Ondergrondse spoortunnel in Delft kampt nog met kinderziektes

DELFT - ProRail heeft drie dagen na de eerste trein door de ondergrondse spoortunnel bij Delft nog steeds te maken met enkele kinderziektes. Niet alleen de te snel bewegende draaideuren zijn een probleem, ook de afstelling van het brandmeldingssysteem heeft voor overlast gezorgd.
Zowel zondag als maandag was er een vals brandalarm in de spoortunnel. Hierdoor moest het treinverkeer langere tijd worden stilgelegd. De technische storing, zoals het wordt genoemd, wordt veroorzaakt door meetapparatuur die niet goed is afgesteld.
Volgens woordvoerder Huub Veeneman van ProRail is nog niet precies duidelijk waar het misgaat: 'Het kan een kwestie zijn van het juist afstellen bij de juiste temperatuur bij een brand, dan wel dat er iets mis is met de apparatuur die dat meet.'

Draaideuren

Het probleem met de draaideuren is deels opgelost. De treinen mogen met maximaal 80 kilometer per uur door de spoortunnel rijden. Bovendien zijn de draaideuren strakker aangedraaid, zodat ze minder snel kunnen bewegen. Maar ook met 80 kilometer per uur wordt er nog zoveel lucht verplaatst door de rijdende treintoestellen, dat het hard kan waaien in de spoortunnel.
ProRail kijkt nu hoe deze windstroom beter verspreid kan worden. Veeneman: 'In de tunnel zitten zogenoemde luchtnivelleringsgaten. Dat zijn roosters die open en dicht kunnen en daarmee zijn we ’s nachts aan het experimenteren. En je hebt een tweede spoortunnel, waar nog geen spoor ligt. Die staan nu vanwege de veiligheid dicht, maar ook daar zijn we mee aan het experimenteren, zodat de lucht beter kan worden verspreid.'