COLUMN: Ook zo’n last van een zomerdip?

DEN HAAG - Ow ja, de zomerdip bestaat.....

Ik heb in het verleden wel eens klassen twee jaar achter elkaar gehad en na de zomervakantie…valt het dan toch een beetje tegen. Die sommen en tafels die de kinderen voor de vakantie zo oplepelden zijn na zes weken vrij opeens een beetje ‘verdwenen’. Je ziet kinderen die eerst prima uit hun hoofd konden rekenen toch weer stiekem hun vingers gebruiken en ook het lezen gaat een stuk trager.

En dan hebben we het nog niet over het ‘sociale stukje’, het omgaan met elkaar en met uitgestelde aandacht. Het weer wennen aan de regels en routines op school. Alles weer terugkrijgen naar het oude niveau van voor de zomervakantie kost tijd. En dat betekent dat je als leerkracht moet kiezen. Of je gaat eerst opfrissen, verliest tijd en raakt later met de lesstof van het huidige jaar in de knel. Of je gaat maar gewoon door en hoopt dat je met veel kunst en vliegwerk de kinderen bij kunt spijkeren.

Ligt het tempo niet te hoog?
Je kunt je daar van alles bij afvragen. Ik wel tenminste. Hoe goed zat die stof dan eigenlijk in de kinderen hun hoofd, als het na 6 weken weer weg is? Lag voor een deel van de kinderen het tempo waarin de lessen elkaar opvolgen dan niet eigenlijk sowieso al te hoog als het zo weinig geïnternaliseerd is? En als dit een gegeven is, waarom houden we daar in de jaarplanning dan niet beter rekening mee? Wie bepaalt eigenlijk in welk tempo de stof behandelt moet worden? Zijn CITO, de inspectie en de kerndoelen daarin lijdend of moet dat het tempo van de kinderen zijn? Is het niet veel logischer om een onderwerp pas af te ronden en door te gaan naar het volgende onderwerp als een kind stof echt beheerst? En niet alleen dus een beetje kan reproduceren omdat het net de uitleg gehoord heeft maar het echt helemaal verankerd is?

Want als je de tafels echt kan, beheerst en begrijpt dan zijn ze niet na zes weken verdwenen uit je hoofd, dan zitten ze er voor altijd.

Oplossing verzinnen
Je kunt ook een heleboel oplossingen verzinnen. Die over het algemeen wel de inzet van meer leerkrachten of geld vragen, wat op het moment niet zo heel makkelijk ligt. Zoals bijvoorbeeld: we laten het idee van een zomervakantie van 6 weken los, voortaan duurt de zomervakantie korter. We stoppen met het jaarklassensysteem, kinderen leren voortaan op hun eigen tempo en zetten pas een volgende stap als ze daar echt aan toe zijn en stromen dus op heel verschillende niveaus uit.

Soms een heel stuk lager dan nu het geval is. We accepteren dat er een groep kinderen is die langer dan 8 jaar nodig heeft om alle stof van de basisschool zich eigen te maken. We richten zomerscholen op, waar kinderen die dat nodig hebben verlengde leertijd krijgen. Kinderen krijgen zomerhuiswerk mee en zo wordt het normaal om in de zomer door te leren.

Oplossing uit Utopia
Of we wijzen naar de ouders en zeggen dat zij er in de zomer voor moeten zorgen dat hun spruiten doorleren. Dat zou natuurlijk de ideale oplossing zijn, als alle ouders geduldig en pedagogisch en didactisch verantwoord in de zomer spelenderwijs verder zouden werken aan de schoolprestaties van hun kinderen. Maar dat is een oplossing uit Utopia. Niet omdat de meeste ouders niet willen of niet om hun kinderen geven maar omdat de draagkracht zo vaak ontbreekt. Hoeveel ouders hebben zelf geen moeite met de rekenstof uit de bovenbouw? Hoe lastig is het niet om je kind dat het hele jaar al op zijn tenen heeft moeten lopen te motiveren om ook in de zomer nog met jou aan de slag te gaan? Dat lukt gewoon vaak niet.

En dus hebben we een zomerdip. Want niet alle kinderen zijn hetzelfde en niet alle ouders zijn hetzelfde, maar de tijd die kinderen krijgen om iets te leren is wel voor iedereen gelijk.

Reageren? Mail naar manonvankreijl@omroepwest.nl.

Alle columns van Manon van Kreijl zijn hier terug te lezen

Meer over dit onderwerp:
MANON VAN KREIJL COLUMN
Deel dit artikel: