Van wereldkampioen tot verliezen van de fles; het wielerleven van Mien van Bree

DEN HAAG - Tijdens de zomerweken brengen we met de sportredactie van Omroep West een reeks verhalen die dieper ingaan op de sportgeschiedenis van onze regio. In deze laatste aflevering aandacht voor Mien van Bree. Hoe een Haagse uit een gezin van vijf kinderen wereldkampioen wielrennen wordt, maar uiteindelijk verliest van de fles.

Geen laan of straat, maar een lullig fietspad door recreatiepark Madestein is het enige wat de Haagse herinnering aan Mien van Bree in leven houdt. 'Mien van Bree-fietspad' staat er in het groen. Bijna nemen de bomen bezit van het bord aan het begin van de weg. De naam Mien van Bree is nog te lezen, maar als de groendienst van de gemeente niet snel ingrijpt, is de naam verdwenen tussen de bladeren en takken. Zoals haar naam al bijna verdwenen was in de annalen van de sportgeschiedenis.

De Haagse Mien van Bree leeft eigenlijk tachtig jaar te vroeg. Tegenwoordig puilen de kasten van vrouwen als Anne van der Breggen en Marianne Vos uit met verschillende prijzen die ze hebben gegrepen tijdens dagkoersen en grote rondes. De huidige generatie vrouwelijke wielrenners vergaren steeds meer roem. Dit in tegenstelling tot hun verre voorganger Mien van Bree. Van Bree werd verguisd in de Nederlandse pers. Toen ze in 1938 op 23-jarige leeftijd wereldkampioen werd, vroeg een krant zich af: 'Zouden onze vrouwen niets beters te doen hebben?'

Voorvechtster

'Ze was absoluut een voorvechtster voor het vrouwenwielrennen', zegt Mariska Tjoelker. Tjoelker schreef een biografie over Van Bree. In 'Mien, een vergeten geschiedenis', wordt het pijnlijke leven van de Haagse wielrenster beschreven. 'Ze moest voortijdig stoppen met wielrennen en ze was van de vrouwenliefde. Dat was toen ook niet algemeen geaccepteerd. Ze heeft geen makkelijk leven gehad.'

Maar hoe komt een tuindersdochter uit Loosduinen in aanraking met wielrennen? Tjoelker kan dat wel verklaren. 'In de jaren twintig heeft Scheveningen een veldrit met Hemelvaartsdag. Een rondje rijden door de duinen over het strand en de boulevard. De organisator heeft op een goede dag bedacht: het is wel leuk als we ook een ritje voor de dames organiseren. Je moet er wel vanuit gaan dat die dames in een lange jas rijden, met een hoed op en op zo’n opoefiets. Bij de mannen rijden wel echte wielrenners. Waarschijnlijk heeft Mien dat gezien en toen is het balletje gaan rollen.'

VIOS

Van Bree richt vervolgens met enkele vriendinnen een wielrenclub voor vrouwen op. VIOS (Vooruitgang Is Ons Streven) heet de Haagse vereniging. 'Heel raar vonden de mensen dat', vertelt Tjoelker. 'Ze vonden het echt niet kunnen. Er werd op neergekeken.' Terwijl de Nederlandse goegemeente afkeurend kijk naar de fietsende Van Bree, schiet haar beroemde buurtgenoot Piet Moeskops te hulp. Moeskops die in de jaren twintig vijf keer wereldkampioen sprint op de baan werd, ziet haar rijden en geeft tips. 'Hoe ze moest trainen', vertelt Tjoelker. 'Hoe ze sterker moest worden, hoe ze wedstrijden moest rijden. Mooi dat zo’n grote sprinter haar op weg hielp.'

Afbeelding

Wielrenner Piet Moeskops Foto: Photographie de Presse

Maar om echt carrière te kunnen maken, moest Van Bree naar het zuiden. In België is vrouwenwielrennen wel geaccepteerd. Dat vrouwen bij onze zuiderburen wel aan fietswedstrijden meedoen, heeft te maken met de Eerste Wereldoorlog, verklaart de biografe. 'Dat land heeft toen enorm geleden. De mannen werden naar het front gestuurd en de vrouwen werden platgezegd achter het aanrecht weggerukt en moesten het land draaiende houden. Ze werden daardoor een stuk zelfstandiger en ze pikten het na de oorlog niet meer dat ze terug naar het aanrecht werden gestuurd. Daarnaast was wielrennen in België een grotere sport dan in Nederland. Tot eind jaren twintig was wielrennen in Nederland vooral een baansport, geen wegsport.'

'Later kwam de liefde erbij'

In het begin van haar wielercarrière rijdt Van Bree 's ochtends naar België. Ze fietst haar wedstrijd, om vervolgens dezelfde dag weer terug te keren naar de residentie. Deze manier van koersen is vermoeiend en tijdrovend. Op een gegeven moment gaat Van Bree dan ook in Vlaanderen wonen. 'De eerste insteek om in België te gaan wonen was het wielrennen. Daar had ze alles voor over', vertelt Tjoelker. 'Later kwam de liefde erbij.'

Maria Gaudens heet haar grote liefde. Ze gaan samenwonen en werksen samen in café Het Houten Hand in Aalst. Ondertussen rijgt Van Bree de prijzen aaneen. In 1934 liegt ze nog over haar plaats bij het wereldkampioenschap. Ze vertelt dat ze derde is geworden. Bronnen uit die tijd geven echter aan dat ze achtste is. 'Ik denk dat het eergevoel was', zegt Tjoelker. 'Dat gevoel heb ik er in elk geval bij.'

Elvire werd Willem

Van Bree is uiteindelijk toch wereldkampioen geworden. In 1938 is ze de snelste vrouw op de fiets. 'Alleen dat is nooit door de UCI (internationale wielrenorganisatie red.) erkend', weet Tjoelker. Dat Van Bree de mondiale nummer één kon worden heeft een belangrijke reden. Haar grootste concurrente en vriendin Elvire de Bruyn fietst namelijk niet meer bij de vrouwen. Deze Elvire wil verder leven als man en verandert van geslacht. Elvire wordt in 1937 Willy en maakt zo de weg vrij voor Van Bree.

 
Mien van Bree met Maria Gaudens op de wielerbaan (Maria op de fiets, Mien naast haar) Foto: Familie Van Bree

In 1939 staat Van Bree eveneens op de hoogste trede van het podium. Misschien zit er wel meer in het vat als een schrijnende thuissituatie en de Tweede Wereldoorlog geen roet in het eten hadden gegooid. Haar moeder heeft reuma en moet verzorgd worden. Ze verlaat België en keert terug naar de Tramstraat in Loosduinen, waar haar ouders wonen.

Nooit meer echt gelukkig geweest

'Daarmee veranderde haar leven drastisch, zegt Tjoelker. 'Ik heb familie van haar gesproken. Die zeggen: 'Toen is ze eigenlijk nooit echt meer gelukkig geweest. Wielrennen is haar leven.' Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt haar oudste broer opgepakt. Hij wordt in Hamburg tewerkgesteld en komt bij een bombardement van de geallieerden om: hij was te ziek om nog een schuilkelder in te gaan. Die klap komt haar moeder niet te boven. In 1952 overlijdt ze en zeven jaar later gaat ook de vader van Mien hemelen.

Van Bree gaat aan het werk als verpleegster en leeft in eenzaamheid. Ondertussen grijpt ze naar de fles. Ze is vaste klant bij de plaatselijke slijter. Wel woont ze nog een tijdje samen met een vrouw. Die rooft echter op een goede dag haar hele huis leeg en laat een depressieve Van Bree achter. Ze keert terug naar de Tramstaat en gaat kanaries kweken. In dat appartement overlijdt ze ook: gestikt in haar eigen braaksel. In de kast tientallen jeneverflessen. Leeg.

Meer over dit onderwerp:
SPORTGESCHIEDENIS WIELRENNEN MIEN VAN BREE
Deel dit artikel: