Instellingen

D66: Belastingkantoor bij HS móet echt opgeknapt

DEN HAAG - De gemeente Den Haag moet nu echt ‘alles in het werk’ gaan stellen om ervoor te zorgen dat het kleine voormalige belastingkantoor bij station Hollands Spoor wordt omgevormd van een desolaat, verloederd pand tot iets wat past bij de stadsentree van de stad.

Dat vindt D66 in de Haagse gemeenteraad. Raadslid Martijn Bordewijk vecht al zo ongeveer zijn hele politieke carrière voor verbeteringen rond het station. Binnenkort neemt hij afscheid. Maar op de valreep stelt hij nog een keer vragen over de kwestie.

Hij hoopt dat de ook al vertrekkende wethouder Marnix Norder (PvdA, bouwen en wonen) nog even zijn ‘uiterste best’ gaat doen om wat van de betonnen kolos te maken. Of dit onderwerp in ieder geval ‘met een warme aanbeveling’ aan zijn opvolger overdraagt.

Gebouwen staan al lang leeg

De beide belastingkantoren bij HS staan al jaren leeg. Het grote - voor wie uit het station komt rechts - krijgt binnenkort nieuwe gebruikers. Op de begane grond komt een Albert Heijn. Voor het kleine werden de afgelopen jaren ook al veel plannen gemaakt, maar tot nu toe strandden die steeds.

Bordewijk vindt dat niet acceptabel. ‘Voor veel bezoekers van Den Haag, toeristen en mensen die voor zaken komen, is het gebied rond het station het eerste wat ze van de stad zien. De eerste blik op de stad moet daarom een visitekaartje zijn. Een mooi stationsplein is daarom van groot belang.’

'Gebied biedt troosteloze aanblik'

Dat er nu plannen voor het ene kantoor zijn, stemt het raadslid positief. Maar dat het andere pand leeg blijft staan, is een smet. ‘Inmiddels is het alweer maart 2014 en biedt het een nog altijd even troosteloze aanblik als vier jaar geleden. Tevens heeft dit pand invloed op het veiligheidsgevoel van veel mensen als het later op de avond of nacht is.  D66 vindt  deze aanblik Den Haag en de entree tot de stad onwaardig.

Hij wil daarom weten van wie het pand op dit moment precies is en wat er nu aan gaat gebeuren. Als er geen definitieve plannen zijn, moet er een tijdelijke invulling komen, stelt Bordewijk.