Instellingen

Dag van de materiaalman: Rob Ravestein wordt gedreven door clubliefde voor ADO

Rob Ravestein op de Open Dag van ADO Den Haag
Rob Ravestein op de Open Dag van ADO Den Haag © SoccratesImages.com

DEN HAAG - De spelers, de trainers, soms zelfs de directeur; het zijn allemaal personen die het gezicht vormen van een voetbalclub. Wellicht belangrijker zijn de personen erachter. De secretaresses, verkoper in de clubwinkel of de materiaalman. Die laatste functie wordt bij ADO Den Haag ingevuld door Rob Ravestein. Op 24 september; de dag van de materiaalman extra aandacht voor 'Robbie'. Met Oud-ADO-speler Randy Wolters, presentator en ADO-fan Bas Muijs en technisch manager van de Haagse club Jeffrey van As bespreken we de stille kracht van ADO.

‘Een goede materiaalman neemt eerder te veel dan te weinig spullen mee’, zegt Van As als we het over Ravestein hebben. ‘Bij Robbie denk ik dat hij zelfs hartje zomer sneeuwschoenen en warme jassen meeneemt. Omdat het misschien koud kan worden. Rob regelt alles altijd perfect.’

Het is één van de vele goede eigenschappen die de drie heren noemen als ze het over Ravestein hebben. Humor is ook een woord dat veel valt, net als zijn warme persoonlijkheid en zijn arbeidsethos.

‘Hij was de eerste persoon die ik tegenkwam toen ik bij ADO ging spelen’, weet Wolters nog. ‘Dat was anderhalf jaar geleden. Bij Rob moest ik mijn pakketje met kleding ophalen. Sindsdien hebben we contact. We Snapchatten nog vaak met elkaar. Ik kan dan lachen, gieren en brullen met hem. Hij vindt mijn Leidse accent mooi. Dan stuurt hij weer een filmpje met daarin ‘hé Leidse glibber’. Zeker nu 3 oktober er weer aankomt.’


Bakkie in het washok

Muijs heeft Ravestein op een andere manier leren kennen. ‘We zagen elkaar op de tribune’, weet de Omroep West-presentator. ‘Elkaar gedag zeggen. Ik ga al jarenlang naar het stadion met mijn vader en Rob was daar ook. Ik volg hem op Twitter waar hij dan mooie dingen post. Ik zie hem ook wel eens als er geen wedstrijden zijn. Dan ga ik een bakkie doen bij hem in het washok.’

Dat washok is volgens Van As een belangrijke plek in het ADO Den Haag-stadion. ‘Zijn washok is aan het begin van de gang naar de kleedkamers’, vertelt de technisch manager. ‘Hij bewaakt vanuit daar het fort. Mensen die een lampje komen vervangen of wat in het spelershome moeten doen, moeten dan eerst langs het washok. Als hij je niet kent, dan vraagt hij meteen wat je komt doen. Hij bepaalt wie er langs mogen. De spelers voelen zich daar fijn bij.’

Ruud Gullit-imitatie

Ravestein stond even in het middelpunt van de belangstelling in de voetbalwereld toen hij Ruud Gullit zijn ‘Fantastic Game’-uitspraak nadeed in een filmpje. ‘Rob en ik hebben dezelfde humor’, vertelt Wolters. ‘Hij is altijd vrolijk.’ Ook Muijs waardeert de humor van de materiaalman. ‘Mooi die tweetjes over de extra wasverzachter voor de doelpuntenmakers.’

Die extra wasverzachter wordt in het washok van de materiaalman toegevoegd. ’Ik had het idee dat hij mijn shirtjes nooit waste’, lacht Wolters. ‘Nee, hoor. Die shirtjes waren altijd prima in orde. Ze roken altijd goed. Zelfs daarin zag je dat hij een hart voor de club heeft.’

Voetbalshirtjesverzamelaars

Voetbalshirtjes zijn een gemeenschappelijk hobby van Muijs en Ravestein. ‘We zijn allebei verzamelaars’, lacht de presentator. ‘Ik heb laatst een shirt van Colo-Colo -een voetbalclub uit Chili- van hem gekregen. Als ik dan in de zaal ga voetballen dan maak ik een foto met dat shirt aan.’

‘In zijn shirtverzameling zie je ook hoe spelers hem waarderen’, vervolgt Muijs. ‘Alle wanden van zijn washok hangen vol met voetbalshirts. Die krijg hij dan van voetballers die voor ADO hebben gespeeld en daarna ergens anders zijn gaan spelen. Er hangen shirts uit Japan, het Midden-Oosten. Hij kan ze nu alleen nog op het plafond kwijt. Ik denk dat ADO voor een groter hok moet gaan zorgen.’

Rob werkt zich altijd de touwtyfus
Randy Wolters

Lieve man met klein hartje

‘Ik ken Rob al zeker zo’n 25 jaar’, vertelt Van As. ‘Mijn beste vriend was zijn collega. Toen ik bij NAC speelde, kwam hij wel eens kijken. Toen ik met ADO in 2003 kampioen werd, zat hij bij ADO op de tribune. Ik ken Robbie via het werk en privé. Hij is altijd zichzelf. Als je hem bezig ziet met zijn kleinkinderen. Zo mooi. Een lieve man met een klein hartje.’

Die karaktereigenschappen waardeert Muijs ook in Ravestein. ‘Heel veel mensen kunnen zich identificeren met hem. Hij is natuurlijk iemand bij het grote ADO. Maar hij gedraagt zich altijd heel normaal, nooit uit de hoogte. Ik vind het leuk dat hij wel eens belt voor een prijsvraag op de radio. Daar voelt hij zich niet te goed voor. Van dat soort mensen houden Hagenezen.’

Eitje bakken

‘Robbie werkt zich altijd de touwtyfus’, weet Wolters zich nog uit zijn ADO-tijd te herinneren. Dan kwam je op de club en dan bakte Rob een eitje voor je. Hij is de eerste die in het stadion komt en de laatste die weggaat. Ik heb niet zo lang bij ADO gezeten, maar in die korte tijd wel een goede band met hem opgebouwd. Laatst was ik weer even in het stadion. Kwam hij naast mijn zitten. Hebben we zo een half uur gepraat. Dat waardeer ik echt.’

Rob overschrijdt de veertigurige werkweek met gemak
Jeffrey van As

‘Weet je’,begint Van As aan een nieuwe anekdote. ‘Zondag, na de wedstrijd tegen Vitesse was ik niet op de club. De trainers en spelers ook niet. Ik weet zeker dat Rob er wel was. Hij is er altijd als eerste. Die kleding wordt niet vanzelf schoon. We hebben een drukke week voor de boeg met een bekerwedstrijd. Rob zorgt dat alles in orde is daarvoor. In de Nederlandse arbeidscontracten staat dat je niet meer dan veertig uur per week mag werken. Rob overschrijdt dat met gemak. Dat is gewoon onderdeel van zijn clubliefde.’


Bindende factor

Muijs vindt de materiaalman een bindende factor bij de Haagse club. ‘Hoe goed of slecht trainers ook zijn. Ze verdwijnen een keer. De materiaalman niet. Die is niet afhankelijk van ze. Spelers die er langer zitten zoals Robert Zwinkels of Aaron Meijers bouwen een goede band met hem op. Dat is belangrijk.’

Ook de jonge garde krijgt volgens Van As met Ravestein te maken. ‘Rob voedt de jongens op. Hij wijst ze waar ze zitten, hoe hij de was gesorteerd wil hebben. Let wel! Rob laat niet over zich heen lopen. Hij heeft altijd zijn woordje klaar. De nieuwe spelers maken eerst kennis met Mattijs Manders en mij. Daarna met Rob. Dan begint de ontgroening. Rob heeft een strenge rol en een vrolijke rol voor de spelers.'


Nog een keer voor Den Haag spelen

‘Ik hoop trouwens dat Robbie nog een keer eitjes voor me gaat bakken’, komt Wolters nog even terug op een mooie herrinering. ‘Want dat is toch nog wel een van mijn doelen. Nog een keer voor ADO Den Haag spelen en dan lekker met Robbie een eitje eten.’

Onze eigen Joop Buyt zocht Ravestein vorig jaar op.