Onafhankelijk onderzoek naar bestuurscultuur in Westland

De gemeenteraad van Westland in vergadering
De gemeenteraad van Westland in vergadering © Omroep West
NAALDWIJK - De Rekenkamercommissie van het Westland gaat een onderzoek doen naar de cultuur van het bestuur en de ambtelijke organisatie van de gemeente. Dat moet nog voor de zomer zijn afgerond. Dat heeft de Westlandse gemeenteraad vrijdagavond unaniem besloten tijdens een ingelaste vergadering.
De Rekenkamercommissie (RKC) is een onafhankelijke commissie die de gemeenteraad helpt bij het uitvoeren van controlerende taken. Het eigenlijke doel van de RKC is of om te kijken of het beleid van de gemeente zo goedkoop mogelijk wordt uitgevoerd en of daarmee het gewenste effect wordt bereikt.
Naast het onderzoek van de RKC komt er waarschijnlijk ook nog een ‘commissie goed bestuur’. Daar zouden burgers en bedrijven met klachten en meldingen over dingen die volgens hen niet goed zijn gegaan bij de gemeente terecht kunnen, aldus waarnemend burgemeester Agnes van Ardenne. Die commissie zou dan weer verantwoording moeten afleggen aan de gemeenteraad.

Affaire Kwekers in de Kunst

Het onderzoek en het instellen van de commissie, komen voort uit de affaire Kwekers in de Kunst. Daarbij zegde voormalige burgemeester Sjaak van der Tak op eigen houtje subsidie toe aan die instelling. Iets dat Van der Tak tegen Omroep West ontkende. Volgens hem was er juist sprake van 'eenstemmigheid, consensus' in het college van burgemeester en wethouders. 'Ik heb het echt niet op eigen houtje gedaan’, verklaarde hij.
Zijn tijdelijk opvolger Van Ardenne onderzocht na het bekend maken van die kwestie de bestuurscultuur in de gemeente. Zij ontdekte daarbij geen vergelijkbare gevallen, maar nam in haar rapport wel negen ‘observaties’ op van zaken die niet volgens de juiste procedures zijn verlopen.
Zo deden bijvoorbeeld wethouders soms toezeggingen zonder dat het hele college van burgemeester en wethouders daarvoor opdracht had gegeven. In andere gevallen werd een wethouder niet goed of tijdig geïnformeerd door de ambtenaren. Ook kwam het voor dat er overleg was tussen coalitiepartijen in aanwezigheid van wethouders.

Gespreksverslagen

Van Ardenne verklaarde in de vergadering dat deze negen observaties een ‘bijvangst’ van het onderzoek was. Iets waar de raad ook niet om had gevraagd, maar waar wel lessen uit kunnen worden getrokken. En dat is volgens haar ook al gebeurd. Zo moeten er van gesprekken met wethouders en organisaties, burgers of bedrijven waarmee ze spreken verslagen worden gemaakt en moeten er ambtenaren bij zitten.
Ook mogen wethouders geen bestuurslid meer zijn van een organisatie die subsidie krijgt van de gemeente. Daarnaast moeten voorstellen van het college altijd vergezeld gaan van een ambtelijk advies, mét begroting en alternatieven.
Van Ardenne wilde ook tijdens het spoeddebat niet onthullen over welke zaken haar observaties nu in de praktijk gaan. Volgens haar beschikt zij daarvoor zelf niet over de goede informatie. ‘ Ik heb geen namen en rugnummers en houd niet van giswerk.’ Voor haar is het juist belangrijker om vooruit te kijken.

Extra raadsvergadering

De extra raadsvergadering, vrijdag voor de gemeenteraadsverkiezingen, kwam er op verzoek van de partijen Westland Verstandig en de LPF. Andere partijen lieten weten niet zo gecharmeerd te zijn van die actie. Die wezen erop dat de burgemeester had beloofd al met maatregelen te komen, zij het dan na de verkiezingen en de installatie van een nieuwe gemeenteraad. ‘Waarom deze poppenkast? Waarom vijf dagen voor de verkiezingen dit theaterstuk’, verzuchte bijvoorbeeld fractievoorzitter Ulbe Spaans van GroenLinks.
Collega’s van hem lieten weten hun raadsleden en wethouders indringend gevraagd te hebben of zij zich hebben schuldige gemaakt aan dingen die in de observaties worden geschetst. Maar zij kregen steeds ‘nee’ te horen.
Dat vond Van Ardenne dan weer niet gepast, want dat zou de indruk kunnen wekken dat er ‘schone en niet-schone’ wethouders zijn. De burgemeester: ‘Alle wethouders zijn even schoon. We zijn een team. Het past niemand in de raad om hier een onderscheid te maken.’