Rekenkamer: Den Haag biedt daklozen onvoldoende goede hulp

DEN HAAG - Den Haag biedt daklozen onvoldoende passende hulp. Ook richt de hulp die wel wordt geboden, zich niet voldoende op de vaak ingewikkelde problemen van daklozen. Mensen die bijvoorbeeld in de nachtopvang komen, beïnvloeden elkaar vaak negatief. Omdat de gemiddelde verblijfsduur daar vaak lang is, gaan ze er in het algemeen op achteruit, in plaats van vooruit.

Dat blijkt uit onderzoek van de Rekenkamer Den Haag naar de maatschappelijke opvang dat donderdag wordt gepubliceerd. Den Haag voert als 'centrumgemeente' de ondersteuning uit voor mensen die dakloos zijn voor de gemeenten Wassenaar, Den Haag, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Zoetermeer. De gemeente moet in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning hulp bieden die 'passend is bij de problematiek en die is gericht op herstel van zelfredzaamheid en participatie'.

Het onderzoek van de onafhankelijke rekenkamer, richtte zich op alle voorzieningen die worden ingezet in de begeleiding van mensen die zich bij de gemeente melden omdat ze dak- en thuisloos zijn.

Ernstige problemen

Veel daklozen die zich in Den Haag melden voor hulp, krijgen in eerste instantie toegang tot de nachtopvang. Die is bedoeld als noodopvang en de daklozen mogen hier van 15.00 uur tot 8.30 uur de volgende dag verblijven, waarbij een bed en een maaltijd wordt aangeboden. Daklozen moeten overdag de opvang verlaten. In de praktijk zitten hier mensen met zeer uiteenlopende en ernstige problemen bij elkaar. Met als gevolg dat ze er dus vaak slechter uitkomen dan dat ze erin gingen, blijkt uit het onderzoek.

Verder verlaat twee derde van de daklozen de nachtopvang zonder dat zij passende ondersteuning voor hun problemen hebben gekregen. Door een tekort aan plaatsen en een gebrek aan uitstroommogelijkheden naar een definitieve woning of passende woonvorm, wordt de doorstroom naar goede en passende hulp belemmerd, stelt de Rekenkamer.

Nauwelijks zicht en grip

De onderzoekers stellen ook dat de gemeente nauwelijks zicht en grip heeft op de maatschappelijke opvang. Zo ontbreekt het aan goede informatie over de doelgroep, de beschikbare hulp en doorstroom uit de noodopvang. Sterker: Den Haag heeft geen betrouwbare gegevens over hoeveelheid dak- en thuislozen. De 'doelgroep is niet volledig in beeld'.

Het artikel gaat verder onder deze video.

Verder heeft Den Haag weinig zicht en grip op de hulp die zorgaanbieders in opdracht van de gemeente uitvoeren. De gemeente stuurt te weinig op het bieden van definitieve oplossingen voor daklozen.

Negatieve invloed

Ook heeft de wijze waarop de gemeente de hulp van zorgaanbieders financiert, 'een negatieve invloed op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de hulp'.

Uit het onderzoek wordt ook duidelijk dat de gemeente en de instellingen die hulp moeten verlenen niet over dezelfde informatie beschikken over de daklozen. 'Gegevens van de instellingen wijken sterk af van de informatie die de gemeente genereert', staat in het rapport. Dat heeft tot gevolg dat mensen niet goed worden begeleid.

Aanbod niet onvoldoende

Het college van burgemeester en wethouders laat in een reactie weten niet alle conclusies te delen en is ook verrast door de woordkeuze van de rekenkamer. Bijvoorbeeld de suggestie dat 'niets deugt aan de opvang', deelt het stadsbestuur niet, stelt wethouder Karsten Klein (CDA). 'Daar ben ik het ook absoluut niet mee eens. Onze belangrijkste doelstelling is dat in Den Haag niemand op straat hoeft te slapen, dat hebben we goed geregeld. Pas als mensen zich geen zorgen hoeven te maken over hun slaapplaats kan je met ze kijken wat er verder nodig is. Dé dakloze bestaat niet. Het betreft een heel diverse groep, ze hebben allemaal meerdere problemen waarvan dakloosheid er één is.'

Wel erkent hij dat er bij bij de 'vervolgtrajecten' na de opvang, verbeteringen mogelijk zijn. Klein: 'Net als in andere steden overigens, waar eenzelfde soort onderzoek is gedaan. En laten we niet vergeten dat we in een overgangssituatie zitten, door de decentralisatie in de zorg en gewijzigde regelgeving vanuit het Rijk. 24 uur per dag zetten professionals en vrijwilligers zich in voor de opvang van en hulp aan daklozen, een buitengewoon ingewikkelde taak. Er gaat heel veel goed. Dit rapport geeft aan waar verbetering mogelijk is, dit zullen we zeker niet nalaten.'

Op korte termijn iets doen

De Haagse PvdA is geschrokken van het rapport van de rekenkamer. Fractievoorzitter Martijn Balster sliep onlangs al een nacht in de noodopvang aan de Zilverstraat en zag daar in de praktijk hoe het eraan toe gaat. Het nieuwe onderzoek bevestigt zijn ervaringen. ‘Het college zal nu echt nog echt op korte termijn iets moeten gaan doen aan de kwaliteit van de opvang en de begeleiding’, zegt hij.

Het artikel gaat verder onder deze video.

Vandaar dat Balster nog voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart een oplossing wil zien. ‘Het gaat om de meest kwetsbare mensen in de stad. Dit kan zo niet langer dit moet op zo snel mogelijk worden aangepakt.’

Soortgelijk onderzoek

De andere rekenkamers van de vier grote gemeenten voeren een soortgelijk onderzoek uit naar de maatschappelijke opvang. Nadat al die rekenkamers het eigen onderzoek hebben gepubliceerd, wordt nagegaan of het mogelijk is te komen tot een overkoepelende boodschap.



Deel dit artikel: