Bijna één op de vier kinderen in Den Haag groeit op in armoede

DEN HAAG - Van alle kinderen in Den Haag groeit bijna een kwart op in armoede. Dit betekent in de praktijk dat 21.500 kinderen in de stad minder kunnen sporten, niet mee kunnen op schoolreis, nauwelijks op vakantie gaan en minder goed eten dan leeftijdgenootjes. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Voor de SP in de Haagse gemeenteraad zijn de cijfers aanleiding om alarm te slaan. Fractieleider Bart van Kent noemt het ‘schokkend nieuws’. ‘Dit is geen tegenslag meer, maar een aanslag op het leven van die kinderen', zegt hij. ‘Den Haag heeft tientallen miljoenen euro’s op de plank liggen. Er moet nu een plan komen om ervoor te zorgen dat dat naar die kinderen gaat.’

Van Kent wijst er ook op dat Den Haag veel regelingen kent voor mensen die arm zijn. ‘Maar toch zie je dat die nog niet voldoende werken. Het geld komt niet terecht bij de mensen die het nodig hebben.’

Zorgpremie halveren

Daarom wil hij bijvoorbeeld dat de zorgpremie van mensen met lage inkomens automatisch wordt gehalveerd door de gemeente. ‘Daardoor zouden ze zo’n 60 euro per maand extra ruimte krijgen. Dat lijkt niet veel, maar dat is bijvoorbeeld wel het verschil tussen wel of niet meegaan op schoolreis.’

Uit de cijfers van het CBS blijkt dat in heel Nederland in 2014 in totaal 421.000 minderjarige kinderen opgroeiden in armoede. Dat is 12 procent. 131.000 minderjarige kinderen leefden al vier jaar of langer in een huishouden met een laag inkomen.

Zuid-Holland provincie met meeste arme kinderen

Verder zijn er flinke regionale verschillen. De provincie met het hoogste aandeel kinderen dat risico loopt op armoede is Zuid-Holland, met 1 op de 7 kinderen. Vooral in de grote steden zijn veel arme gezinnen. In Rotterdam groeit 1 op de 4 kinderen op in een gezin met een laag inkomen. Maar ook in Den Haag is het aantal fors, met 22,1 procent.

Bij een inkomen beneden de lage-inkomensgrens spreekt CBS van risico op armoede. De lage inkomensgrens hangt wel af van de gezinssituatie. Voor een paar met twee kinderen bijvoorbeeld lag de lage-inkomensgrens in 2014 op 1920 euro per maand.

Weinig nieuw kleren

Volgens het CBS kunnen kinderen uit gezinnen met een laag inkomen minder vaak meedoen aan activiteiten dan hun leeftijdsgenoten. Zo kunnen ze niet altijd mee op schoolreis en zitten ze minder vaak op sport of op muziekles. Voor meer dan de helft van de kinderen in huishoudens met een laag inkomen is er te weinig geld om regelmatig nieuwe kleren te kopen of om één keer per jaar een weekje op vakantie te gaan.

Het aantal kinderen met risico op armoede was in 2014 even groot als tien jaar geleden. Tussen 2005 en 2010 was sprake van een daling. Daarna is het aantal kinderen met risico op armoede tijdens de economische crisis gestegen. Zo liep de werkloosheid op na 2010, nam het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering toe en nam de koopkracht jaren achtereen af.

Allochtonen vaker langer arm

Van de niet-westerse minderjarige kinderen in Nederland groeide in 2014 een derde op in een gezin met een laag inkomen. Dat aandeel is viermaal zo hoog als onder autochtone kinderen. Onder de niet-westerse allochtonen heeft het lage inkomen bovendien veel vaker een langdurig karakter, dat wil zeggen minimaal vier jaar achtereen.

Dat het armoederisico hoger is, komt onder meer doordat niet-westerse huishoudens betrekkelijk vaak (langdurig) moeten rondkomen van een uitkering.
Meer over dit onderwerp:
ARMOEDE KINDEREN CBS SCHOOLREISJE
Deel dit artikel:

Reageren