Instellingen

Wanneer is harde wind een storm?

Op Scheveningen woedt de storm in al zijn hevigheid.
Op Scheveningen woedt de storm in al zijn hevigheid.

DEN HAAG - De maand december kunnen we omschrijven als nat en winderig. We hoefden de schaatsen nog niet te slijpen en we hadden geen witte kerst. In plaats daarvan moesten we ons beschermen tegen het water en hoopten we dat we niet wegwaaiden. Als het vrijdag weer tot een storm komt, dan is het de vierde grote storm van het jaar. Voor het laatst in 2002 voorgekomen. Weeronline meldt dat er windstoten zijn gemeten tot 86 kilometer per uur.

'Op zich zijn vier stormen in een jaar niet heel bijzonder’, aldus Omroep West-weerman Huub Mizee. 'Stormen zijn erg onregelmatig en het komt zelfs voor dat er jaren zijn dat we helemaal geen één storm hebben. De onregelmatigheid is een kenmerk.'

Volgens Mizee ontstaan de stormen door een straalstroom. 'Dat is een zeer sterke wind die op ongeveer 10 kilometer hoogte waait.' Weerkundigen spreken van een straalstroom als de wind op die hoogte een snelheid heeft van meer dan 100 kilometer per uur.

Temperatuurverschillen

Stormen in Nederland komen vooral in de periode tussen oktober en maart voor. 'Dit jaar zijn er sterke temperatuurverschillen tussen de Noordpool, Canada en de tropen', zegt Mizee.

Door die temperatuurverschillen tussen het noordelijk en het zuidelijke deel van het noordelijk halfrond kunnen depressies ontstaan. De depressies worden samen met de straalstroom richting onze kust gevoerd. Het is dan onrustig in de atmosfeer, waardoor er stormachitig weer onstaat. Bij windkracht 9 wordt er gesproken van een storm. 

Zuider- en noorderstorm

In Nederland hebben wij vaak last van een zuiderstorm. ‘Het lage drukgebied ligt dan boven Schotland en de wind komt uit zuiden. Als dit lage drukgebied richting niet in de buurt van Schotland is, maar zich verplaatst naar Scandinavië, zoals de Sinterklaasstorm op 5 december, dan is het een noorderstorm en dat levert meer gevaar op.

'Het getij, de beweging van eb naar vloed, verplaatst zich bij een noorderstorm van zee naar land. Bij een zuiderstorm is dat andersom. Daardoor hebben we kans op hoog water en moeten we dus oppassen. Op 5 december was er daarom ook dijkbewaking.'

Grote stormen

De bekendste noorderstorm is de watersnoodramp van 1953. De combinatie van de richting van de wind en het springgetij stuwden het water op tot een recordhoogte. Daardoor overstroomde een groot deel van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse Eilanden.

Een grote noordwesterstorm in de regio was de Sint-Pietersvloed in 1651. In Scheveningen en Katwijk werden door twee stormvloeden huizen weggeslagen.