Haagse politiek: Hoogbouw kan maar onder bepaalde voorwaarden

DEN HAAG - Hoogbouw moet kunnen in Den Haag maar niet overal, en onder voorwaarden. De Haagse politiek is daarvan overtuigd. Een nota van wethouder Joris Wijsmuller (Haagse Stadspartij) waarin dit staat beschreven is door de gemeenteraad positief ontvangen. Wel vragen partijen zich af hoe hard de gestelde kwaliteitseisen zijn.

Den Haag groeit en dus stijgt de vraag naar woningen. Maar de ruimte in de stad is beperkt en als de stad ook groen wil blijven is het volgens het stadsbestuur nodig om de lucht in te gaan. Wethouder Wijsmuller heeft in de nota 'Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline' een aantal locaties aangewezen waar hoge torens zijn toegestaan. Dat is onder meer rondom Den Haag Centraal en Hollands Spoor. Op andere plekken in de stad en langs de Scheveningse kust mag geen nieuwe hoogbouw komen.

Ook stelt de nota voorwaarden aan de kwaliteit van de hoogbouw. Zo moet de onderkant van een gebouw - de plint -  aantrekkelijk zijn en moet elke toren een kroon, hoed of pet hebben. Dat betekent dat elke toren een bewust ontworpen bovenkant heeft. Ook moeten de hoge gebouwen groen en duurzaam zijn.

Tevreden

Vrijwel alle partijen zijn tevreden over de nota, zo bleek donderdagochtend tijdens een commissievergadering. 'We kunnen goed met deze nota uit de voeten', zei CDA-raadslid Michel Rogier. Ook D66 en de VVD kunnen 'zich er in grote lijnen in vinden'. PvdA-raadslid Jeltje van Nieuwenhoven sprak van 'een op zich goede nota'. En ook GroenLinks-fractievoorzitter Arjen Kapteijns zei 'goede aanzetten' te zien in de nota.

De ChristenUnie/SGP was uitgesproken positief. 'Het is een goed verhaal en er wordt terughoudend omgesprongen met hoogbouw waarbij het een middel en geen doel op zich is', stelde fractievoorzitter Pieter Grinwis.

Haagse Stadspartij is kritisch

Opmerkelijk genoeg reageerde alleen de Haagse Stadspartij, de partij van Wijsmuller, kritisch op de nota. Volgens de partij zijn hele hoge torens inefficiënt. 'Op grote kavels is het veel efficiënter om niet hoger dan zes tot acht verdiepingen te bouwen', zei Gerwin van Vulpen van de HSP.

Het kwam de partij op kritiek te staan van andere partijen. 'Het is toch aan de markt om te bepalen of een bouwproject efficiënt is? De HSP gaat blijkbaar in de schoenen staan van de marktpartijen,' stelde Robert Barker van de Partij voor de Dieren.

Kwaliteit

Wel twijfelden de partijen eraan of de gestelde kwaliteitseisen daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden. Oftewel: hoe zorgt het stadsbestuur ervoor dat marktpartijen de voorwaarden gaan overnemen? Volgens Wijsmuller geeft de nota daar voldoende aanleiding voor.

'Het is een spanningsveld tussen de gemeente en projectontwikkelaars', erkende Wijsmuller. 'Zij willen geld verdienen en wij stellen onze kwaliteitseisen. Maar wij hebben een Haagse kwaliteit en leggen de lat zo hoog mogelijk. Onze ambities hebben we vastgelegd in de nota en we toetsen alle hoogbouwplannen hieraan.' Ook bieden volgens hem bijvoorbeeld bestemmingsplannen of bouwvergunningen de mogelijkheid om kwaliteitseisen door te voeren.

Deel dit artikel: