Verkoop Eneco-aandelen zorgt voor onstuimig begin van nieuw Haags college

DEN HAAG - Het nieuwe college van Den Haag zit nog maar koud in het zadel of het heeft het al aan de stok met de oppositie. Steen des aanstoots is de verkoop van de Eneco-aandelen door de gemeente. Het college van Hart voor De Haag/Groep de Mos, VVD, D66 en GroenLinks wil de aandelen verkopen en het geld cashen voor de financiering van toekomstige plannen. De oppositie voelt zich buitenspel gezet in de kwestie en heeft voor maandagavond een extra raadsvergadering belegd. Waar zijn ze toch mee bezig in Den Haag?

Hoe het allemaal begon

Begin 2017 is Eneco gesplitst in een netwerkbedrijf en een leverings- en productiebedrijf. Het energiebedrijf is daardoor commerciëler geworden. Veel van de 53 gemeenten met aandelen in Eneco zien het belang van het behouden van de aandelen niet meer, omdat het 'publieke nut' zou zijn verdwenen. Bovendien geven de aandelen in de praktijk weinig invloed op de koers van Eneco, zeggen zij.

Het vorige college van Den Haag, in de persoon van toenmalig wethouder van Financiën Tom de Bruijn (D66), sluit zich aan bij deze opvatting. Den Haag heeft een bijzondere positie. De stad is met een belang van 16,55 procent in Eneco grootaandeelhouder, samen met Rotterdam (31 procent) en Dordrecht (9 procent).

Dat betekent dat deze gemeenten als ze hun aandelen verkopen, flink wat geld kunnen binnenharken. Volgens schattingen loopt het bedrag voor Den Haag op tot driehonderd miljoen euro. De Bruijn laat er geen misverstand over bestaan: de gemeenteraad doet er het beste aan om voor verkoop te kiezen.

Zo geschiedde…

Nee. In de herfst van vorig jaar moest de raad een principebesluit nemen en een meerderheid stemt tegen de verkoop. De raad vreest dat de groene koers van Eneco in gevaar komt als Den Haag de aandelen van de hand doet. 'Een betrouwbare en duurzame energievoorziening is van groot strategisch belang voor ons land en onze gemeenten', zegt Pieter Grinwis van de ChristenUnie/SGP tijdens de bewuste raadsvergadering. 'En van privatiseringsdrift krijgen we alleen maar privatiseringsverdriet.'

Als aandeelhouder en zeker als grootaandeelhouder heb je volgens een raadsmeerderheid wel degelijk invloed. Je kan erop toezien dat Eneco blijft investeren in duurzaamheid. Bovendien kunnen de aandelen op de vrije markt in handen komen van commerciële bedrijven die het niet zo nauw nemen met duurzaamheid en vooral gericht zijn op het halen van hoge rendementen.

Dus de verkoop van de aandelen gaat niet door?

Deze werkelijkheid wordt ingehaald door de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018. Hart voor Den Haag/Groep de Mos, VVD, D66 en GroenLinks komen uit de bus als de grootste partijen in Den Haag. Het lukt ze om eind mei een coalitieakkoord te presenteren.

Drie van deze partijen behoren tot de minderheid van de raad die vóór verkoop is. Alleen GroenLinks stemde in oktober tegen. Maar tijdens de onderhandelingen gaat de partij overstag. De aanstaande coalitiepartijen hebben afgesproken dat het grootste deel van de Eneco-gelden bestemd is voor de energietransitie en duurzaamheidsplannen in de stad.  

Bovendien staat in het coalitieakkoord dat Den Haag eisen gaat stellen aan de koper. 'Deze partij moet duurzaamheid en energietransitie voldoende in de bestaande organisatie hebben geborgd en dit beleid in de toekomst verder doorzetten als eigenaar van Eneco', valt te lezen in het akkoord.

Nu is er dus ineens een meerderheid vóór aandelenverkoop?

Dat klopt.

En de oppositie is boos?

Inderdaad. De oppositie weet ook dat de politieke werkelijkheid is veranderd maar de partijen zijn boos over de voortvarendheid waarmee de nieuwe wethouder Financiën Rachid Guernaoui (Groep de Mos) aan de slag is gegaan.

Op 20 juni schrijft hij in een brief aan de gemeenteraad dat Den Haag 'conform de afspraak in het coalitieakkoord' toetreedt tot de groep van verkopende aandeelhouders van Eneco. De aandeelhoudersovereenkomst zal hij een week later ondertekenen, op 29 juni.

'Een schoffering van de gemeenteraad', briest PvdA-fractievoorzitter Martijn Balster tijdens de raadsvergadering op 28 juni. De hele oppositie op de PVV en de Partij van de Eenheid na, is not amused.  De partijen vinden dat de gemeenteraad buitenspel wordt gezet in deze belangrijke kwestie waar veel geld mee is gemoeid. Ze willen dat het college een raadsvoorstel schrijft, waarover de gemeenteraad kan beslissen.

Fractievoorzitter Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij wijst erop dat de coalitiepartijen weliswaar afspraken hebben gemaakt in het collegeakkoord, maar dat dit voor de raad en de wet geen enkele status heeft. 'Voor ons is het vorig besluit nog steeds van kracht. Daarom kan er niet zo maar een nieuw besluit in werking treden.'

Wat vindt wethouder Guernaoui daarvan?

Wethouder Guernaoui maakt zich niet zo druk. Een raadsvoorstel is helemaal niet nodig, vindt hij. Het aansluiten bij de verkopende partijen is een bevoegdheid van het college. Hij hoeft de raad niet om toestemming te vragen. Het gaat volgens hem alleen maar over het wisselen van commissie. Den Haag zat in de commissie van niet-verkopende gemeenten en verhuist naar de commissie van verkopende gemeenten. Waar hebben we het dus over?

Ja, waar hebben we het eigenlijk over?

Volgens Martijn Balster van de PvdA hebben we het over fatsoensnormen. 'De raad is het hoogste orgaan in een gemeente', zegt hij. 'Die stel je niet voor voldongen feiten maar die neem je als college mee in belangrijke beslissingen. Als wethouders dat niet doen, dan kan het college zonder enige controle beslissingen nemen en dan is het hek van de dam. Het vorige college heeft de raad altijd meegenomen en geïnformeerd over Eneco. Waarom wethouder Guernaoui dat niet doet, is mij een groot raadsel. Duidelijk is wel dat het de verhoudingen tussen het college en de raad op het spel zet.'

Wat wil de oppositie maandag in de extra raadsvergadering voor elkaar krijgen?

De oppositie wil meepraten over de voorwaarden waaronder Eneco in de verkoop gaat. En meer in het bijzonder: de oppositie wil haar tanden laten zien. Dit nieuwe college moet rekening houden met de hele raad en dus ook met de oppositie, willen de partijen maar zeggen. Anders dreigen het vier broeierige jaren te worden.