Nationale Ombudsman: 'Geen structurele misstanden bij politie Schilderswijk'

REGIO - DEN HAAG – Bij de politie van het bureau De Heemstraat in Den Haag is geen sprake van 'structurele misstanden' rond discriminatie en het gebruik van geweld.

Dat constateert de waarnemend Nationale Ombudsman, Frank van Dooren, in een rapport over het optreden van agenten in de Schilderswijk. De Nationale Ombudsman deed onderzoek na verschillende signalen, waaronder klachten van het 'Actiecomité Herstel van vertrouwen'. Van Dooren wijst er echter ook op dat zowel de burgers in de Schilderwijk als de politie zich moeten inspannen om 'escalatie te voorkomen'.

Het comité had zestig klachten over discriminatie en disproportioneel geweldgebruik tegen de bewoners. Toen hen werd gevraagd deze te concretiseren, bleven er zeventien over. Deze zijn doorgestuurd naar de onafhankelijke klachtencommissie van de politie. Het onderzoek naar deze klachten loopt nog.

Onderzoek naar zes onderdelen

Het onderzoek van de interim-ombudsman richtte zich op zes verschillende onderdelen van politieoptreden: bejegening, geweldgebruik, onderscheid naar etniciteit, ID-controles, het opnemen van aangiften en klacht-behandeling. Bij geen hiervan heeft de ombudsman in het onderzoek aanwijzingen gevonden voor structurele misstanden.

Sterker: hij vindt dat het beeld dat de media en het actiecomité schetsen over het politieoptreden in de wijk te negatief. Bovendien zegt hij dat veel inwoners van de wijk zich niet voelen vertegenwoordigd door het comité. 

Kleine groep zou niet behoorlijk handelen

De wijze van bejegening van mensen in de wijk door agenten, komt terug bij diverse aspecten van politieoptreden die de Nationale ombudsman heeft onderzocht, staat in het rapport dat dinsdag werd gepresenteerd. Volgens Van Dooren geven bewoners aan dat een kleine groep, vooral jongere politieambtenaren hen niet behoorlijk behandelt.

Hij vraagt de politie om zich professioneel te gedragen. Tegelijkertijd stelt de ombudsman ook dat de bewoners van de wijk zich fatsoenlijk naar de politie moeten gedragen. Agenten en burgers hebben allebei een rol om escalatie te voorkomen, zegt hij. Van Dooren noemt het daarom 'belangrijk' dat politieambtenaren elkaar aanspreken op grensoverschrijdend gedrag en dat de politie na escalatie de eigen rol daarin evalueert.

Vaker geweld in Schilderswijk

Van Dooren constateert ook dat de politie in de Schilderswijk vaker geweld toepast dan in andere Haagse wijken. Dat zou kunnen worden verklaard door de hoge criminaliteit in de wijk, stelt hij. In individuele gevallen gaat het geweld wel eens te ver.

De Nationale ombudsman heeft echter geen aanwijzing gevonden dat de politie in de wijk structureel te veel geweld gebruikt. In het algemeen vindt hij dat de politie terughoudend moet zijn met geweldgebruik. En dat het optreden van de politie gericht moet zijn op de-escalatie.

'Geen cultuur van discriminatie'

In het rapport staat ook dat er geen aanwijzingen zijn voor 'een cultuur van discriminatie binnen Bureau De Heemstraat'. Maar de ombudsman sluit niet uit dat agenten soms uitlatingen doen die als discriminerend kunnen worden ervaren. 'Het is wenselijk dat er meer politieambtenaren met een niet-Nederlandse afkomst werkzaam zijn in de wijk,' zegt hij.

Meer aandacht moet de politie besteden aan de manier waarop agenten controles uitvoeren naar identiteitsbewijzen. Veel jongeren geven aan dat zij herhaaldelijk worden gevraagd naar hun ID-bewijs. De ombudsman heeft niet heeft kunnen vaststellen dat daarbij sprake was van etnisch profileren – het controleren op basis van afkomst. Maar het risico bestaat dat het wel zo door burgers wordt ervaren. Om escalatie te voorkomen, geeft de ombudsman de politie mee om steeds goed na te denken met welk doel zij een ID-bewijs vraagt. En om de reden uit te leggen.
 
Tien procent autochtoon

De ombudsman keurt het af wanneer een ID-controle wordt uitgevoerd bij iemand van wie de politie de identiteit al kent. Verder constateert hij dat in een wijk als de Schilderswijk - waar slechts tien procent van de bewoners van autochtoon-Nederlandse afkomst is -  moeilijk is vast te stellen of er bij ID-controles sprake is van etnisch profileren.

In de wijk is er ook veel onvrede over de behandeling van klachten en het niet opnemen van aangiften. Dat komt vooral voort uit onwetendheid van mensen over de procedures, stelt de ombudsman.

Duidelijk communiceren

Iemand kan aangifte doen tegen een agent als die een strafbaar feit heeft gepleegd. Een klacht kan worden ingediend als iemand vindt dat hij onbehoorlijk is behandeld. Het komt regelmatig voor dat mensen aangifte willen doen omdat ze het niet eens zijn met een bekeuring. Van Dooren noemt het 'van groot belang' dat de politie duidelijk communiceert over de verschillende procedures om misverstanden te voorkomen.

De ombudsman heeft ook kritiek op bewoners van de wijk, vooral jongeren. Hij ziet dat die soms een kat-en-muisspel spelen met de politie en agenten het bloed onder de nagels vandaan halen.

Advies voor bewoners

Hij komt ook met een advies voor de bewoners van de wijk . In veel gevallen leidt het gedrag van jongeren jegens de politie tot escalatie. Van Dooren: 'Als je vindt dat de politie ten onrechte om je ID-bewijs vraagt, ga dan niet in discussie en uit in ieder geval geen beledigingen. Maar toon je ID-bewijs en dien vervolgens een klacht in. Dat voorkomt escalatie.'

De documentaire ‘Als iedereen verdacht is’, is hier terug te kijken.

Lees alle berichtgeving over dit onderwerp in ons dossier  

Deel dit artikel: