Instellingen

Lokale partijen verschillen erg van elkaar: van protest tot serieus

westkiest-stemhokjes-leeg-stemmen-zoetermeer-verkiezingen
westkiest-stemhokjes-leeg-stemmen-zoetermeer-verkiezingen
DEN HAAG - Dé lokale partij bestaat niet. Dat zeggen kenners van het lokaal bestuur. Politicoloog Peter Castenmiller: ‘Je hebt ze in alle soorten en maten, van protestpartij tot serieuze bestuurderspartij. Veel lokalen draaien al een hele tijd mee en nemen hun bestuurlijke verantwoordelijkheid.’

Door Brian van der Bol en Rob Vlastuin

Bij de laatste paar gemeenteraadsverkiezingen hebben de lokale partijen goed gescoord. Ze komen twee keer zoveel in gemeentebesturen, blijkt uit een inventarisatie van Omroep West. Protestpartijen voeren doorgaans stevig oppositie. Veel ‘lokalo’s’ zijn begonnen als afsplitsing van bestaande partijen of als one issue-partijen. Een voorbeeld is Westland Verstandig, voortgekomen uit een burgercomité dat zich verzette tegen nieuwbouw van het Westlandse gemeentehuis. Castenmiller: ‘Sommige van die partijen ontwikkelen zich tot brede partijen, die geworteld zijn in de lokale samenleving. Maar je ziet nog steeds veel partijen die zich boos maken over een specifiek punt en voor de rest weinig te bieden hebben.’
Lokale partijen doen het van oudsher goed op het platteland. Vooral ten zuiden van de grote rivieren hebben de ‘lokalo’s’ traditiegetrouw veel aanhang. In de jaren ’90 kwamen de ‘leefbaren’ op, onder meer in Hilversum en Utrecht. ‘Daardoor werden de lokale partijen zichtbaarder, maar nieuw zijn ze niet. Sterker, aan het begin van de 20e waren er op gemeentelijke niveau alleen maar lokale partijen’, zegt emeritus hoogleraar bestuurskunde Arno Korsten.

Jarenlange ervaring

 
Het is dus niet vreemd dat zij in meer gemeenten meebesturen, vindt Korsten. ‘Veel lokale partijen bestaan al jaren en hebben zich bewezen als serieuze gesprekspartner en worden uitgenodigd om deel te nemen aan de gemeentebesturen.’ In Delft bijvoorbeeld zit de in 1993 opgerichte studentenpartij STIP al sinds 1998 in het college.
Wethouders van lokale partijen treden verhoudingsgewijs wel vaker af. Politicoloog Castenmiller: ‘Veel traditionele partijen hebben een decennialange ervaring op het gebied van besturen, waar ze op terug kunnen vallen. Lokale partijen hebben dat meestal niet, zeker niet als ze voor het eerst meedoen aan de verkiezingen. Daardoor zie je dat het vaker op een teleurstelling uitloopt.’

Spannende collegeperiode

Dat wethouders van lokale partijen eerder ‘vallen’ komt niet zozeer doordat zij lokaal zijn, zegt Korsten. ‘De reden is vooral dat ze nieuw zijn. Als de PvdA ergens jarenlang niet heeft meebestuurd en na een verkiezingswinst opeens weer in het college komt is zo’n wethouder vaak ook kwetsbaarder. Raadsleden en wethouders moeten wennen aan de nieuwe rol van bestuurder, dat gaat weleens mis.’
De komende jaren worden spannend, zegt Castenmiller. ‘De landelijke partijen krijgen steeds minder grip op de lokale politiek. Dat er door een extra versplintering bij de verkiezingsuitslag nog meer partijen nodig zijn om een college te vormen maakt het spannender. En dat er nog meer mensen meebesturen zonder ervaring maakt het nog ingewikkelder. Het zal ongetwijfeld een levendige periode worden.’

Eigen geluid

Opvallend is dat in alle reeds gevormde coalities in onze regio slechts steeds maar 1 lokale partij per coalitie meebestuurt. Zo vormen in Leidschendam-Voorburg CDA en D66 een college met Gemeentebelangen. In Hillegom schuift Bevolkingsbelangen Hillegom (BBH) aan bij CDA, VVD en D66.
Volgens Castenmiller slagen de ‘lokalo’s’ er desondanks wel degelijk in om hun eigen geluid te vertolken. ‘Als je eenmaal in een college zit is dat op basis van gelijkwaardigheid en daarom slagen lokale partijen er over het algemeen in om hun eigen standpunten naar voren te brengen. Ze doen het even goed als de gevestigde partijen.’