Instellingen

Kunstbeweging De Stijl geëerd met speciaal postzegelvel

De Stijl-postzegels zijn vanaf maandag verkrijgbaar. (Afbeelding: PostNL)
Burgemeester Pauline Krikke ontving het eerste exemplaar van deze serie De Stijl-postzegels uit handen Herna Verhagen van PostNL.

DEN HAAG - PostNL geeft maandag een postzegelvel uit met als onderwerp ‘100 jaar De Stijl’. Op deze manier wil het postbedrijf stilstaan bij het feit dat het honderd jaar geleden is dat deze invloedrijke Nederlandse kunstbeweging uit de twintigste eeuw werd opgericht.

Op de postzegels staat werk afgebeeld van Piet Mondriaan, Theo van Doesburg, Cornelis van Eesteren, Gerrit Rietveld en J.J.P. Oud. Zij waren als kunstenaar, vormgever en architect belangrijke vertegenwoordigers van De Stijl.

In het Gemeentemuseum Den Haag ontving burgemeester Pauline Krikke woensdag het eerste exemplaar van deze serie postzegels uit handen Herna Verhagen van PostNL.

Grondleggers

Ook het hoofdkantoor van PostNL is momenteel gehuld in de stijl van 100 jaar De Stijl. Er is een ontwerp aangebracht dat is geïnspireerd op Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan. PostNL ondersteunt hiermee de Haagse viering van het landelijke themajaar ‘Mondriaan tot Dutch Design’.

Burgemeester Krikke noemt het bijzonder dat PostNL zich met deze postzegels en de aankleding van het hoofdkantoor zo verbindt met Mondriaan en zijn tijdgenoten van De Stijl. 'Via dit postzegelvel maakt Nederland nu op een geheel nieuwe manier kennis met de grondleggers van deze kunststroming.'

Eigen draai

'Het is indrukwekkend hoe de kunstwerken van De Stijl in telkens een andere vlakverdeling van horizontale en verticale zwarte lijnen ook op postzegelformaat een eigentijds karakter behouden', vertelt topvrouw Verhagen van PostNL.

'De ontwerpers René Put en Brigitte Gootink hebben in hun ontwerp bewust zwart-wit afbeeldingen gebruikt. Met toevoeging van de kenmerkende rode, gele en blauwe kleuren in transparante vlakken geven ze een geheel eigen draai aan de roemrijke collecties van het Gemeentemuseum in Den Haag en Het Nieuwe Instituut in Rotterdam.'