Instellingen

Lichaam in 1990 vermoorde Miriam Sharon mogelijk opgegraven in Israël

Huis moordzaak Regentesselaan
Huis moordzaak Regentesselaan © Politie Den Haag

DEN HAAG - De officier van justitie heeft in Israël een rechtshulpverzoek ingediend voor de opgraving van het lichaam van de in 1990 in Den Haag vermoorde Miriam Sharon. De reden om nu dit 'heftige middel' in te zetten is omdat het nog altijd mogelijk is DNA onder de vingernagels van de destijds 36-jarige Sharon te vinden, mocht zij met haar moordenaar gevochten hebben.

Dat liet de officier van justitie donderdag weten tijdens de rechtszaak in Den Haag tegen

, die mogelijk met haar dood te maken heeft. Sharon ligt in haar thuisland Israël begraven. Wanneer de opgraving gaat gebeuren, is nog niet bekend. Een rechter in Israël moet toestemming geven.

Afgelopen zomer werd de 52-jarige Israëliër E. in Amsterdam in verband met de zaak aangehouden na een DNA-match. In de woning van Sharon was een sigarettenpeuk gevonden met zijn DNA erop. Hij zit sindsdien vast. Momenteel ligt hij in het ziekenhuis nadat hij onlangs onwel was geworden en daarna twee weken in coma lag. Er werd gevreesd voor zijn leven. Hoe het nu met hem gaat, is niet duidelijk. Hij was donderdag niet aanwezig in de rechtbank in Den Haag.

Keel doorgesneden

Sharon, moeder van twee jonge kinderen, werd op 8 oktober 1990 thuis aan de Regentesselaan in Den Haag vermoord terwijl haar dochtertje thuis was. Dat gebeurde op gruwelijke wijze; haar keel werd meerdere keren doorgesneden. Een motief is nooit duidelijk geworden. Of Sharon en E. elkaar kennen en zo ja waarvan, is ook niet bekend. E. heeft tot nu toe gezwegen.

Begin december was er nog consternatie in de zaak, toen bleek dat het strafdossier voor deels kwijt was.