Van de hoofdredactie: waarom 1 april een lastige dag is op onze redactie

'S-GRAVENZANDE - 1 april is misschien wel een van de verwarrendste dagen van het jaar voor journalisten. Bedrijven en organisaties bedelven je onder de persberichten. Het ene is duidelijk een grap, de ander is geloofwaardiger. En de grappen beginnen tegenwoordig vaak dagen van tevoren.

Dat merkten wij maandag ook op de redactie van Omroep West. Verschillende media, inclusief wij, waren in het weekend in ‘de 1 aprilgrap’ van Arnoud van Doorn gestonken. Hij zou de interim-directeur worden van het veelbesproken islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.

Naar aanleiding van het persbericht over de nieuwe baan van Van Doorn hebben wij hem gebeld om een reactie te vragen. Uiteraard verklapte hij niet dat het om een 1 aprilgrap ging. Zelfs toen media er specifiek naar vroegen, bleef hij volhouden dat het nieuws echt waar was. Ook de bestuursvoorzitter van de school, Soner Atasoy, bevestigde het ‘nieuws’. Pas op maandag 1 april kwam de spreekwoordelijke aap uit de mouw: het was een grap!

In de ogen van Van Doorn was de ‘missie geslaagd’. Het was volgens hem een goed signaal, omdat de omstreden school zo liet zien mee te doen aan de 1-apriltraditie. Maar alles bij elkaar was het niet zozeer een grap, maar een politiek middel, zo werd achteraf vastgesteld. Van Doorn moest zich verdedigen.

Boze reacties

Via de Facebookpagina van Omroep West kwamen negatieve reacties binnen over de 1 aprilgrap. Volgens het publiek werd er een grens overschreden. Ook het Genootschap van Hoofdredacteuren was niet over de actie te spreken. Hoofdredacteur van de NOS, Marcel Gelauff, noemde de grap ‘kwalijk, dom en kortzichtig’. Vooral omdat zowel Van Doorn als de bestuursvoorzitter van het Haga Lyceum bewust tegen de media loog. Immers, hen was vooraf door media gevraagd of het een 1 aprilgrap was en beiden ontkenden dat. Waarna kranten, radio, televisie en online-kanalen het verhaal brachten.

Natuurlijk werd er op onze redactie de vraag gesteld: hadden we het verhaal zondag niet kritischer moeten beoordelen. Het antwoord daarop is ‘ja!’. Al had dat de berichtgeving niet veranderd. Wij hebben Van Doorn die zondag wel gevraagd naar de achtergrond en gevolgen van zijn benoeming, maar hem niet geconfronteerd met de vraag of het een 1 aprilgrap was, wat de NOS wel deed. De uitkomst maakte achteraf niet uit, maar iets meer op onze hoede in de vraagstelling was op z’n plaats geweest.

Je kunt als redactie dus maar beter extra goed opletten, zo voorafgaand aan 1-april – maar foutieve berichtgeving voorkom je er niet mee. Al valt of staat het journalistieke leven wel met partijen die de waarheid spreken. Wanneer ze dat bij een grap vooraf niet doen, dan snijden ze ook zichzelf in de vingers. Bij een volgende keer vraag je je toch bij betrokkenen af of het wel klopt wat ze zeggen. Ik vind dat Arnoud van Doorn hier echt te ver is gegaan en zichzelf een slechte dienst heeft bewezen.

Haagse Ooievaarstunnel, Bincktunnel of Bralbuis?

Eerlijk is eerlijk, wij zijn zelf ook niet vies van een 1 aprilgrap, maar dan over een minder serieus onderwerp. Toch brengt het verhaal over Van Doorn ons bij de vraag of we onze eigen 1 aprilgrap wel door de beugel kon.

Voor wie het gemist heeft: in het maandelijkse programma Radio Rotterdamsebaan – onderdeel van Studio Haagsche Bluf – lieten we projectleider Paul Janssen aan het woord over de naamswijziging voor de nieuwe tunnel in Den Haag: Victory Boogie Woogietunnel is te ingewikkeld, het wordt wat anders, aldus Janssen, met medeweten van Omroep West.
De luisteraars belden ons plat met suggesties, zoals Haagse Ooievaarstunnel, Hoftunnel en Bincktunnel. Zelfs Sjaak Bral zat in het complot en deed vrolijk mee door te vertellen hoe trots hij was op een van de geopperde alternatieven: de Bralbuis. De uitzending eindigde, iets voor zevenen, met: ‘de luisteraar is misschien vergeten dat het 1 april is’ en toen volgde de reclame.

Voor de makers een mooi radio-avontuur. En gelet op het enorme aantal bellers pakte het voor ons verrassend uit. Er kwamen zoveel leuke voorstellen bij ons binnen dat wij dachten: ‘een naamswijziging is zo gek nog niet’. We gingen geloven in onze eigen 1-aprilgrap en opperden dat we het dan maar serieus moesten gaan vragen aan de wethouder. Ondanks dat deze zijn eigen projectleider beschikbaar had gesteld om mee te werken aan onze grap, overweegt de wethouder niet om de naam van de tunnel te veranderen. Het valt hem moeilijk kwalijk te nemen Maar al die fraaie geuzennamen hebben we maar mooi binnen.

De Hagenoot van NIDA

Waar we deze week ook een discussie over voerden op de redactie was het integratie-idee van de politieke partij NIDA in de Haagse gemeenteraad. We zouden af moeten van de termen Hagenaar en Hagenees; Hagenoot is een mooi alternatief. NIDA vindt dat Hagenaar en Hagenees termen zijn die verdeeldheid veroorzaken. Hagenoot niet. NIDA voorziet een stad vol participerende mensen, schreef een brief vol ideeën en kreeg uiteindelijk een debat dat vooral ging over Hagenoot. Nu wilde NIDA een discussie, maar het debat beperkte zich wel erg tot het idee over de nieuwe naam Hagenoot. Er kwamen zelfs zoveel boze reacties dat de partij aangifte deed van discriminatie.

We bespraken op de redactie het publicatiemoment en de geloofwaardigheid die dat met zich meebracht: een dag na 1 april. Ook hadden we het over het doodslaan van de discussie over ‘Hagenaar, Hagenees en Hagenoot’ en over het beter begeleiden daarvan. Eerlijk gezegd kwamen we daar niet helemaal uit. Bewust benoemden we in al onze uitingen dat NIDA veel meer wil dan de naamsverandering Hagenoot, maar in de reacties sneeuwde dat onder. Toch wilden we dit nieuws onder de aandacht brengen om dat dit onze taak is als regionale publieke omroep, zeker in thema's die voor verdeeldheid zorgen in de maatschappij.  

Hadden we het dan maar niet moeten doen? Nee, zo vinden we. In elk geval kregen we als gevolg van het NIDA-idee een discussie in en om de stad, zo stelden we vast. Daarbij hebben wij Cemil Yilmaz van NIDA nog in de radiostudio gehad om te reageren op de commotie, maar ook om over de rest van de plannen te vertellen. Wij beschouwen het als onze taak om de diepgang in het debat blijvend voor het voetlicht te brengen.

Kortom: het was een leerzame week die we niet snel vergeten. Persberichten en verhalen die bij ons binnenkomen checken wij altijd bij zoveel mogelijk partijen. Zodra die bronnen bewust liegen is het voor ons lastig om dat te testen. Het was een wijze les, voortaan zijn we ook op dit punt extra voorzichtig in de dagen voor 1 april.

Henk Ruijl, hoofdredacteur Omroep West
henk.ruijl@omroepwest.nl

Deel dit artikel: