Bedenker videoscheidsrechter: 'Hetzelfde aantal camera's nodig bij iedere wedstrijd'

DEN HAAG - Sinds dit seizoen heeft iedere eredivisiewedstrijd naast de gebruikelijke arbitrage - de scheidsrechter, grensrechters en de vierde man - ook een videoscheidsrechter, de zogenoemde VAR. Maar na twee speelronden in het nieuwe seizoen is deze VAR al veelbesproken. In Den Haag maakte het de afgelopen dagen veel los.

Reden daarvoor is een buitenspeldoelpunt bij Heracles Almelo - ADO Den Haag afgelopen zaterdag. Bij de laatste goal van Heracles - de 4-2 - leek het sterk op buitenspel van Tim Breukers, de man die de assist gaf. Toch werd het doelpunt goedgekeurd, terwijl op beelden vrij duidelijk te zien was dat het buitenspel was. ADO-trainer Fons Groenendijk en speler Dion Malone waren na afloop niet te spreken over het optreden van de VAR. 'Verschrikkelijk', noemde Groenendijk het.

Bij RTV Oost heeft Bas Nijhuis, de VAR bij Heracles - ADO, uitgelegd waarom hij op dat moment niet ingreep. 'Ik had geen hard bewijs dat het buitenspel was', verklaart hij. Hoe dat kan? 'Wij zijn afhankelijk van de camera's van FOX. Als je bijvoorbeeld de vergelijking maakt met VVV - Ajax, daar waren tien camera's. Bij Heracles tegen ADO waren zes camera's. Dus dat houdt in dat wij het met zes camera's moeten doen.'

'Niet honderd procent zeker'

Dat zijn vier camera's minder en dus kunnen niet alle situaties goed beoordeeld worden. 'We hadden op de buitenspellijn geen camera's staan, dus ik had alleen een camera van bovenaf. Dus dat doelpunt wordt gemaakt en mijn gevoel was ook dat het wel eens buitenspel zou kunnen zijn. Dan probeer je de camerabeelden terug te halen en kom je erachter dat je alleen het overview van boven hebt. Het lijkt buitenspel, maar daar kan ik niet honderd procent uit opmaken dat het echt buitenspel is.'

Het doelpunt van Heracles werd dus niet afgekeurd. Waar nu veel vragen over bestaan is het wisselende aantal camera's bij de wedstrijden. 'De KNVB moet streven naar een situatie waarbij je alle wedstrijden onder dezelfde voorwaarden moet laten spelen', vindt Raymond van Meenen, één van de grondleggers van de videoarbitrage.

Discussie

Van Meenen: 'Dat betekent dat je bij ieder duel hetzelfde aantal camera's zou moeten hebben. Want dan krijg je nooit de discussie over bij die wedstrijd had je meer camera's en kon je buitenspel wél goed beoordelen en bij de andere niet.'

Volgens Van Meenen zijn er minimaal zes camera's nodig om echt goed met een VAR te kunnen werken. Maar met zes camera's blijkt het voorspellen van buitenspel dus lastig. 'Je moet goede afspraken maken over wat je wel en niet beoordeelt. Die afspraken liggen ook vast en dan gaat het erom hoe je dat in de praktijk toepast.'

Andere oplossingen

Toch zijn er wel manieren om met zes camera's buitenspel te bepalen. 'Softwarematig', geeft Van Meenen aan. 'Dat hebben we op het afgelopen WK gezien. Daar was een systeem met zogenaamde lijnen, die ter plekke voor een videoscheidsrechter worden getrokken. Dat is een extra hulpmiddel om buitenspel te beoordelen. Dat zijn allemaal zaken waar de KNVB zich vast en zeker mee bezig gaat houden. En op basis daarvan zullen ze wellicht aanpassingen verrichten.'

Beluister hieronder het hele interview met Raymond van Meenen.

LEES OOK: ADO-speler Bakker: 'Na vijf minuten met 2-0 achter is niet ongelukkig maar slecht'

Deel dit artikel: