Instellingen

Wethouder Klein: Scheveningse visserij verdedigen op het hoogste niveau

Foto van de haven van Scheveningen met de visafslag.
Foto van de haven van Scheveningen met de visafslag. © ANP
DEN HAAG - Het volgend kabinet moet weer een echte minister van landbouw en visserij krijgen. Zo kunnen de belangen van onder meer de Scheveningse vissers beter worden verdedigd. 'Dit is een hoofdzaak', zegt de Haagse wethouder Karsten Klein (CDA).
Volgens Klein kreeg de Scheveningse vloot deze week de derde klap in korte tijd te verwerken. Dit omdat de Europese raad van visserijministers de zogenoemde pulsvisserij wil beperken. Dit is een methode waarbij platvissen met stroomstootjes worden opgeschrikt.
Klein zegt dat deze methode van vissen juist heel gunstig is. De vissen die worden gevangen zijn minder beschadigd, het bespaart brandstof en de zeebodem wordt veel minder beschadigd dan door de traditionele methode van sleepnetten.

Brexit

Eerder werd al duidelijk dat de haringvangst in het gedrang kan komen door de Brexit. Door de Brexit vervalt de afspraak dat lidstaten in de wateren van het Verenigd Koninkrijk mogen vissen. Dit terwijl bijvoorbeeld haring, makreel, tong en schol grotendeels in wateren rond het eiland worden gevangen.
Ook hekelt de wethouder de ‘aanlandplicht’. Die houdt in dat vissers worden gedwongen om ook kleine vissen – die ze vroeger teruggooiden in zee – meenemen aan land. ‘Het is echt onzin om die mee te nemen. Hier gaan ze gewoon de verbrandingsovens in. Terwijl toen ze nog terug werden gegooid ze onderdeel bleven van het ecosysteem. Deze maatregel is in Brussel van achter een bureau verzonnen door milieuactivisten’, aldus de wethouder.

Brussel

Klein benadrukt dat hij wil opkomen voor de Scheveningse vissers. ‘Daarvoor ben ik laatst ook al in Brussel geweest.’
Maar ook in Nederland moet iets veranderen, zegt hij. Daarvoor is het dringend nodig dat er weer een echte minister van landbouw en visserij komt. Nu is die portefeuille ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken en is er een staatssecretaris verantwoordelijk voor. ‘Dit soort zaken moet fulltime op het hoogste niveau de aandacht vragen.’