Gemeente Den Haag op vingers getikt over borstvoeding

DEN HAAG - De gemeente Den Haag heeft een werkneemster die onder werktijd haar baby borstvoeding wilde geven onterecht ontslagen. Dat heeft het College voor de Rechten van de Mens geoordeeld.
De vrouw gaf na haar zwangerschapsverlof aan dat zij haar kind borstvoeding wilde geven. Dat wilde ze doen op de opvanglocatie van haar dochtertje, enkele minuten van haar werkplek. Haar leidinggevende gaf daar geen toestemming voor, maar bood haar na intern overleg wel de mogelijkheid om op de werkplek te kolven.

Dat wilde de vrouw niet en binnen anderhalve dag werd haar arbeidsovereenkomst beëindigd. De vrouw diende een klacht in bij het Bureau Discriminatiezaken Hollands Midden & Haaglanden (BDZ) omdat ze zich op grond van geslacht gediscrimineerd voelde.

Verboden onderscheid

Het BDZ stond haar vervolgens bij in een procedure bij het College voor de Rechten van de Mens. Zowel de moeder als de werkgever mochten hun verhaal doen en naar aanleiding daarvan oordeelde het college dat de gemeente Den Haag verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van haar geslacht en dat de arbeidsovereenkomst ten onrechte is beëindigd.

Een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens is niet bindend, maar heeft wel 'gezag'. In ruim driekwart van de gevallen gaan organisaties tot actie over als het college vindt dat sprake is van discriminatie. Of de gemeente Den Haag de vrouw weer in dienst gaat nemen, is niet bekend. De gemeente laat desgevraagd weten 'de uitspraak te bestuderen'.

LEES OOK: Mauritshuis staat borstvoeden overal toe na klacht bezoekster
Meer over dit onderwerp:
BORSTVOEDING DEN HAAG GEMEENTE DISCRIMINATIE
Deel dit artikel: