'Kippenvel' bij nabestaanden van gedeporteerde Joden uit Haagse instellingen

DEN HAAG - De gruweldaden in de Haagse psychiatrische instelling Rosenburg, waar 251 Joodse onderduikers in 1943 bij razzia's werden gedeporteerd, leiden tot emotionele reacties bij nabestaanden. Dit stuk geschiedenis werd onlangs boven water gehaald na onderzoek in Haagse archieven. Nabestaande Jacqueline Notowicz-Kupferschmiedt verloor in één klap drie familieleden. 'Kippenvel.'

De deportaties kwamen aan het licht tijdens historisch onderzoek door archivaris Corien Glaudemans en auteur Corry van Straten. Glaudemans stuitte op een brief uit 1943 van de boekhouder van Rosenburg aan de gemeente Den Haag. Daarin was een lijst opgenomen met de namen van gedeporteerde mensen die nog voor hun onderdak in de instelling moesten betalen. Vanwege hun deportatie moest de gemeente deze kosten voor zijn rekening moeten nemen.

'De groep Joden was naar de Ramaerkliniek, op het terrein van de toenmalige psychiatrische instelling Rosenburg, gevlucht om daar veilig te kunnen schuilen voor de Duitsers. Ze deden zich in feite voor als patiënt, terwijl ze eigenlijk onderdoken,' vertelt Glaudemans.

Niet veilig

'Men dacht dat de Duitsers niet zouden komen in deze instellingen en verpleeghuizen,' vertelt Van Straten, die het boek schreef over de stichtingen Rosenburg en Bloemendaal in de oorlogsjaren. 'Maar dat is dus wel gebeurd.' Op 31 december 1942 vielen de Duitsers de kliniek binnen, de Joden werden met vrachtauto's weggehaald.

Eén van de nabestaanden is de aan de Parnassia Groep verbonden rabbijn Albert Ringer. Aanvankelijk wist hij alleen dat een aantal familieleden was vermoord in de vernietigingskampen. Nu weet hij wat eraan vooraf ging. 'Ze probeerden zichzelf nog in veiligheid te brengen, maar de deuren werden op slot gedaan.'

Weggevoerd

Vervolgens werden mensen weggevoerd via het station richting Westerbork, en vervolgens op transport gezet richting de vernietigingskampen van de nazi's in Polen. 'Uiteindelijk zijn ook zieken in de nacht van 18 op 19 februari gedeporteerd,' weet Glaudemans, die onderzoek deed in de archieven van Parnassia en de gemeente Den Haag. 'Van groep van uiteindelijk 251 mensen, van wie we nu ook de namen en gegevens kennen, weten we dat slechts 22 van hen de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd.'

'Rosenburg heeft de twijfelachtige eer dat dit het eerste psychiatrisch ziekenhuis was waar de Duitsers binnenvielen,' zegt Van Straten. 'Daarna volgden de andere psychiatrisch ziekenhuizen, de bejaardenhuizen en ook Joodse weeshuizen in Den Haag en daarbuiten. Maar het begon hier.'

Kippenvel

Het echtpaar Notowicz verloor in één klap vijf familieleden bij de razzia's. Net als veel andere nabestaanden hadden ze tot op heden geen idee van deze geschiedenis. 'Kippenvel,' zegt Jacqueline Notowicz-Kupferschmiedt. 'Ik wist erg weinig van mijn familie. Je denkt: hoe is het in godsnaam mogelijk geweest, hoe kon dat zo? Aan de andere kant ben ik ook wel blij dat je iets terugvindt van je familie. Dat je ziet hoe het ze op het laatst is vergaan.'

Voor alle slachtoffers wordt een herdenkingsmonument opgericht. 'Dit project dient een veel hoger doel dan alleen mijn eigen fantasie', zegt kunstenaar Merijn Bolink, die verantwoordelijk is voor het ontwerp. 'Ik merk ook aan de mensen die hier werken dat het ook bij hen aankomt. En dat is voor mij heel belangrijk, dat is ook echt een teken dat het monument er terecht is.' Het monument wordt op 27 december onthuld op het terrein van Parnassia.

LEES OOK: Den Haag plaatst wereldwijde advertentie voor Joods rechtsherstel

Deel dit artikel: