'Onderzoek nodig naar huizen Haagse Joden na Tweede Wereldoorlog'

DEN HAAG - De Stichting Joods Erfgoed Den Haag wil dat er een onderzoek komt naar na-oorlogs rechtsherstel voor Haagse Joden. Uit recent onderzoek blijkt dat in Amsterdam veel Joden na de oorlog hoge gemeentelijke heffingen moesten betalen, terwijl hun huizen in de oorlog werden onteigend. Of dit in Den Haag ook het geval was, is nog niet bekend. ´En dat knaagt aan het rechtsgevoel,´ aldus de stichting.
Het kennis- en informatiecentrum over oorlog, Holocaust en genocidestudies (NIOD) onderzocht de situatie in Amsterdam en kwam tot de conclusie dat dat vrijwel overal een strikte naleving van bureaucratische regels voorrang had op inlevingsvermogen over de buitengewoon moeilijke positie van de overlevende Joden. Joden moesten na de oorlog hoge gemeentelijke heffingen betalen. Amsterdam is inmiddels begonnen met het terugbetalen van de boetes over de achterstallige erfpachtbetalingen van Joden.

In 1941 kregen Joodse particuliere huizenbezitters de mededeling dat zij van huiseigenaren huurders waren geworden. Een jaar later ontnam de bezetter zelfs het woonhuis van vele Joden. Onder leiding van NSB-burgemeester Harmen Westra kocht de gemeente Den Haag actief eigendommen op van door de Duitsers ontbonden verenigingen. Het is niet duidelijk of en hoeveel huizen van gedeporteerde Joodse Hagenaars de gemeente Den Haag in deze periode heeft aangekocht.

Zwarte bladzijde

‘De Tweede Wereldoorlog en het lot van de Joden is een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis,’ schrijft de stichting aan de gemeente Den Haag. ‘Hoe de positie van Den Haag bij de opvang en het rechtsherstel van de overlevenden was, is slechts fragmentarisch bekend en mag geen zwart gat blijven. Den Haag heeft altijd een grote Joodse gemeenschap gekend en kan ook daarom niet achterblijven bij Amsterdam’.  


Deel dit artikel: