Instellingen

Jeugdgezondheidszorg kan beter en efficiënter

© Archief
DEN HAAG - De jeugdgezondheidszorg kan beter én efficiënter. Als patiëntjes eerst worden onderzocht door een doktersassistente, die daarna alleen de nodige gevallen doorverwijst naar een jeugdarts, valt de zorg aan hen tot wel 30 procent goedkoper uit. Dat stelt jeugdarts Janine Bezem vandaag in haar promotie aan de Leidse Universiteit.
Bezem is verbonden aan de GGD Gelderland-Midden, het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en onderzoeksbureau TNO. Voor haar proefschrift onderzocht zij een nieuwe werkwijze, waarbij kinderen die bij de jeugdgezondheidszorg komen, eerst gezien worden door een doktersassistente. Die verwijst alleen door naar de jeugdarts of jeugdverpleegkundige als dat nodig is. Zo ontstaat ruimte voor kinderen die extra zorg en begeleiding nodig hebben.
'Het viel me op dat ik relatief veel tijd kwijt was aan het controleren van kinderen met wie het goed ging', aldus Bezem, 'terwijl ik te weinig tijd kon besteden aan de kinderen met wie er echt iets aan de hand was.' De resultaten van Bezems onderzoek zijn positief. De kosten gingen omlaag, met name door minder inzet van de jeugdarts bij eerste onderzoeken. Bij de groep 5- en 6-jarigen daalden de kosten zelfs met 30 procent. Daardoor konden jeugdartsen vaker langskomen op school om kinderen met problemen te helpen.