Instellingen

Wassenaar: Niets mis met afkoopsom voor seksrel

Gemeentehuis De Paauw Wassenaar
Gemeentehuis De Paauw Wassenaar

WASSENAAR - Met de afkoopsom die de gemeente Wassenaar betaalt aan drie raadsleden om de seksrel te kunnen afsluiten is niets mis. De betrokkenen krijgen het geld niet als raadslid, maar als privépersoon. Dat stelt de advocaat van de gemeente Wassenaar, Willem van der Werf van bureau Van der Feltz Advocaten.

De Wassenaarse seksrel draait om wethouder Henk de Greef. Die zou seksueel getinte opmerkingen hebben gemaakt tegen toenmalig raadslid Mary-Jo Van de Velde.

Afgelopen maandag ging de gemeenteraad van het villadorp akkoord met afspraken die zijn gemaakt met raadsleden Van de Velde, Henk de Vries en Ben Paulides. Zij krijgen samen 120.000 euro als vergoeding van door hen gemaakte juridische kosten én als compensatie voor schade die zij hebben geleden. In ruil daarvoor stoppen zij alle procedures om zo een streep onder de zaak te kunnen zetten.

Volgens een aantal critici zou dit niet mogen. Zo noemde de deskundige op het gebied van staats- en bestuursrecht Frits van Vugt de deal illegaal. Hij meent dat de gemeente Wassenaar de wet zou overtreden. Van Vugt stelt dat de gemeentewet niet toestaat dat lokale politici andere vergoedingen ontvangen dan de tegemoetkoming voor hun werk als raadslid.

Gemeente bestrijdt kritiek

De advocaat van de gemeente bestrijdt dat. Hij erkent dat op basis van de gemeentewet aan raadsleden geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente worden toegekend.

Maar het geld dat de drie kregen, valt daar niet onder, stelt hij. ‘De overeengekomen vergoeding is immers niet bedoeld voor de uitoefening van het raadslidmaatschap. Van de Velde, Paulides en De Vries hebben als privépersonen de gemeente aansprakelijk gesteld wegens onrechtmatige daad en een schadevergoeding gevorderd in verband met de nazit en feiten die zich daarna hebben voorgedaan.’

Geld is niet voor raadsleden

De advocaat: ‘Dat de overeenkomst betrekking heeft op de nazit en dat die nazit plaatsvond in aanwezigheid van onder andere raadsleden en wethouders, betekent niet dat de vergoeding bedoeld is voor de uitoefening van het raadslidmaatschap.’