'Moslimkinderen van 9, 10 jaar hebben al extreme ideeën; ze juichen aanslagen toe'

DEN HAAG - Kinderen uit moslimgezinnen hebben op steeds jongere leeftijd radicale ideeën. Dat zeggen betrokkenen uit het onderwijs en de moslimgemeenschap tegen Omroep West. De Haagse onderwijswethouder Ingrid van Engelshoven (D66) herkent de signalen en spreekt van een ‘potentieel groot gevaar voor de samenleving’. Volgens haar zijn er in Den Haag ‘tientallen’ moslimjongeren met radicale ideeën.
Van Engelshoven: ‘Het is zorgelijk dat je soms al bij hele jonge kinderen ziet dat ze vatbaar zijn voor dergelijke ideeën. Dat vormt een potentieel groot gevaar voor de samenleving, de kinderen kunnen later verder radicaliseren en overgaan tot geweld. We moeten er vroeg bij zijn en het goed in de gaten houden.’

LEES OOK: 'Jongeren willen ergens bij horen, daarom lijken criminaliteit en radicalisering op elkaar'

Abdelhamid Taheri, voorzitter van de as-Soennahmoskee in Den Haag: ‘We krijgen signalen dat kinderen van 9, 10 jaar al extreme ideeën er op na houden.’ Taheri merkt bijvoorbeeld dat jonge kinderen aanslagen toejuichen of sympathie tonen voor terreurorganisaties als Islamitische Staat (IS). ‘Kinderen op de basisschool weten vaak nog niet waar ze het over hebben, maar het baart ons wel zorgen.’

Meerdere Haagse scholen hebben te maken met radicalisering

Pedagoog Mirte Loeffen van het onderwijsadviesbureau Seinpost geeft trainingen aan leerkrachten in het basisonderwijs. Zij hoort regelmatig verhalen over radicale opvattingen van jonge leerlingen. ‘Maandagochtend in het kringgesprek vertelt een kind dan bijvoorbeeld dat de V-hals van de juf haram is, dus onrein volgens de islam. Of dat ze geen broodje ham mag eten.’

In 2014 heeft de gemeente aan scholen in de stad gevraagd of zij te maken hebben met radicalisering. Dat bleek op meerdere scholen het geval, zegt wethouder Van Engelshoven. ‘Uit die gesprekken is een gezamenlijke aanpak voortgekomen, waarbij we de professionals op scholen trainen en begeleiden.’

‘Radicale denkbeelden ontstaan op straat en sociale media’

Er zijn volgens de wethouder ongeveer 3.500 ‘professionals’ in het onderwijs, de jeugdhulp en het welzijnswerk getraind over hoe ze tijdig signalen van radicalisering kunnen oppikken. En hoe ze daar om mee moeten gaan. Van Engelshoven: ‘Het is goed dat leerkrachten handvatten hebben om met kinderen én hun ouders in gesprek te gaan en zo de weerbaarheid van de kinderen te vergroten.’

LEES OOK: Politie heeft 130 radicale moslims in vizier in Den Haag

Moskeevoorzitter Taheri denkt dat de kinderen radicale denkbeelden op straat en sociale media opdoen. ‘Ze leren het in ieder geval niet thuis, in de moskee of op school’, zegt de voorzitter van de as-Soennah, die te boek staat als een van de meest fundamentalistische moskeeën van het land.

Pedagoog: Koranscholen en reguliere scholen moeten samenwerken

Pedagoog Mirte Loeffen, die trainingen geeft aan scholen over radicalisering, betwijfelt dat. Volgens haar leren veel kinderen uit moslimgezinnen op koranscholen - vaak in de moskee - zaken die niet overeenkomen met de Nederlandse waarden. Leerkrachten van basisscholen weten volgens Loeffen niet hoe ze daar mee om moeten gaan. ‘Onderwijzers zijn voor het overgrote deel blanke autochtonen, met weinig of geen kennis van de Islam. Deze gescheiden werelden moet je met elkaar verbinden.’

Docenten van koranscholen en reguliere scholen zouden volgens de pedagoog met elkaar in gesprek moeten gaan. ‘Als de juf de koranschool kent, is ze niet langer een tegenstander naar wie kinderen toch niet hoeven te luisteren, maar een iemand van wie je wat kan aannemen. Dan komen de belevingswerelden bij elkaar.’

Moskeevoorzitter: ‘Scholen zijn huiverig om ons binnen te halen’

Abdelhamid Taheri vindt dat scholen vertegenwoordigers van de moskeeën of andere islamitische organisaties zouden moeten uitnodigen om een ‘ideologie tegenover radicale denkbeelden’ te zetten. ‘Het heeft meer effect als mensen met verstand van de islam dat verhaal vertellen dan wanneer mensen dat doen die er geen kaas van hebben gegeten.’

Volgens Taheri heeft zijn moskee, gevestigd in de Schilderswijk, regelmatig vergeefs een ‘handreiking’ naar scholen gedaan. ‘Scholen zijn huiverig om ons binnen te halen. Ze denken: die komen vast om te prediken of om zieltjes te winnen, maar die angst is niet terecht. Wij respecteren de scheiding tussen kerk en staat. We hebben hetzelfde doel als de scholen; radicalisering tegengaan.’

Professionele aanpak

Wethouder Van Engelshoven vindt het ‘op zich prima’ als moskeeën willen bijdragen aan het voorkomen van radicalisering. ‘Maar op scholen moeten we vooral kiezen voor de professionele aanpak. Bovendien hebben wij andere ideeën over integratie dan de as-Soennahmoskee, ik ben er geen voorstander van om hun ideeën in de scholen te brengen.’

Pedagoog Loeffen vindt dat scholen banden moeten onderhouden met meerdere moskeeën en islamitische organisaties. ‘Je moet voorkomen dat één partij komt vertellen wat de ware Islam is. Dé Islam bestaat namelijk niet, er zijn vele stromingen.’ Verder is er volgens de pedagoog een belangrijke rol voor de ouders weggelegd. ‘Nu lukt het vaak niet om ouders van moslimgezinnen te bereiken.’

Gemeente Den Haag traint moslimmoeders

Maar vaak hebben zelfs de ouders het niet in de gaten als hun kinderen radicaliseren. De gemeente Den Haag wil daar wat aan doen. Vorige week werd bekend dat de gemeente moslimmoeders gaat trainen om signalen van radicalisering bij hun kinderen te herkennen en op tijd tegen te houden. De gemeente stelt subsidie beschikbaar voor een project dat door de moeders zelf bedacht is. Volgens burgemeester Jozias van Aartsen zijn de moeders van de kinderen bij uitstek geschikt om moeilijke gesprekken met hun kinderen aan te gaan.

Tijdens de trainingen leren de moeders welke argumenten ze kunnen gebruiken tijdens die gesprekken. Bijvoorbeeld dat het leven in Syrië en Irak onder gezag van terreurgroep Islamitische Staat helemaal geen pretje is en dat veel buitenlandse strijders wel terug willen, maar niet kunnen omdat hun paspoort in beslag is genomen.