Instellingen

Fouten en noodlot oorzaak dodelijk kraanongeval

Dode bij ongeluk Rijnstraat
Dode bij ongeluk Rijnstraat © Regio15

DEN HAAG - Een last die oorspronkelijk niet via een kraan omhoog zou gaan, onderdelen die niet goed waren vastgemaakt en het noodlot, droegen bij aan het ongeval waarbij eind mei vorig jaar een vrouw om het leven kwam. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een rapport over het ongeluk op de bouwplaats van het voormalig ministerie van Vrom aan de Rijnstraat, vlak naast het Centraal Station in Den Haag.

Het ongeval had plaats in de ochtendspits van 26 mei 2016. Tijdens het hijsen van steigerdelen kwamen twintig elementen los. Deze vielen van ruim zestig meter hoogte

.

De onderzoeksraad constateert nu dat er op de bewuste dag veel fout ging op de bouwplaats. Het ging om een klein gebied, in een zeer drukke omgeving, waar veel activiteiten waren. Daarom ook werden bouwmaterialen niet op de bouwplaats zelf opgeslagen, maar op een speciale plek elders in de stad.

Andere toegang

Op die 26ste mei had de steigerbouwer materiaal nodig. De meest geschikte toegangspoort tot het terrein was die dag niet beschikbaar. Daarom werd de dag ervoor, tijdens het maken van de plannen, besloten de spullen via een andere toegang aan te leveren. Daarna zouden de grote onderdelen met een kraan over het gebouw moeten worden getild. Een heftruck zou de overige delen vervoeren.

Nadat de vrachtwagen met materialen die ochtend om zeven uur arriveerde, werd alsnog besloten alle materialen per kraan over het gebouw te tillen. De eerste keer ging dat goed, de tweede keer kende een fatale afloop. Toen werden steigeronderdelen – zogenaamde tralieliggers – op een eenvoudige manier aan de hijsbanden kraan bevestigd. Dat betekent dat de delen niet verankerd waren.

Steiger

Bij het omhoog halen, raakte de last de bovenkant van een steiger, die vlak naast de gevel van het gebouw stond. Daardoor schoven de steigeronderdelen uit de hijsbanden. De onderzoeksraad ontdekte dat een flink aantal steigerdelen tot wel negen meter buiten de bouwplaats vielen. Ze kwamen onder meer terecht op de trambaan en op de looproute tussen de tijdelijke tramhalte en het station. Eén tralieligger raakte een voorbijgangster op de hoek van de Schedeldoekshaven en de Rijnstraat. De ligger raakte haar op het hoofd, de vrouw overleed ter plaatse.

De raad constateert dat bij de voorbereidingen van de bouw de bouwer, gemeente, HTM en andere betrokken partijen maandenlang hebben overlegd over de inrichting van de situatie rondom de bouwplaats.

Regels gevolgd

De partijen hadden hierbij oog voor de verkeersveiligheid en het beperken van hinder voor de omgeving. Ook werden de regels van de gemeente Den Haag gevolgd. De gemeente is een voorloper met deze regels, die beschrijven waar gehesen mag worden en hoever het bouwhek minimaal van de hijszone moet staan, aldus de raad.

Daarnaast nam de bouwer aanvullende maatregelen bij hijsacties die buiten de afgesproken hijszone zouden komen, zoals het tijdelijk tegenhouden van het verkeer of door ’s nachts te werken. ‘Toen de werkzaamheden van start gingen, dacht men de puzzel te hebben opgelost.’

Scherp blijven

Toch ging het mis. Daarom, is een van de aanbevelingen van de onderzoeksraad, moeten alle betrokkenen gedurende de voorbereiding en de uitvoering moeten ‘scherp blijven toetsen of de veiligheid van de omgeving nog voldoende geborgd is’.

Ook dienen opdrachtgevers van bouwprojecten voorafgaand aan de aanbesteding van een bouwproject, de omgeving in kaart te brengen en op basis hiervan een veilige en realistische opdracht op te stellen. Een andere aanbeveling is dat gemeenten de veiligheid ook tijdens de bouw in de gaten moeten houden. Verder vindt de raad aan dat de minister voor Wonen en Rijksdienst samen met de bouwsector, de risico’s van vallende objecten in beeld dient te brengen.