Van groepsbelediging beschuldigde imam beroept zich op godsdienstvrijheid

DEN HAAG - Een 50-jarige imam uit Den Haag, die door het Openbaar Ministerie wordt beschuldigd van groepsbelediging, beroept zich op de Nederlandse godsdienstvrijheid. Twee jaar geleden zou hij moslims die niet bij de soennitische stroming horen 'varkens' hebben genoemd. Dat gebeurde tijdens een herdenkingsdienst in de moskee Al Madinah in Den Haag.

Maandag was er bij de rechtbank in Den Haag een eerste zitting tegen de prediker, die zelf niet aanwezig was. Zijn advocaat zei dat de man de gewraakte opmerking 'uit een puur religieus oogpunt' had gemaakt. Het had niets te maken met discriminatie.

Drie personen die de dienst in augustus 2017 bijwoonden, deden naderhand aangifte bij de politie. Volgens hen zou de imam hebben gezegd: 'Moslims die niet de soennitische stroming aanhangen, zijn varkens.' Hij zou daar aan hebben toegevoegd: 'Varkens kunnen niet samen zijn met schapen.'

Moeite met andere moslimgroepen

De man heeft zijn opmerkingen tijdens een politieverhoor niet ontkend. Hij verklaarde moeite te hebben met andere moslimgroepen. Volgens zijn advocaat zou hij in de preek vooral verschillen tussen soennieten en aanhangers van de islamitsche Ahmadiyya-stroming hebben besproken. Dat zou onder de vrijheid van godsdienst vallen.

Op verzoek van de advocaat wordt er door de rechter nog een getuigendeskundige aangesteld, die meer kan vertellen over de verschillen tussen de verschillende stromingen binnen de islam. Ook worden de drie personen die aangifte tegen de prediker hebben gedaan, nog eens verhoord.

Te ver gegaan

Voor de officier van justitie stond maandag al vast dat de prediker te ver is gegaan. 'Hij heeft mensen varkens genoemd, dan ga je de grens van de godsdienstvrijheid over.' De inhoudelijke behandeling van de zaak is pas over enkele maanden.