Lege winkels ingenomen door 'witte raven', barbier legt klanten in de watten met glaasje whisky

DEN HAAG - Hippe koffiezaakjes, kledingwinkels en kappers, (biologische) speciaalzaken en ijssalons. In oude stadscentra, zoals Den Haag, Leiden, Utrecht, Amsterdam en Haarlem lijkt de vraag naar dit soort onafhankelijke, ambachtelijke zaken onverzadigbaar. Maar nu heeft ook het kleine Voorhout zijn eigen traditionele barbier, geschoeid op de leest van het bekende Rotterdamse Schorem.
'Ik had altijd de droom om in mijn eigen dorp een zaak te beginnen en er was hier nog geen echte herenkapper', zegt Ronald Willems van Ro's Barbershop aan de Herenstraat. Hij knipt de modernste kapsels en onderhoudt hippe baarden die in de jaren vijftig nog gemeengoed waren.

De onernemer probeert zijn klanten in de watten te leggen, onder meer door gratis een glaasje te schenken. 'Het was vroeger bij de barbier ook niet ongebruikelijk dat je wat langer bleef zitten met een whisky of een biertje.'

Belevenis

Willems doet wat retaildeskundigen 'inspelen op de veranderende vraag van consumenten' noemen. 'Winkeliers moeten een belevenis creëren, anders kopen mensen hun spullen wel op internet', zegt de in koopgedrag gespecialiseerde econoom Cor Molenaar. Om je haar te knippen of baard bij te laten werken, moet je natuurlijk altijd de deur uit, maar dat geldt veel minder voor bijvoorbeeld schoenen, boeken en consumentenelektronica.  

Door de economische crisis van de afgelopen jaren en de opkomst van het kopen op internet heeft de fysieke winkel het moeilijk. Al zijn er grote verschillen: waar de Primark in het centrum van Den Haag floreert, moest de V&D even verderop de deuren sluiten. Woensdag werd bekend dat de Franse sportketen Decathlon zich in een deel van het leegstaande pand vestigt.

Eén op de tien winkels staat leeg

De winkelleegstand in Nederland is door het economisch herstel vorig jaar licht afgenomen naar ruim 16.500 panden, blijkt uit het recent verschenen ‘Rapport Winkelleegstand’ van onderzoeksbureau Locatus. Maar niet alle winkelgebieden profiteren van die opleving; vooral stadsdeelcentra hebben het volgens Locatus moeilijk. Zo kampt winkelcentrum Leyweg in Den Haag met de grootste leegstand van Nederland. Daar staat bijna één op de tien winkels leeg.

De Leyweg en de Megastores in Laak zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de Haagse leegstand (circa 9 procent in de hele stad), aldus de gemeente. ‘Gezamenlijk met de vastgoedeigenaren wordt hier gewerkt aan structurele oplossingen. Den Haag heeft - net als veel andere gemeenten - het beleid om het aantal vierkante meters winkelruimte terug te dringen. Dat doet de gemeente door in bestemmingsplannen ruimte te bieden aan horeca en ‘andere bedrijfsgerichte functies’.

Vastgoedeigenaren niet flexibel

Een probleem is volgens Den Haag dat sommige vastgoedeigenaren vast blijven houden aan te hoge huurprijzen of ‘niet mee willen of kunnen werken aan flexibele oplossingen’. ‘Een klein deel van de leegstand is structureel en wordt minder makkelijk door de markt ingevuld. In de komende periode willen we deze hardnekkige leegstand meer aandacht gaan geven.’

Ook winkels in kleinere plaatsen (tot 50.000 inwoners) gaan een lastige toekomst tegemoet, zegt econoom Cor Molenaar, tevens bijzonder hoogleraar e-marketing aan de Erasmus Universiteit. ‘Voor de dagelijkse boodschappen gaan mensen nog wel naar de buurtwinkelcentra, maar voor de overige aankopen is er steeds meer concurrentie. Van internet, maar ook van aantrekkelijke winkelgebieden in de regio.’    

Internet

Onderzoeksbureau Locatus deelt die analyse: ‘Bij recreatief winkelen is het gedrag van de consument aan het veranderen. Dankzij internet hoeft men niet meer per se naar de fysieke winkel. Doet iemand dat dan toch, dan is winkelen echt een dagje uit.’ De consument kiest volgens Locatus steeds meer voor de centra met het meest uitgebreide aanbod. ‘Dat daarvoor dan iets verder gereisd moet worden, neemt men op de koop toe. Daarmee trekken de topsteden steeds meer bezoekers, ten koste van de middelgrote steden en de stadsdeelcentra.’

Jaren van verlies en ‘het opeten van reserves’ zullen tot de ondergang van veel kleine winkeliers leiden, zegt Molenaar. De econoom pleit voor een saneringsplan, waarvan het geld terechtkomt bij de zelfstandige winkeliers. Daarnaast moet er een ‘actief trainingsprogramma’ voor winkeliers en herplaatsingsbeleid komen, vindt de econoom.

Kleine winkel moet zich onderscheiden

Kleine winkels hebben volgens Molenaar wel een kans om te overleven, mits ze zich onderscheiden. ‘Ze moeten een aanbod hebben waar niet naar gezocht wordt op internet. Denk aan leuke boetiekjes, ambachtswinkels en delicatessezaken, hebbedingetjes en emotie- of gezondheidsproducten.’

Een klant van Ro’s Barbershop in Voorhout ging eerst naar een kapper verderop in het dorp. ‘Maar een barbier is echt een andere ervaring’, zegt hij terwijl Ronald Willems behendig met zijn lange mes langs zijn bakkenbaarden scheert. Als de barbier klaar is, neemt de klant nog een biertje. Maar wel pas als hij weer rechtop kan zitten.

Lees meer over dit onderwerp in ons dossier over winkelleegstand