Kamer wil opheldering van minister Plasterk over Haagse topsalarissen

DEN HAAG - D66 en de PvdA in de Tweede Kamer willen opheldering van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken over de uitspraak van de Raad van State dat Haagse subsidieregels die topsalarissen verbieden in strijd zijn met de wet.
De Kamerleden Wouter Koolmees (D66) en John Kerstens (PvdA) willen dat de bewindsman in actie komt om ervoor te zorgen dat gemeenten in de toekomst toch instellingen kunnen korten als de topmensen zichzelf riante salarissen toe-eigenen.

Volgens Kamerlid Koolmees moet het worden voorkomen dat de Raad van State in de toekomst gemeenten terugfluit omdat ze zich niet aan de wet houden. 'Het geeft een raar beeld als je als overheid eerst zegt: levert u maar in en vervolgens door de rechter wordt teruggefloten.'

Lees ook: Gemeente Den Haag draait subsidiekorting voor 25 instellingen terug

'Wet werkt niet'

Het Kamerlid vindt dat Plasterk hiervoor verantwoordelijk is omdat hij de zaak 'verkeerd heeft ingeschat'. De minister zou eerder hebben gezegd dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waar gemeenten zich op baseren, voldoende mogelijkheden biedt voor het normeren van topinkomens van instellingen die subsidie ontvangen. En daarom zou hij de wet ook niet willen wijzigen.

Koolmees: 'Juist omdat minister Plasterk aangaf geen probleem te zien, is het zuur voor gemeenten dat zij nu onvoorziene financiële klappen krijgen. Bovendien blijkt dat deze wetgeving op deze manier niet werkt.'

Plasterk moet 'aan de slag'

De minister beloofde de mogelijkheden voor lagere overheden om normen op te leggen voor topinkomens te onderzoeken. De Kamerleden willen weten hoe het hiermee zit. Koolmees: 'Aan de slag, Plasterk!'

De Haagse fractievoorzitter van D66, Robert van Asten, deelt de mening van de Kamerleden. 'Het is niet uit te leggen dat organisaties die subsidie krijgen om een maatschappelijk doel te dienen, bestuurders een hoger salaris uitbetalen dan onze minister-president verdient. We willen in Den Haag topinkomens kunnen aanpakken, maar we kunnen niet boven de wet gaan staan. Het is dan ook essentieel dat dit probleem bij de kern wordt aangepakt: minister Plasterk moet de wet aanpassen.'