Instellingen

'Minder, minder, minder Marokkanen': Geert Wilders in mei 'echt' voor de rechter

© ANP

DEN HAAG - Het hoger beroep in het 'minder-Marokkanen-proces' tegen PVV-leider Geert Wilders zal waarschijnlijk 17 mei 2018 beginnen. Dat heeft de voorzitter van het gerechtshof in Den Haag gezegd tijdens de eerste regiezitting, die dinsdag plaatsvond in de beveiligde rechtbank op Schiphol.

Wilders was zelf aanwezig bij de

, waarop beide partijen hun onderzoekswensen konden indienen. De advocaat-generaal heeft geen nieuw onderzoek gevraagd.

De zaak draait om de uitspraken die Wilders 19 maart 2014 deed in café De Tijd op het Haagse Plein, tijdens een partijbijeenkomst die op de televisie werd uitgezonden. Aanhangers van de PVV scandeerden 'Minder, minder, minder' op zijn vraag of er meer of minder Marokkanen in Nederland moesten zijn. Dit zorgde voor veel ophef. Er werd bijna 6500 keer aangifte gedaan tegen Wilders.

Fundament

Wilders' advocaat Geert-Jan Knoops vroeg de voorzitter van het gerechtshof dinsdag 'gedegen wetenschappelijk onderzoek' te doen naar belangrijke elementen in deze 'bijzondere zaak'. Het gaat dan onder meer om de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting.

Volgens Knoops is een onderzoek noodzakelijk, omdat het gaat om een belangrijk fundament van de democratie en de rechtsstaat. Volgens hem bevat het vonnis van de rechtbank in Den Haag van december 2016 'feitelijke misslagen' en kreeg de vrijheid van meningsuiting hiermee 'een juridische dolksteek'.

Groepsbelediging

Wilders werd door de rechter schuldig bevonden aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie van Marokkanen, maar kreeg geen straf opgelegd. De PVV-leider ging tegen deze uitspraak, net zoals het OM. Dat vindt dat Wilders ten onrechte is vrijgesproken van het aanzetten tot haat en wil een hogere straf.

De advocaat-generaal vindt dat Wilders' positie als politicus juist strafverhogend zou moeten zijn.

Uitingen van onverdraagzaamheid niet dulden

Het debat moet volgens de advocaat-generaal weliswaar stevig gevoerd worden ten behoeve van de democratie 'maar uitingen van onverdraagzaamheid mogen we niet dulden.'