COLUMN 'We redden ons best'

DEN HAAG - Tussen bergen wasgoed en hopen rondslingerend speelgoed baan ik mij een weg naar de bank toe. De jonge vrouw met wie ik een afspraak heb lijkt de chaos om zich heen niet eens meer op te merken. Geroutineerd buigt zij haar hoofd om onder een loshangende gordijnrail door te lopen en schuift ze de verzamelde spullen op de bank aan de kant zodat we kunnen gaan zitten. Als ik eenmaal zit dringt de omvang van de ravage pas echt goed tot me door. De bekleding van de bank is gescheurd, er zit een gat in de deur, op sommige plekken is het behang van de muren getrokken. En werkelijk overal ligt wasgoed, vieze vaat en speelgoed. Het lijkt me geen fijne plek om in te leven.

En toch woont ze hier. Samen met haar man en twee kinderen. De reden dat ik hier op bezoek ben is dat ze eens een gesprek wil hebben over haar oudste dochter. Want zij zit de laatste tijd niet zo lekker in haar vel en ook op school was dat opgevallen. Haar cijfers gaan achteruit en ze huilt snel.

De moeder heeft wel een idee van wat de oorzaak zou kunnen zijn. Haar jongste dochter is namelijk gediagnostiseerd met een zware vorm van autisme. En de zorg voor haar vraagt veel tijd en energie van haar en haar man en er blijft daardoor veel minder tijd over voor hun oudste meisje.

'Maar dat is niet anders,' vertelt ze.  'Ze heeft nu eenmaal veel aandacht nodig. En ze is mijn dochter en ik hou heel veel van haar, dus dat hebben we met liefde voor haar over. Maar zwaar is het wel, voor ons allemaal.'

Ze ziet er moe uit. Strakke trekken in een bleek gezicht. Ze is pas 35. Ooit had ze een leuke functie op een pr-afdeling, maar die heeft zij moeten opgeven omdat ze het gewoon niet meer volhield. Gelukkig heeft haar man een goede baan, zodat ze nog wel rond kunnen komen.

Het gesprek verloopt overigens maar moeizaam en met horten en stoten. Want de jongste dochter is thuis en vraagt voortdurend luidkeels om de aandacht van haar moeder. Ze is 5 en heeft veel hulp nodig, bij het zoeken van haar stiften, het pakken van wat drinken,  het uitdoen van haar vest. En als ze niet de hulp krijgt die ze vraagt schreeuwt ze haar moeder in haar oor of slaat hard met haar vuisten op haar arm.  

Het gaat maar door. Als het meisje even alleen de kamer uit is, komt ze even later ongevraagd met een volle dampende waterkoker de kamer inlopen, die ze blijkbaar uit het stopcontact heeft gehaald. Als ze dan geen drinken kreeg, ging ze zelf wel thee zetten. Het gaat allemaal maar net goed.

'Wat voor ondersteuning krijgen jullie voor je dochter?', vraag ik. De moeder kijkt me een beetje geïrriteerd aan. Hoezo ondersteuning? Ze krijgen helemaal geen hulp. Ja, in het begin was er wel iets van een oudercursus geweest, maar daar hebben ze helemaal niks aan gehad.

Die was bedoeld voor veel zwaardere gevallen dan hun dochter. Dus met die tips konden ze niks. En daarna hadden ze eigenlijk nooit meer hulp gezocht. Tot nu dan, nu zoeken ze hulp voor hun oudste dochter.

'Ach', zegt ze, terwijl ze vastberaden een lok haar uit haar doorschijnende gezicht veegt. We hebben ook verder eigenlijk helemaal geen hulp nodig. We redden ons best.'

Reageren? Mail naar manonvankreijl@omroepwest.nl.

Alle columns van Manon van Kreijl zijn terug te lezen op een aparte pagina.

Deel dit artikel: