Poten van geroosterde reiger uit Haagse Bos worden museumstuk

DEN HAAG - De poten van de geroosterde en opgegeten blauwe reiger worden een museumstuk in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. De resten van de reiger worden opgenomen in de collectie 'Dode dieren met een verhaal'.

Het museum verzamelt allerlei dode dieren waar een bijzonder verhaal achter zit. De collectie laat zien hoe en waar mens en dier met elkaar in botsing komen en wat de gevolgen kunnen zijn. Deze verzameling 'kunstvoorwerpen' bevat al een Haagse inzending: de Tweede Kamer-muis.

Volgens directeur Kees Moeliker van het museum is het niet vanzelfsprekend dat een dier aan deze collectie wordt toegevoegd. 'De lat ligt hoog: het verhaal moet wat drama bevatten, veel media-aandacht hebben gekregen en alles bij elkaar moet het een bijzonder geval zijn. Daar voldoet deze reiger aan.'

'Uitstekend geconserveerd'

De resten van de reiger werden door Haagse agenten uit een vuilcontainer van de politie gehaald. Het gaat om een compleet onderbeen en een afgekloven voet. Conservator Bram Langeveld van het museum constateerde dat de bijzondere aanwinst door de rook uitstekend geconserveerd is.

Momenteel liggen de resten nog in een vriezer, zegt directeur Moeliker. 'Er hangt nog een vieze lucht omheen, alsof de pootjes nog zó van de barbecue af komen. Die moet er eerst af en dan kunnen de pootjes over een paar weken worden geprepareerd. Welke plek de reiger krijgt in het museum, dat weten we nog niet precies.' Het museum broedt nog op een passende naam voor de aanwinst en staat open voor suggesties.

Wel of niet gedood?

De 31-jarige dakloze Rus vertelde de agenten dat hij de vogel dood had gevonden in het bos. Volgens de regels van de Natuurbescherming moet je beschermde diersoorten, zoals deze blauwe reiger, met rust laten. De politie kan de Rus niet vervolgen voor het doden van de vogel: er kon niet met zekerheid worden vastgesteld of de man de reiger dood heeft gevonden of hem zelf heeft gedood.

LEES OOK: Dakloze Rus peuzelt gebraden blauwe reiger op in Haagse Bos