Deskundigen: Gemeente had vuren Scheveningen niet mogen toestaan

DEN HAAG - De gemeente Den Haag had de bouwers van de vreugdevuren op de stranden van Scheveningen en Duindorp hiervoor een officiele vergunning moeten laten aanvragen. De constructie waarbij werd gewerkt met alleen een convenant – afspraken tussen beide partijen – kan niet door de beugel.

Als was gewerkt met officiële vergunningen hadden omwonenden bezwaar kunnen aantekenen. Ook had de gemeente het afwijken van de afgesproken normen door de bouwers dan beter kunnen handhaven.

Dat stellen meerdere rechtsdeskundigen tegenover Omroep West. Zij stellen bovendien dat de gemeente Den Haag mede omdat de stad zich niet hield aan de juiste procedures zeer waarschijnlijk aansprakelijk is voor de schade die bewoners en bedrijven hebben geleden. De gemeente zelf zegt dat bewoners en bedrijven eerst schade moeten claimen bij hun verzekeringen. De rechtsdeskundigen twijfelen zeer aan de houdbaarheid van deze opstelling. Zij denken dat de verzekeraars als ze al gaan betalen, de schade alsnog gaan proberen te verhalen op de gemeente.

Belangen van derden

Prof. Mr. Antonius Quirinus Cornelis  (Twan) Tak was 25 jaar lang hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht en geldt als vooraanstaand kenner van het bestuursprocesrecht. En hij hekelt de huidige praktijk waarbij gemeenten en andere overheden steeds vaker via convenanten en publiek-private samenwerkingen (pps-constructies) zaken probeert te regelen. 'Dat is in feite in strijd met het publiek recht', stelt hij. 'Want dat publiek recht vraagt dat iedere maatregel rekening houdt met de belangen van derden.'

Daarom vindt hij dat de gemeente Den Haag nooit afspraken met de bouwers had kunnen vastleggen in een convenant. Op die manier werd onder meer omzeild dat belanghebbenden bezwaar kunnen maken, signaleert Tak. 'Als je gaat contracteren, zegt de burger: waar zit onze rechtsbescherming?'

'Het kan niet'

De emeritus hoogleraar volgde vanuit Limburg de ontwikkelingen in Scheveningen met grote belangstelling. Zo'n convenant met de bouwers: het kan eigenlijk niet bevestigt hij meermaals. Maar ziet tegelijk dat overheden dit soort constructies steeds vaker gebruiken. 'Het kan niet. Het is mordicus fout. Het is eigenlijk misbruik van het privaat recht. Maar ja, toch doet men het, want het is zo leuk en makkelijk en het maken van dit soort afspraken past ook bij ons polderen.'

Vanuit de andere kant van Nederland volgde ook mr. dr. Albertjan Tollenaar de gebeurtenissen in de Oudejaarsnacht op de voet. Hij is universitair hoofddocent bij de vakgroep Bestuursrecht & Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen en adjunct directeur van de Groningen Graduate School of Law.

Nodig geweest

Tollenaar sluit zich aan bij de visie van Tak. 'Het ligt inderdaad voor de hand dat hiervoor een evenementenvergunning nodig is. Dat moet zijn geregeld in de APV. Die kan per gemeente verschillend dus of hier ook een vergunning nodig was hangt van de Haagse APV af. Zoals ik de Haagse APV lees was hier een vergunning nodig geweest', stelt hij.

De organisatoren vroegen wel een vergunning aan voor het opzetten van grote tent. Maar Tollenaar kon op internet geen vergunning voor het opbouwen van de stapels vinden en las ook dat het evenement met een convenant werd toegestaan. 'Een vergunning heeft het voordeel dat dan bezwaar door derden mogelijk is. Maar nog belangrijker: er zijn dan normen die gehandhaafd kunnen worden met een dwangsom of bestuursdwang.' Met andere woorden: dan had de gemeente boetes kunnen opleggen of de bouwers kunnen sommeren de stapels aan te passen.

Niet handig

De hoogleraar erkent dat hij het dossier 'niet van buiten kent', maar stelt dat 'de vormgeving met een convenant op zijn minst niet handig lijkt'. Een convenant, voegt hij daaraan toe, heeft namelijk geen duidelijke rechtsgevolgen. 'Het kan wel, maar dan zou ik het altijd laten volgen door een vergunning. Het convenant betreft dan niet de toezegging dat het evenement door mag gaan, maar dat een vergunning kan worden verkregen en dat het bestuur daar positief tegenover staat.'

Zijn collega hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen prof. mr. dr. Herman E. Bröring én emeritus-hoogleraar Tak wijzen ook op nog iets anders. De aansprakelijkheid. De gemeente stelt op de eigen websites dat bewoners en bedrijven die schade hebben in eerste instantie hun eigen verzekeraar moeten benaderen en eventueel ook de gemeente aansprakelijk kunnen stellen.

Persoonlijk aansprakelijk

Bröring denkt echter toch dat de gemeente en de organisatie achter de opbouw van de stapels in eerste instantie aansprakelijk zijn. Mochten die stichtingen eventueel niet voldoende geld in kas hebben, dan kunnen de bouwers eventueel zelfs nog persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

De hoogleraar stelt dat het zo maar zou kunnen dat de gemeente onrechtmatig handelen kan worden verweten omdat niet de juiste procedures zijn gevolgd. 'Je kan wel zeggen dat de verzekeraar aansprakelijk is, maar zo gemakkelijk komt de gemeente er niet vanaf.' Volgens hem heeft de gemeente zichzelf door gebruik te maken van een convenant in een zeer lastig pakket gemanoeuvreerd. 'Hier zit voor advocaten een leuke boterham in.'

Eenvoudiger en sneller

Ook Tak stelt dat de gemeente aansprakelijk is. Hij adviseert bewoners en bedrijven om via een publiek rechtelijke procedure geld terug te vragen bij de gemeente. 'Dat is eenvoudiger en sneller.'

De gemeente Den Haag wil zo lang het onderzoek naar de gang van zaken in de Oudejaarsnacht loopt, niet reageren.

LEES OOK: RECONSTRUCTIE: Wat we weten over de Scheveningse vonkenregen

Deel dit artikel: