Formule 1 in de Bollenstreek: het circuit dat er nooit kwam

NOORDWIJK - Tijdens de zomerweken brengen we met de sportredactie van Omroep West een reeks verhalen die dieper ingaan op de sportgeschiedenis van onze regio. In deze vijfde aflevering gaat het over het racecircuit van Noordwijk. Een baan die er ondanks grootse plannen nooit kwam.

Zandvoort kreeg op 14 mei te horen dat ze weer in de Formule 1-kalender werd opgenomen. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het circuit in de badplaats gerealiseerd. In de jaren twintig was de Bollenstreek de voornaamste kandidaat voor een racecircuit.

'Vijf jaar lang was er sprake van dat het eerste racecircuit in Noordwijk zou komen te liggen', vertelt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. 'In 1923 werden er plannen onthuld voor een baan in Noordwijk. Niet alleen voor auto’s, ook voor motorraces. Daarnaast was het plan om op het middenterrein een vliegveld aan te leggen. Voor het transport van bloembollen naar het buitenland. Het was een groot en ambitieus plan.'

't Langeveld

Wel een plan met een stevig fundament. Er was al grond aangekocht door een bedrijf dat het plan moest realiseren. 't Langeveld, tussen Lisse, Noordwijk en Noordwijkerhout moest in de jaren twintig het centrum worden van de Nederlandse racesport. De gemeente Noordwijk had zelfs al subsidie van zestigduizend gulden toegezegd en er was een beroemde architect bij het project betrokken. 'Harry Elte', weet Van de Vooren. 'Elte had in 1914 het eerste Nederlandse stadion ontworpen; de voorloper van het Olympische Stadion. Het waren niet zomaar wat passanten die aan het project verbonden waren.'

De plek waar de racebaan zou komen te liggen was ideaal volgens de krant: 'Het Vaderland'. De reis naar het circuit zou vanuit zowel Den Haag als Amsterdam 26 kilometer bedragen. Van het toen nog bestaande station Lisse was het slechts een kwartier lopen. Er zou een baan van drie kilometer moeten komen te liggen en maar liefst 57.500 toeschouwers zouden een plekje moeten kunnen vinden op de tribunes. 

Kijkduin

Begin jaren twintig timmerde autoracen hard aan de weg. Door heel Europa werden racecircuits geopend. In 1922 opende Monza in Italië haar deuren, in 1924 werd er in het Franse Montlhéry een circuit in gebruik genomen. In datzelfde jaar zag ook het Belgische Spa-Francorchamps het levenslicht. Ook in Nederland waren er al voordat er sprake was van 'Noordwijk' ambities voor een racebaan. 'In Heerlen en Arnhem', weet Van de Vooren. 'Maar ook in Den Haag. In 1921 waren er plannen om bij Kijkduin een circuit aan te leggen. Uiteindelijk werd Noordwijk het meest concreet.'

De racebanen elders in Europa werden door de organisatie achter het Bollenstreek-circuit gebruikt om de Noordwijkse politiek te beïnvloeden. Want in 1926 was er ondanks de grote en ambitieuze plannen nog steeds geen stukje baan aangelegd in de Bollenstreek. Daar moest verandering in komen. Het bedrijf achter de raceplannen in de Bollenstreek ging in die tijd door het leven als: 'Nationale Sportterreinen 't Langeveld NV. Op uitnodiging van die organisatie ging een groot gedeelte van de Noordwijkse gemeenteraad in juni 1926 naar Montlhéry, om te kijken hoe de Fransen het hadden aangepakt. 

Haagsche Courant

Na dit uitstapje bleef het stil vanuit de Noordwijkse politiek. Reden voor het bedrijf dat een racecircuit wilde, om nog een studiereis te boeken. Burgemeester Van Panhuys en enkele wethouders gingen nu naar Monza, om te kijken hoe de racebaan daar erbij lag. Na dit uitstapje zijn de kranten duidelijk. Zo zegt De Telegraaf: 'Binnen afzienbare tijd een beslissing kan worden tegemoet gezien.'

Ondertussen kwam er steeds meer kritiek op de plannen. Ondanks dat het snoepreisje naar Frankrijk was bekostigd, vond een columnist in de 'Haagsche Courant' het uitstapje opmerkelijk. Liever zag deze 'Ome Koos' dat dit soort uitstapjes werden gedaan voor maatschappelijk belangrijke thema's. Volgens hem was een reis van Haagse raadsleden naar Parijs om daar te kijken hoe men omging met de rattenbestrijding meer te billijken dan een studietrip naar een racecircuit.

Afbeelding

Kapitaalsverkwisting

De Rotterdamsche Courant ziet liever een wijziging in de plannen. In de provincie Zuid-Holland zijn de meeste automobilisten van Nederland. Daarnaast groeien villadorpen als Wassenaar, Bentveld en Bloemendaal als kool. Goede wegen zouden volgens de krant uit de Havenstad, deze dorpen uit hun isolement trekken. Noordwijk heeft daar als centrale plek een grote rol in. Liever ziet de schrijver dan ook dat de burgemeester investeert in openbare wegen. 'Kapitaalsverkwisting' wordt de racebaan genoemd.

De beslissing waar de Telegraaf het over had, kwam er uiteindelijk niet. Sporthistoricus Van de Vooren kan niet duiden waar het precies is misgegaan. 'Het was een groot en ambitieus project', weet hij. 'Waarschijnlijk is het al aan de vergadertafels kapotgegaan.' 

Afbeelding

Bloembollenvelden

Eind 1927 komt het bericht dat de racebaan definitief van de baan is. In plaats daarvan komen volgens het Algemeen Handelsblad bloembollenvelden op 't Langeveld. De grond was in eerste instantie te droog voor tuinbouw. Maar door nieuwe technieken kon het waterpeil worden verhoogd. Uiteindelijk komt er in april 1928 definitief een einde aan al het gesteggel rond de racebaan. De gemeente Noordwijk trekt de in het vooruitzicht gestelde subsidie definitief in.

Op 14 mei had presentator Justin Verkijk het met Jurryt van de Vooren over het circuit van Noordwijk.

LEES OOK:

Meer over dit onderwerp:
NOORDWIJK FORMULE 1
Deel dit artikel: