Het Malieveld: drie eeuwen lang het sportieve middelpunt van Den Haag

DEN HAAG - Tijdens de zomerweken brengen we met de sportredactie van Omroep West een reeks verhalen die dieper ingaan op de sportgeschiedenis van onze regio. In deze eerste aflevering gaan we in op de historie van het Malieveld. Want hoe komt dit beroemde grasveld aan zijn naam en wat is de relatie van HBS en HVV met de groene weide?

Het songfestival dat plaatsvindt in het ADO Den Haag-stadion of op het Malieveld. Als het aan de gemeente Den Haag ligt reist muziekliefhebbend Europa volgend jaar mei af naar de residentie. Het Malieveld is geen vreemde gedachte als je naar de geschiedenis van het misschien wel beroemdste openbare grasveld van Nederland kijkt. Al sinds 1576 is het Malieveld de centrale plek in Den Haag waar festiviteiten voor de burgers worden georganiseerd. De Haagse voetbalhistorie begon op het veld en het heeft zelfs zijn naam te danken aan vrijetijdsbesteding. 

Dat zo’n grote lap grond onbebouwd midden in de derde stad van Nederland ligt, heeft zowel een menselijke als natuurlijke oorzaak. Door een duizenden jaren durend spel van regen en wind met landschapselementen ontstond het Haagse Bos. Een bos waar graaf Floris IV van Holland zich rond 1230 vlakbij gingen vestigen. Het werd zijn jachtdomein. Floris IV en de graven die hem opvolgden, onderhielden het bos goed. Vanuit heel graafschap Holland werden bomen gehaald en in het bos van de graaf geplant. Ook de vlakte die nu het Malieveld heet, stond vol met bomen.

Leidens ontzet

Tijdens de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) kwam er een einde aan het boomrijke Malieveld. Den Haag was rond 1573 niet ommuurd door een stadswal en was een gewilde prooi voor zowel rondtrekkende en plunderende Geuzen als de Spaanse troepen. De Haagse bevolking wilde dat tuig toch buiten de deur houden en daarom werden er bomen gekapt om in allerijl verdedigingswerken op te tuigen. Alleen deze nooddefensie kwam te laat. De Spaanse troepen waren op tijd in het dorp Den Haag. Den Haag werd ingenomen en de manschappen van de hertog van Alva hadden een plek vanwaaruit ze het beleg van Leiden op konden zetten. Gretig werd er gebruik gemaakt van de bomen die door de Haagse bevolking al waren gekapt.

Hoe het met de Spaanse troepen en Leiden afliep is bekend. De Spaanse militairen werden verdreven en plunderden Den Haag. Nadat het gevaar geweken was, zocht de gevluchte Haagse bevolking weer zijn toevlucht in het verwoeste dorp. Voor de wederopbouw van Den Haag werden er weer bomen gekapt en vooral het huidige Malieveld beleefde een kaalslag. Een kaalslag die het niet meer te boven kwam.

Kleine ijstijd

Dat het Malieveld een bomenloze vlakte bleef, had te maken met een periode die de kleine ijstijd wordt genoemd. Het laatste kwart van de zestiende eeuw was de koudste periode van de afgelopen duizend jaar. Winters waren heviger en duurden langer, terwijl de zomerzon zijn stralen maar mondjesmaat aan de aarde toevertrouwde. Daarnaast was er meer neerslag en duurde een regenbui langer dan normaal. Het hemelwater nam de vruchtbare grond die open en bloot op het Malieveld lag mee. Er groeide daardoor weinig tot niets meer op de toch al kale weide. In 1594 werd besloten het Malieveld af te graven. Hierdoor ontstond de de huidige grasvlakte. 

Maar waarom is het Malieveld dan door al die jaren heen niet volgebouwd? Dat dacht ook toenmalig burgemeester Wim Deetman in 2006. Er waren plannen voor een Nederlands historisch museum en de burgervader zag in het Malieveld een ideale bouwlocatie. Ironisch genoeg werd hij teruggefloten door de geschiedenis zelf. Niemand minder dan Willem van Oranje stak een stokje voor het plan van Deetman.

Akte van Redemptie

Het geld van Willem van Oranje en zijn medestanders om oorlog te voeren tegen de Spaanse overheersers raakte rond 1575 op. De Staten van Holland stelden daarom voor dat de Haagse Kloosterkerk moest worden verkocht en het Haagse Bos gekapt. Met die opbrengsten kon er weer een bende huursoldaten worden betaald. Het Haagse bestuur was uiteraard tegen dit voorstel. Het behoud van de Kloosterkerk was makkelijk. Die kwam namelijk volledig aan Den Haag toe. Het Haagse Bos was politiek, juridisch en financieel een ander verhaal. Toen al was Den Haag, ondanks dat het een dorp was, het centrum van de macht. Naast het toenmalige dorpsbestuur, hadden ook het Hof van Holland en de heren van de Grafelijke Rekenkamer wat in te brengen. Met hulp van die twee instituten werd bepaald dat Den Haag de verkoop van het bos kon afkopen. Daarvoor moest het dorp dat nog last had van de naweeën van de plunderingen het hoge bedrag van zesduizend ponden neerleggen.

Dit lukte en Willem van Oranje ondertekende de Akte van Redemptie. Daarin stond dat het Haagse Bos of delen daarvan niet mochten worden verkocht voor de bomenkap en dat het bos Den Haag toekwam. Door de loop van de geschiedenis is die overeenkomst een eigen leven gaan leiden. Zo veranderde het predicaat niet kappen door de eeuwen heen in niet kappen en bebouwen. De akte geldt niet alleen voor wat nu het Haagse bos is. Ook het Malieveld en de Koekamp vallen eronder.

Boorlaan

De weergoden, oorlogsvoering en een juridisch steekspel zorgden er uiteindelijk voor dat er aan de grens van het dorp Den Haag, een grote open vlakte kwam te liggen. Een vlakte die ideaal was voor sport en spel. En aan sport en spel heeft het Malieveld zijn naam te danken. Parallel aan waar tegenwoordig de Zuid-Hollandlaan ligt, heb je op het Malieveld de Boorlaan. De huidige Boorlaan had vroeger een andere functie: rond 1606 ontstond daar een maliebaan.

De Boorlaan op het Malieveld | Foto: Omroep West

Malie was een verre voorloper van de huidige golfsport. Met een houten stok moest een houten bal binnen een bepaald aantal slagen naar een doel worden gemept. Vaak stond halverwege het veld een poortje waar de bal doorheen moest. De stok waar mee geslagen werd heette een maille. Het spel werd vooral door de elite gespeeld. Als je een maliebaan in je bezit had, dan was je in de zeventiende eeuw het mannetje. De lengte van een maliebaan kon verschillen. Den Haag had langste speelveld van Nederland. Historici hebben uitgerekend dat het speelveld in de Hofstad meer dan een kilometer lang moest zijn. Ter vergelijking: die in Utrecht was ongeveer 750 meter.

Tennisbaan op het Binnenhof

Den Haag was namelijk niet de enige plek in Nederland waar het spel malie werd beoefend. De beroemde Maliebaan in Utrecht, heeft zijn naam ook te danken aan het renaissancespel. Sterker nog: de speelbaan in de residentie diende als voorbeeld voor de maliebaan in het Sticht. Ook Amsterdam, Breda en Leiden hadden een speelveld waar de hogere klasse zijn vertier zocht. In Leiden lag de maliebaan ter hoogte van waar tegenwoordig de universiteitsbibliotheek aan de Witte Singel ligt.

Het Malieveld is overigens niet het oudste sportveld van Nederland, zelfs niet van Den Haag. Bekend is dat rond 1300, op wat nu de Kneuterdijk is, riddertoernooien werden gehouden. De allereerste tennisbaan van Nederland lag op het Binnenhof. Om preciezer te zijn: achter de Ridderzaal. Rond 1500 heerste Filips de Schone over Holland en hij sloeg graag een balletje. Hij was vooral verzot op een spel dat real tennis heette (real als in koninklijk: zie Real Madrid), het was een verre voorloper van de sport waarin Kiki Bertens tegenwoordig de wereldtop heeft bereikt. Ongeveer 150 jaar maakte de tennisbaan deel uit van het Binnenhof, toen zorgde een verbouwing voor een einde aan het spelplezier. Een gedenksteen herinnert ons tegenwoordig aan de sportieve geschiedenis van het politieke hart van Nederland.

Plaquette op het Binnenhof ter ere van de eerste tennisbaan in Nederland | Foto: Omroep West

Prinsessegracht

De Maliebaan in Den Haag moet het zonder gedenksteen doen. Maar met een beetje fantasie kun je de zeventiende-eeuwse regenten de bal nog zien slaan met een houten stick. Dat moesten ze vanaf 1705 wel doen op een verkleind veld. Want in dat jaar werd de Prinsessegracht verlengd van de Kanonstraat naar de Houtweg en werd er een hap uit het Malieveld genomen. De Akte van Redemptie ging toen waarschijnlijk alleen nog maar over bomenkap en niet over bebouwing.

De Haagse burgers zullen niet erg in hun maag hebben gezeten met de kleiner wordende baan. De populariteit van malie nam rond 1700 snel af en het Malieveld werd toen vooral gebruikt voor kermissen, militaire defilés en als oefenterrein voor militairen. Het duurde tot ongeveer 1885 tot het Malieveld weer het middelpunt werd van sportend Den Haag. Dit kwam door een spel dat tot op de dag van vandaag ieder weekend Nederland in een machtsgreep heeft: voetbal.

De Haagse supporters zijn nietswaardige kleine vuilneuzen
Tijdschrift De Athleet

HVV

Er werd door de eeuwen heen natuurlijk wel gesport op het Malieveld. Zo maakte de krant het Algemeen Handelsblad op 28 augustus 1881 melding van een internationale cricketwedstrijd tussen Engeland en Nederland. Zelfs het Wilhelmus en God Save The Queen worden voorafgaand aan het duel gespeeld. Het Nederlandse team bestond uit spelers van de Haagsche Cricket Club. Een vereniging van jongemannen waaruit twee jaar later voetbalclub HVV zou ontstaan.

Het waren de oerjaren van het Nederlandse voetbal en het Malieveld was in Den Haag het centrale toneel van het nieuwe spel. Voetbal was een elitesport en de bespelers moesten weinig hebben van arbeidsvolk als ze hun sport uitoefenden op de centraal gelegen grasvlakte. In 1890 kon HVV haar eerste van in totaal tien landskampioenschappen nog in de luwte van het Malieveld vieren. Toen in 1896 de tweede titel aan het palmares werd toegevoegd, was het al veel drukker. Voetbal won in die jaren snel aan populariteit en het Malieveld was een openbare ruimte waar iedereen kwam kijken naar de sportende jongemannen.

Bedreiging met messen

Een sportpark met een kantine, tribunes en kleedkamers was het Malieveld niet. In cafés werd er omgekleed, een drankje werd bij een limonadeverkoper aan de rand van het veld gedaan. Daarnaast liepen supporters door de drukte half op het veld en aan de zijlijn werd er ruzie gemaakt of een doelpunt wel geldig was. De doelen waren namelijk provisorisch en hadden vaak geen net of lat. Ongeregeldheden tussen boze fans konden dan ook niet uitblijven. Dieptepunt was volgens tijdschrift 'de Athleet' een wedstrijd in 1897 tussen HBS en het Rotterdamse Sparta. De Haagse supporters waren volgens het magazine 'nietswaardige kleine vuilneuzen' die supporters uit de havenstad zouden hebben bedreigd met messen en spelers van de tegenpartij uitjouwden. Bij de elitesport die voetbal nog was, was ook dat laatste een ernstig vergrijp.

Clubs uit andere steden zetten steeds meer druk op HBS en HVV om het Malieveld te verlaten. Volgens de Rotterdamse voetballiefhebbers was door het openbare karakter te veel 'rapaille' aanwezig tijdens wedstrijden. Ze zagen graag dat de clubs een eigen veld kregen. Ze werden onverwacht geholpen door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het Malieveld was door de kermissen en voetbalwedstrijden steeds meer een vergaarbak van onrust. Daarnaast was de vlakte aan het einde van de negentiende eeuw vooral bedoeld voor militaire parades. In maart 1898 vaardigde het ministerie daarom een tijdelijk sportverbod uit op het Malieveld. Gedurende de zomermaanden mocht er niet gevoetbald worden, omdat het gras te veel werd beschadigd. De Haagse voetbalbond keek vreemd op. 'Het gras wordt ook vertrapt bij militaire parades',was de tegenwerping.

Definitief verbod

Aan het begin van het seizoen 1898/1899 was het tijdelijk verbod opgeheven en rolde de bal weer op het de groene vlakte. De clubs die werden verjaagd en hun heil elders moesten zoeken, voetbalden weer op het veld waar het Haagse voetbal zijn oorsprong kende. Dat duurde niet lang. Aan het einde van het jaar 1898 nam het ministerie van Binnenlandse Zaken een definitief besluit. Voetballen op het Malieveld was vanaf dan verboden. Een verbod dat 120 jaar later waarschijnlijk nog van kracht is, maar natuurlijk niet wordt gehandhaafd.

Hoewel er mensen zijn die ook een verbod op het songfestival willen hebben, kan dat eventueel wel plaatsvinden op het Malieveld. Alhoewel, de organisatie van het Europese muziekfeest schrijft voor dat het festijn moet worden overkapt. Daar moet voor worden gebouwd. Kan de Akte van Redemptie alsnog roet in het eten gooien?

Krantenartikel in de Haagsche Courant van 21 december 1898

LEES OOK: Sjaak Polak klaar voor nieuwe uitdaging: ‘Ik wil ADO weer op de kaart zetten’

 

Meer over dit onderwerp:
SPORT GESCHIEDENIS VOETBAL HVV HBS
Deel dit artikel: