker verwacht dat het nog wel even kan duren tot teruggekeerde jongeren vervolgd worden. ‘Het is niet eenvoudig om bewijs te verzamelen dat Nederlanders daadwerkelijk in Syrië hebben gevochten.' Recent werden in Rotterdam wel twee Nederlanders veroordeeld die in het land wilden strijden.

Deel dit artikel: