Wisselende ervaringen bij ‘concurrerende’ ondernemers van outletcentra

ZOETERMEER - Profiteren winkels in de omgeving van outletcentra of verliezen ze juist omzet? Het is maar net aan wie je het vraagt.

In Zoetermeer en omgeving is veel te doen over de mogelijke komst van de Holland Outlet Mall (HOM), een outletcentrum van uiteindelijk 31.000 vierkante meter dat moet verrijzen op de plek van het huidige Woonhart. Omwonenden vrezen vooral de toename van verkeer en een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een groep bewoners heeft onlangs de actiegroep ‘Doe Niet Zo Mall’ opgericht.

Ondernemers in het Stadshart en de Dorpsstraat zijn ook tegen de komst van het outletcentrum. Zij zijn bang dat hun winkels - vooral in de mode- en sportbranche - omzet verliezen en zelfs de deuren zullen moeten sluiten.

Bestaande winkelgebieden

Ook gemeenten en winkeliersverenigingen in de regio, van Alphen aan den Rijn tot aan de Krimpenerwaard en van Gouda tot Zuidplas, willen dat de HOM er niet komt. Zij roepen de Zoetermeerse gemeenteraad op te investeren in ‘bestaande gebieden zodat deze aantrekkelijk blijven voor de consument en het voorzieningenniveau en de leefbaarheid op peil blijven’.

Maar hoe gaat het met de ondernemers in de binnensteden van Roermond, Lelystad en Roosendaal? In deze steden zijn al jaren ‘factory outlets’ gevestigd. ‘Volmondig ja’, antwoordt Dennis van Dijk op de vraag of de binnenstad blij is met de komst van een outletcentrum in Roermond.

Grote zorgen

Van Dijk is voorzitter van de Bedrijven InvesteringsZone Binnenstad Roermond. ‘Ook wij hadden vooraf grote zorgen over de komst van het outletcentrum, omdat de consumenten hun euro nu eenmaal maar één keer kunnen uitgeven. Maar inmiddels kunnen we concluderen dat ook de binnenstad van Roermond meeprofiteert.’

Uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat ruim een kwart van de jaarlijks circa zes miljoen bezoekers van het outletcentrum ook de binnenstad bezoekt. Onduidelijk is nog wel hoeveel die ‘combinatiebezoekers’ uitgeven in het oude centrum. Een onderzoek daarnaar start binnenkort, zegt Van Dijk. Maar hij durft nu al de stelling aan dat de kleding- en sportwinkels in het stadscentrum ‘floreren’ - ondanks de concurrentie van de Designer Outlet (150 winkels, zo’n 35.000 vierkante meter groot).

Files

Wel leidt het outletcentrum tot grote drukte op de wegen in en rond Roermond, zegt Van Dijk. ‘Er staat vaak een file van twaalf kilometer tot aan de Duitse grens.’ Ongeveer de helft van het aantal bezoekers van de Designer Outlet komt uit Duitsland. De voorzitters van de winkeliersverenigingen lieten vorige maand in een noodkreet aan de gemeente weten dat het stadscentrum op drukke dagen vrijwel onbereikbaar is.  

Maar er worden diverse maatregelen genomen. De eigenaar van het in 2001 geopende outletcentrum wil niet alleen uitbreiden met zeker vijftig winkels, er moeten ook 6.660 parkeerplekken bijkomen. Van Dijk: ‘Nu wordt een groot deel van de verkeersoverlast veroorzaakt door mensen die een parkeerplek zoeken. Dat behoort straks tot het verleden.’ Ook wordt een provinciale weg aangepakt.  

Batavia Stad

In het Stadshart van Lelystad vinden ze dat luxeproblemen. Daar profiteren ondernemers nauwelijks van het in 2001 geopende Batavia Stad, zegt Wiebe van der Meer, voorzitter van de Stichting Ondernemers Stadshart Lelystad. ‘Op zich is een outlet niet slecht, maar dan moet er wel samengewerkt worden.’

Dat gebeurt in Lelystad niet, zegt hij. ‘Batavia Stad heeft daar geen behoefte aan.’ Toch wijt Van der Meer de hoge leegstand in Lelystadse Stadshart (zo’n 18 procent) vooral aan het betaald parkeren. ‘Dat jaagt mensen naar andere winkelgebieden.’

Gratis bussen

De gemeente zou meer kunnen doen voor het Lelystadse Stadshart, vindt de voorzitter van de ondernemersvereniging. ‘Als er gratis shuttle bussen tussen Batavia Stad en het Stadshart zouden rijden, kunnen wij ook meeprofiteren.’ Batavia Stad, dat momenteel wordt uitgebreid tot 31.000 vierkante meter, ligt op zo’n vier kilometer van het stadscentrum vandaan. Dat is een verschil met Roermond én Zoetermeer; de HOM moet op loopafstand van het Stadshart komen.

Roosendaal is positiever over het plaatselijke outletcentrum, Rosada Fashion Outlet (23.000 vierkante meter). ‘Voor een stad als Roosendaal is dit een unique selling point’, zegt Bob van Dijk, voorzitter van de binnenstadsvereniging Collectief Roosendaal. ‘Als het bij Rosada regent, drupt het bij ons. Door een outletcentrum komen er jaarlijks miljoenen extra bezoekers naar je stad. Ook al gaat maar 10 procent van die mensen ook naar de binnenstad, dan heb je al heel veel extra potentiële omzet.’  

Loopafstand

Essentieel is volgens Van Dijk de afstand tussen de outlet en het stadscentrum. ‘Hoe dichterbij, hoe beter. Dat zie je bijvoorbeeld in Roermond, waar de binnenstad volop profiteert van de factory outlet.’ In Roosendaal bedraagt de afstand zo’n 1,2 kilometer. Dat is eigenlijk net te ver, zegt Van Dijk. ‘De plannen in Zoetermeer lijken mij erg interessant voor het Stadshart daar. Als een outletcentrum op loopafstand komt, profiteer je. Daar ben ik heilig van overtuigd.’  

Ook is het belangrijk dat de winkelcentra niet in elkaars vaarwater komen, stelt Van Dijk. Zo zijn er in Roosendaal afspraken gemaakt tussen de gemeente, Rosada en overige ondernemers over het assortiment van het outletcentrum. Zo moeten de verkochte artikelen minimaal een halfjaar oud zijn en mag er in Rosada geen bouwmarkt komen.

Impuls

Ook Van der Meer ziet potentie voor de ondernemers in het Stadshart van Zoetermeer. ‘Zeker voor de horeca zal het een impuls zijn. Maar ik vraag me wel af of hoeveel behoefte er in Nederland is aan outletcentra.’ Naast Zoetermeer zijn er plannen voor outlets in Assen, Steenwijk, Zevenaar en Halfweg. Van der Meer: ‘Nederland is daar te klein voor. Ik kom geregeld in Amerika en daar zie je steeds meer leegstand in outletcentra.’

Projectontwikkelaar Anita Meijering, die een boek schreef over ‘factory outlet centers’, is het met Van der Meer eens dat er in Nederland  ‘geen markt is voor acht outlets’. ‘Maar in de Randstad zie ik zeker nog ruimte.’ Zoetermeer vindt Meijering een ‘uitstekende locatie’, vanwege de centrale ligging en ‘goede bereikbaarheid vanaf de snelweg’.

Op de kaart zetten

De zorgen van winkeliers in Zoetermeer en omgeving zijn onterecht, meent Meijering. ‘Alles wat nieuw is roept weerstand op, dat is een beetje de ondernemersgeest. Maar een outletcentrum brengt juist werkgelegenheid en toerisme, het zal Zoetermeer op de kaart zetten. Dat is ook met Lelystad gebeurd. Voordat Batavia Stad bestond, wist niemand waar dat lag.’

Meijering voorspelt dat andere ondernemers mee zullen profiteren van de Holland Outlet Mall. 'De spinoff is echt enorm, vooral voor de winkels die dichtbij het outletcentrum liggen. Dat heeft Roermond wel bewezen. En wat mensen in Zoetermeer uitgeven, gaat echt niet af van de euro die ze anders in Waddinxveen hadden uitgegeven. Outletcentra trekken een heel ander publiek, voor veel mensen is het echt een dagje uit.’

Omzetverlies regio

Een in opdracht van de gemeente Zoetermeer uitgevoerd onderzoek stelt echter dat de regio ruim 10,5 miljoen euro aan omzet zal verliezen. Maar dat ‘totale negatieve effect’ wordt wel verdeeld over veel gemeenten en winkelcentra, aldus de ‘Brede effectanalyse’ van het bureau Goudappel Coffeng.

Volgens de onderzoekers zullen het Stadshart van Zoetermeer (circa 7,5 tot 15 miljoen euro) en de Dorpsstraat circa (0,3 tot 0,5 miljoen euro) wél profiteren van de HOM. Uit een ander onderzoek blijkt alleen wel dat vooral mode- en sportwinkels in het Stadshart en de Dorpsstraat omzet zullen verliezen aan de HOM.

Besluit gemeenteraad

Maandagavond spreekt de Zoetermeerse gemeenteraad weer over het outletcentrum. Op 23 januari valt het besluit of de gemeente doorgaat met de ontwikkeling van de HOM.

LEES OOK: Veel verzet tegen komst groot outletcentrum Zoetermeer






Deel dit artikel: