Geen vergunning nodig voor vreugdevuur, wel 'stevige afspraken'

De stapel van Scheveningen
De stapel van Scheveningen © Omroep West
DEN HAAG - Voor het bouwen en aansteken van vreugdevuren is geen vergunning nodig. Wel zijn er 'stevige afspraken' gemaakt, waarbij veiligheid voor de gemeente Den Haag het belangrijkste criterium is. Dat laat burgemeester Pauline Krikke weten in een verklaring.
In een evaluatie van de gebeurtenissen zal volgens de gemeente 'uiteraard aandacht zijn voor de vraag of het traject zoals dat ieder jaar is gevolgd op basis van afspraken en convenanten adequaat is geweest. De gemeente ziet in de gebeurtenissen van dit jaar sterk de noodzaak om die werkwijze kritisch tegen het licht te houden.'
Volgens de gemeente zijn de afspraken in de loop der jaren flink aangescherpt. Elk jaar wordt de zaak voorafgaand aan oud en nieuw met de gemeenteraad besproken en achteraf geëvalueerd.

Vol ongeloof gereageerd

In de Tweede Kamer is vol ongeloof gereageerd op het uit de hand lopen van de vreugdevuren. Ronald van Raak (SP) plaatst vraagtekens bij het optreden van burgemeester Krikke. ‘De handhaving valt onder haar verantwoordelijkheid’, verklaart het Kamerlid van de oppositiepartij. Hij wijst erop dat er sprake is geweest van een levensgevaarlijke situatie.
‘Je hoeft niet echt snugger te zijn om te begrijpen dat het misgaat als je bij harde wind landinwaarts een torenhoog bouwwerk in de fik steekt dat zo dicht bij de bewoning staat’, aldus Theo Hiddema (Forum voor Democratie). PvdA pleit voor een onafhankelijk onderzoek.

In loop der jaren brandstapels hoger

Den Haag besloot in 1990 de vele vuren in de wijken te verplaatsen naar het strand en terug te brengen naar twee vreugdevuren. In de loop der jaren kwam er steeds meer publiek op af en werden de brandstapels hoger. In 2014 besloot de gemeente te komen tot ondertekende, schriftelijke afspraken met de organiserende partijen over onder meer de massa en hoogte van de stapels.
Afgelopen jaarwisseling bleek dat de bouwers van de vreugdevuren zich niet aan de afspraken hadden gehouden over de hoogte van de vuren. Het ging mis toen de wind aantrok en er vliegende vonken van de vreugdevuren af kwamen.

Verklaring burgemeester

Gisteren heeft de burgemeester van Den Haag een grondige evaluatie aangekondigd van de gebeurtenissen rond het Vreugdevuur op Scheveningen. Daarbij wordt nadrukkelijk ook gekeken naar de afspraken die ten grondslag liggen aan de bouw van de vuurstapels. In aanvulling daarop en om tegemoet te komen aan de vragen daarover, laat de gemeente vandaag het volgende weten.
In 1990 is besloten om de vele spontane vuren in de wijken vanwege de grote overlast te verplaatsen naar het strand en terug te brengen tot een aantal van twee: een vuur op zuid en een vuur op noord.
Al sinds het begin van die traditie meer dan 25 jaar geleden ligt er geen vergunning aan ten grondslag. Wel ligt er een aanpak op basis van stevige afspraken, waarbij voor de gemeente de veiligheid steevast het belangrijkste criterium is geweest.
Die afspraken zijn in de loop der jaren flink aangescherpt, om zo te zorgen dat het bouwen en in brand steken van de vuren zo veilig mogelijk verloopt. Deze afspraken zijn ieder jaar zowel voorafgaande aan iedere jaarwisseling in het zogenoemde beleidskader met de raad besproken als achteraf met de raad geevalueerd.
Over de jaren heen is de belangstelling voor de vreugdevuren binnen en buiten Den Haag toegenomen. De combinatie van meer publiek en hogere vuurstapels leidt in 2013 tot nog meer aandacht voor de veiligheid, bijvoorbeeld met het opstellen van een hekkenplan, zodat omstanders en bouwers veilig zijn. De noodzaak voor zo’n plan bewijst zich bij de jaarwisseling van 2013-2014, wanneer de vuurstapels omvallen. Door het plaatsen van de hekken raakt niemand gewond.
Deze gebeurtenissen zijn voor de toenmalige burgemeester aanleiding om in 2014 te komen tot ondertekende, schriftelijke afspraken met de organiserende partijen. Daarin worden afspraken gemaakt over de bouw van de vuren en de veiligheid voor omstanders en bouwers. Het betreft afspraken over onder andere de massa en hoogte van de stapels, de breedte van de basis ervan en het soort materiaal dat gebruikt wordt.
In aanvulling daarop wordt in oktober 2015 ook een onderzoek gedaan door Efectis, een bedrijf gespecialiseerd in brandonderzoek. Efectis brengt risico’s in kaart op een aantal terreinen: de mogelijkheid van het instorten en omvallen van de stapels, de warmtestraling van de brand, de kans op branduitbreiding naar bebouwing en de rookhinder.
In 2016 neemt de gemeente efectis nogmaals in de arm. Nu wordt gevraagd om meerdere varianten van omvang en hoogte door te rekenen. Daarna sluit de toenmalige burgemeester een convenant met de bouwers over de vuurstapels. De basis wordt vasgesteld op 15x15 meter. De hoogte gemaximeerd op 35 meter. De afspraken over de massa van de vuurstapel wordt vastgezet op maximaal 10.000 kuub. Bij de jaarwisseling van 2017-2018 wordt de basis verbreed naar 20x20 meter en in 2018-2019 nog eens naar 22x22 meter. Dit alles omwille van de stabiliteit.
In de evaluatie van de gebeurtenissen rond het Vreugdevuur op Scheveningen, zoals door de burgemeester aangekondigd, zal vanzelfsprekend aandacht zijn voor de vraag of het traject zoals dat ieder jaar is gevolgd op basis van afspraken en convenanten adequaat is geweest. Het is een gegeven dat de aanpak jaar in jaar uit door college en raad zowel vooraf is getoetst en goedgkeurd als achteraf is geevalueerd.
De gemeente ziet in de gebeurtenissen van dit jaar uiteraard sterk de noodzaak om die werkwijze kritisch tegen het licht te houden.