Instellingen

Verziekte sfeer bij Hoogheemraadschap van Delfland

Michiel van Haersma Buma
Michiel van Haersma Buma © Omroep West
DEN HAAG - Het is goed mis bij het hoogheemraadschap van Delfland. Binnen het dagelijkse bestuur heerst een sfeer van onderling wantrouwen, een aantal collegeleden is bezig met permanent ‘armpje drukken’ en de wil om samen te werken ontbreekt omdat persoonlijke profilering belangrijker is. ‘De verhoudingen binnen het college zijn uit de hand gelopen’. Dit schrijft Michiel van Haersma Buma, die tot vorige week elf jaar lang dijkgraaf was van het Hoogheemraadschap van Delfland, aan de fractievoorzitters van de Verenigde Vergadering. De brief is in handen van Omroep West.
De brief komt op een pikant moment want alle waterschappen - die zorgen voor de waterhuishouding en onze ‘droge voeten’ - maken zich op voor de waterschapsverkiezingen in maart 2019. Dan kunnen we naar de stembus om het algemeen bestuur, de Verenigde Vergadering te kiezen, vergelijkbaar met een gemeenteraad. Hierin zitten naast gekozen ook benoemde leden die de agrariërs, natuurorganisaties en het bedrijfsleven vertegenwoordigen. Daarnaast heeft het hoogheemraadschap een dagelijks bestuur, met hoogheemraden die te vergelijken zijn met wethouders in een gemeentebestuur. De dijkgraaf is voorzitter van zowel het algemeen als het dagelijks bestuur.
Vooral in het dagelijks bestuur is de sfeer ronduit slecht, zo blijkt uit de brief van voormalig dijkgraaf Van Haersma Buma. Hij schrijft: ‘Drie colleges heb ik mogen voorzitten. Waar respect en vertrouwen bij de eerste acht jaar voorop stonden is dit de laatste twee jaren onder druk komen te staan wegens het permanent armpje drukken van een paar collegeleden.’

Er was geen vertrouwen

Van Haersma Buma schrijft dat hij de eerste twee periodes van zijn termijn goed samenwerkte met zijn vervangers in het college. ‘Met de loco’s in de eerste periodes was zeer frequent contact. (...). In de derde periode mag het contact geen naam hebben. Er was geen vertrouwen. De laatste jaren werd de dijkgraaf nog hoogstens als vergadervoorzitter gezien. De bemoeizucht van de eerste loco (Marcel Houtzager, VVD red.) kende geen grenzen. (...). Er was en is geen wil tot echte samenwerking geweest.’ En: ‘Waar in het waterschap de inhoud over het algemeen leidend is, werd politiek vertaald als persoonlijk profileren en werd integraal samenwerken, zoals in het collegeprogramma is gedefinieerd, niet toegepast.’
De voormalig dijkgraaf vindt bovendien dat er teveel dagelijkse bestuurders zijn voor het werk dat gedaan moet worden. Het salaris van een dagelijks bestuurder wordt vastgesteld op basis van een gemiddelde werkweek van 21,6 uur. Daarover schrijft de voormalig dijkgraaf: ‘Er wordt elke dag wel ergens een meeting georganiseerd. Als je overal naar toegaat zijn de uren te beperkt. Echter, een fulltime voorzitter en vijf dagelijkse bestuurders voor 0,6 (fte, red.) is teveel van het goede. (...). Mijns inziens kan volstaan worden met twee fulltime hoogheemraden of het equivalent daarvan.’

'Twee keer op het punt gestaan op te stappen'

De verhoudingen in het college zijn volgens Van Haersma Buma ‘zo uit de hand gelopen’, dat hij tijdens de laatste periode twee keer wilde opstappen. ‘Tijdens deze laatste periode heb ik tweemaal, zoals ik de fractievoorzitters eind vorig jaar heb geïnformeerd, op het punt gestaan om acuut mijn voorzittershamer in te leveren.’
De brief van Van Haersma Buma is geen reclame voor de waterschappen. De campagnes voor de waterschapsverkiezingen in maart 2019 beginnen binnenkort. Deze verkiezingen worden voor de tweede keer samen met de Provinciale  Statenverkiezingen gehouden om de opkomst te verhogen. Die valt vaak tegen omdat veel kiezers weinig interesse tonen voor het werk van de waterschappen. Toch zijn er verkiezingen omdat de waterschappen beslissen over het inzetten van belastinggeld. Het hoogheemraadschap van Delfland int jaarlijks zo’n 217 miljoen euro aan belastingen.