Instellingen

Haagse fractievoorzitter ChristenUnie/SGP distantieert zich van Nashville-verklaring

Pieter Grinwis
Pieter Grinwis © Gemeente Den Haag

DEN HAAG - Pieter Grinwis, de fractievoorzitter van de ChristenUnie/SGP in Den Haag, hekelt de Nashville-verklaring, het orthodox-protestants pamflet tegen homoseksualiteit en transgenderisme. Ondanks dat SGP-leider Kees van der Staaij achter de verklaring blijft staan, neemt Grinwis fel afstand. 'Ik vraag me echt af: wat bereik je hiermee?'

Afgelopen weekend stak er een storm van protest op over de van origine Amerikaanse Nashville-verklaring. In het document wordt duidelijk gesteld dat je als homoseksueel of transgender niet welkom bent in de kerk. Het pamflet werd in Nederland ondertekend door honderden mannen, waaronder de SGP-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Kees van der Staaij en enkele reformatorische en evangelische predikanten uit onze regio. Maandag werd bekend dat het Openbaar Ministerie de verklaring gaat beoordelen op eventuele strafbaarheid.

Ondanks dat Van der Staaij achter de verklaring blijft staan, laat Pieter Grinwis van de Haagse fractie Christenunie/SGP weten de verklaring 'erg jammer' te vinden. 'Ik vind dit zo spijtig voor mijn broeders en zusters in de kerk. Zij krijgen echt het lid op de neus. Dit is heel pijnlijk.'

'Amerikaanse manier van debatteren'

Volgens Grinwis gaat het christendom niet over een rijtje regels, maar over dat iedereen zich welkom moet voelen in de kerk. 'Iedereen mag vinden wat hij wil, maar ik vraag me echt af: wat bereik je hiermee? Met zulke verklaringen schieten we niks op. Ik vind het jammer dat zulke Amerikaanse manieren van debatteren worden geïmporteerd.'

Dat leden van zijn achterban mogelijk wel achter de Nashville-verklaring staan, lijkt Grinwis, die afkomstig is uit de koker van de ChristenUnie, niets te doen. 'Ik spreek hier allereerst als christen, en niet als politicus. Mijn achterban zal het moeten doen met mij. Ik ben gekozen om mijn politieke opvattingen, en niet om mijn theologische, dus ik moet ook op mijn politieke prestaties worden afgerekend.'